Deze post verscheen eerder als column in “van 12-18”

En nu? En nu ga ik hier even niet meer over Het Alternatief schrijven, dacht ik. Gewoon over lesgeven, nieuwe experimenten, innovatie, gave dingen.  Maar dan reken je er niet op dat het boek inslaat als een bom. De minister nam het boek in ontvangst en wapperde er uitvoering mee in de Tweede Kamer. Alleid Truijens en Marc Chavannes refereerden er instemmend naar. En dan komt de vraag steeds vaker: En nu? Wat gaan we met Het Alternatief doen?

Het gesprek is in ieder geval in volle gang en dat was ook de bedoeling. Rene Kneyber en ik werden onlangs uitgenodigd door de Arnold Jonk Hoofdinspecteur PO van de onderwijsinspectie om ons verhaal te komen doen in wat wij schertsend het hol van de leeuw noemden.  In een afgeladen zaal, waar de inspectie tot op het hoogste niveau acte de presence gaf, hielden we ons verhaal. Gedurende de discussie werd al snel duidelijk dat ook de inspectie bezig is met een grondig zelfonderzoek en dat ze ook op zoek zijn naar een alternatief. Met kleine experimenten proberen ze de bakens al te verzetten.

Maar ik vind dat niet voldoende. Ook de inspectie moet zich in de geest van Het Alternatief emanciperen en meer op afstand van OCW en de politiek komen te staan. De individuele inspecteur die achterin een afvinklijstje komt afwerken en daarna zonder commentaar vertrekt werd breed als achterhaald ervaren. Alleen al voor het imago van de inspectie is dat funest, zoals ook blijkt uit onderzoek van Van Twaalf tot Achttien en DUO.

Maar wat dan wel? Leergemeenschappen van scholen? Het lijkt weinige realistisch. Voor goede inhoudelijke feedback is tijd en mankracht nodigen die heeft de inspectie onvoldoende. Mijn rode draad is het lerende systeem, in de geest van Hargreaves en Fullan. Docenten, scholen en bestuurders nemen gezamenlijk verantwoordelijkheid en worden ondersteund door de inspectie. De inspectie heeft onschatbare expertise en zou als facilitator en ondersteuner van lokale leergemeenschappen kunnen optreden. Cruciaal is volgens mij dat er dan wordt aangesloten bij bestaande grass-roots initiatieven als leerKRACHT.

Inspectie, controle, lerende systemen zijn een prangend thema. Dat blijkt ook wel uit het debat dat is ontstaan na de introductie van Stichting Beter Primair Onderwijs als opvolger van Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam (KBA). Er moest inderdaad wat gebeuren in Amsterdam omdat docenten en scholen zelf kwaliteitsborging lieten liggen. Deze opvolger is, naar wat Hargreaves de derde weg noemt, met een sausje van eigenaarschap overgoten. Maar in werkelijkheid staan docenten nog steeds op afstand. Zowel in de aanloop als de daadwerkelijke uitvoering zijn docenten geen full-partner: ik zie een onderonsje tussen politiek, schoolbesturen en ‘experts’. Daar stelt D66 in hun verkiezingsprogramma een krachtig plan tegenover waarbij docenten wel full partner worden in het proces. D66 kiest duidelijk voor de Vierde Weg.

Voor mij zijn de ontwikkelingen in de hoofdstad een test-case. Krijgen de ideeën van Het Alternatief daadwerkelijk handen en voeten? Intussen moeten we – allemaal – niet ophouden met het aangaan van het Gesprek: docenten, bestuurders, inspecteurs.

Het gesprek bij de Onderwijsinspectie stemde me zeer optimistisch. De spannende ontwikkelingen in Amsterdam realistisch.

Wordt Vervolgd.

One Comment

Leave a Reply