Wat bedoelen we precies met onderwijsvernieuwing?

Onderwijsvernieuwing, het maakt de tongen los. In de kranten, op twitter en met name ook op blogs vindt er een mooie discussie plaats over vernieuwing dan wel vernieling in het onderwijs. Het valt me op dat er dan een drietal elementen van onderwijsvernieuwing door elkaar lopen: van bovenaf opgelegde vernieuwing, autonome vernieuwing en ICT vernieuwing. Om de discussie een beetje helder te krijgen is het raadzaam om deze drie te ontwarren.

In de discussie over onderwijsvernieuwing is de door de overheid opgelegde vernieuwing de grote boosdoener. We hebben het dan over bijvoorbeeld de invoering van het Studiehuis, de invoering van de Tweede Fase en recentelijk ook de verhoging van 1000 naar 1040 uur. Maar de aanklacht gaat soms verder terug naar de mamoetwet en het HOS-accoord. Het probleem hierbij is dat het dan een organisatorische vernieuwing betreft (de uren) dan weer en pedagogisch-didactische vernieuwing (Studiehuis) en dat vernieuwingen met elkaar worden verward (Tweede Fase en Studiehuis). Dit zijn de belangrijkste vernieuwingen, maar hierbovenop zijn enorm veel kleinere vernieuwingen gekomen. Twee belangrijke conclusies: organisatorische, bestuurlijke, didactisch-pedagogsiche vernieuwingen worden op één hoop gegooid onder de noemer onderwijsvernieuwing. Daarnaast heeft die opeenstapeling tot enorm veel rancune op de werkvloer, onder docenten, geleid.

Ten tweede is er ook een autonome vernieuwingsbeweging in het onderwijs. Deze wordt gekenmerkt door een andere blik op het onderwijs waarbij de nadruk ligt op de ontwikkeling van het individu via reflectie en samenwerking. De leerling draagt veel meer verantwoordelijkheid en hij heeft meer keuzevrijheid dan in het traditioneel onderwijs. Deze beweging bestaat zeker al sinds Jean Jacques Rousseau. Traditioneel is deze beweging terug te vinden in bijvoorbeeld in het Montessori en Dalton onderwijs. Sinds de opkomst van het  ‘Nieuwe Leren’ zijn daar ook scholen bijgekomen onder de Pleion paraplu. Het onderwijsdebat wordt ook gekenmerkt door voor-en tegenstanders van deze beweging. De nadruk moet op kennisoverdracht liggen en de docent speelt een centrale rol. Zo is Beter Onderwijs Nederland  (BON) bijvoorbeeld een verklaard tegenstander. Het nieuwe leren is inmiddels een ‘besmette’ term, mede door de ondergang van het iederwijs systeem.

Ten derde is er met de opkomst van de Personal Computer (PC) ook een vernieuwingsbeweging die een grotere rol van ICT voorstaat in het onderwijs. Een leerling moet goed worden voorbereid op de toekomst. ICT vaardigheden zouden daarom een centrale rol moeten spelen in het onderwijs. Verder sluit het aan bij de belevingswereld van de leerling en wordt het didactisch palet enorm vergroot. De afgelopen jaren is daar een hele component aan goedkope web2.0 applicaties, cloud computing en social media aan toegevoegd. Hierdoor is deze beweging in een stroomversnelling gekomen. Een belangrijke link naar de pedagogisch-didactische vernieuwingsbeweging is dat ICT leren op maat mogelijk kan maken en dat het ontwikkelen van 21st century skills noodzakelijk zijn om je staande te houden in de 21ste eeuw.

De opsomming hierboven maakt wel duidelijk hoe makkelijk een discussie kan verzanden in spraakverwarring. In mijn volgende post ga ik in op enkele noodzakelijke conclusies die we hier uit zouden moeten trekken.

Een overzicht van recente posts die weer doorlinken naar andere artikelen blogs:

3 Comments

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.