Toppers

 met Hanneke, Rianne en Nico werken aan challenges, dat is wat ik voor ogen heb en had toen ik begon aan . Samen onderwijs ontwerpen doen we veel op UniC, maar daar hebben we structureel te weinig tijd voor. Challenges zijn vakoverstijgende projecten. We (aardrijkskunde, economie, maatschappijwetenschappen en geschiedenis collega’s) waren we tot de conclusie gekomen dat ons curriculum na 8 jaar was vastgelopen. Incrementele aanpassingen op vakniveau, toenemende examendruk, de veranderende schoolorganisatie en personeelsverloop hadden het vakoverstijgende onderwijs onherkenbaar veranderd. Daarnaast vond ik zelf het didactische uitgangspunt niet goed (meer). Terwijl de achterliggende principes even belangrijk zijn als in het begin, leerlingen blijven aangeven dat ze deze holistische benadering van de school enorm belangrijk vinden en het is voor ons als docenten ook een van de redenen om op UniC te werken. Zo doe je echt aan team teaching. Samen dus.

Vandaar dat we anderhalf jaar geleden besloten om het curriculum grondig te herzien. We zijn zelf met een voorstel naar de schoolleiding gegaan. Rooster ons vrij in de UniC-week (project en toetsweek), huur studenten en stagiaires in om te surveilleren, laat ons een mooie inspirerende ruimte huren en je krijgt er  een nieuw curriculum voor terug. We gebruikten zelf het ontwerpproces dat we ook voor de leerlingen wilden gaan inzetten (een mix van verschillende design thinking methodieken). En zo ontstond er in een paar dagen een alfa versie die we in de maanden daarna tot een beta hebben uitgewerkt, met feedback van (oud) leerlingen, ouders en experts van buitenaf. We zijn nu een jaar verder en het werkt, het is interessant en het is leuk. Maar het kan nog veel beter. Meer de tijd hebben om te onderzoeken, met hulp van buitenaf, wat er goed gaat en anders kan. Veel meer feedback sessies organiseren. Samen problemen met de randvoorwaarden oplossen. Maar daar is gewoon zo weinig tijd voor, en dan begint het weer te wringen. Alweer.

Dit is maar een van de vele voorbeelden. Individuele lessen voorbereiden, bekijken en evalueren met collega’s. Wanneer krijg je dat goed georganiseerd? Wanneer kun je een andere school opzoeken voor inspiratie? Allemaal noodzakelijke elementen in de ontwikkeling van een docent. Voor mij een primaire behoefte. Daar lopen wel heel veel docenten tegenaan en daar vinden we ook allemaal wat van. En toch lopen we steeds tegen een bepaald plafond aan en gebeurt er weinig. Dat is een van de redenen waarom ik op onderzoek ben gegaan en uiteindelijk aan ben begonnen. En nu dus ook Samen Leren. Wat een buitenkans om samen met de politiek en gelijkgestemden concrete ideeën uit te werken. Wie wil dat niet?

 Taal

En dan vinden mensen daar gelukkig wat van, soms gepaard met veel emotie. Veel pijlen lijken zich te richten op het taalgebruik. En eerlijk gezegd hebben ze een punt. “Toppers” roept eerder beelden op van een hossende massa in glitterpak in de Arena dan van die inspirerende docent die we voor ogen hebben. En “Beste van de wereld” “verbetercultuur” “transformatieaanpak” zijn niet de woorden die veel leraren aanspreken. Het is geen onderwijstaal. Kortom het is misschien inderdaad teveel beleidsproza geworden. Aan de inhoud kan dat inderdaad afdoen, en misschien ligt het gevaar van performativiteit op de loer, maar in de kern gaat het er nog steeds om dat leraren, teams, scholen weer over onderwijs kunnen gaan praten. Een gesprek over de achterliggende doelen, de ongrijpbaarheid van ons vak, maar ook dat leraren bij elkaar in de klas gaan zitten en kijken wat er goed gaat.

Voor mij persoonlijk hebben alle stukken over Samen Leren tot nu toe mijn denken al veel verder aangescherpt, maar ik zou alle schrijvers ook een spiegel willen voorhouden. Hoe zouden jullie het zelf doen en organiseren? Naast kritiek op het taalgebruik heb ik heel weinig concrete aanvullingen en alternatieven gelezen. Woorden zijn belangrijk, maar het gaat ook om wat je bereikt. Het beste onderwijs van de wereld? Wat mij betreft betekent dat dat elk kind heel erg goed onderwijs krijgt dat bij hem of haar past. En wat dat precies inhoud daarover zullen we het waarschijnlijk nooit allemaal eens worden, dat is aan scholen. Een van de doelen van Samen Leren is in ieder geval daar de ruimte voor creëeren.

 Verbetercultuur

Inhoudelijk is er ook genoeg over gezegd. Om dicht bij huis te blijven: Het Alternatief gaat niet alleen om het discours op scholen zelf, maar ook hoe je dat organiseert in een systeem. Plat gezegd: verandering boven en beneden. Om die ruimte te laten ontstaan moet er ook wat veranderen in het systeem zelf. Naast bijdragen over het ongrijpbare van leraar zijn stonden er ook systeemanalyses en oplossingen in. Professioneel Kapitaal zoals Hargreaves, Shirley en Fullan ook aangeven, komt niet vanzelf, dat moet ontwikkeld worden. Inmiddels is door allerlei ontmoetingen en boeken mijn eigen denken ook weer veel verder dan toen. Wil je dat de maatschappij en politiek een andere manier van denken en doen in het onderwijs ondersteunen dan kun je niet alleen met zijn allen gezellig daarover gaan praten. Waar haal je om te beginnen structureel de tijd vandaan? Gewoon doen en gewoon beginnen moet inderdaad, maar dat hebben al heel veel leraren en scholen geprobeerd om toch uiteindelijk in het systeem terug te zakken. Ruimte voor experimenten was er niet tot nauwelijks. Aan enthousiasme geen gebrek, aan strategisch opereren des te meer.  Om Thijs Jansen te parafraseren. Als wij het niet doen, dan doet iemand anders het wel. En eerlijk gezegd ben ik tot nu toe niet heel erg onder de indruk wat die mensen bedacht hebben.

Een van de manieren waarop we die ruimte willen bewerkstelligen is dat de onderwijs- en lestijd herzien worden. Leraren geven nu gewoon teveel les en leerlingen krijgen te versnipperd en niet uitdagend onderwijs.  Leraren zouden meer formatief moeten toetsen en een zelf duurzaam schoolcurriculum ontwerpen. Tegelijkertijd vraagt de politiek terecht waarborgen als ze die vrijheid creëren. Met alleen maar “vertrouw ons” kom je er niet. Dan kom je bijvoorbeeld uit op professionele leergemeenschappen en het idee dat die een veel betere kwaliteitsgarantie bieden en tot beter onderwijs leiden. Dan kom je ook uit op een innovatiepot voor en door docenten. Heb je een idee? Wil je een fablab? Een challenge onwikkelen. Dan kunnen leraren daar gelijk met tijd en middelen mee aan de slag.

Van professionele leergemeenschappen zijn inmiddels heel veel goede voorbeelden te vinden in Nederland en daarbuiten: leerKRACHT, Lesson Study, Vierslag Leren, Teach and Learn. Tot grote tevredenheid van veel docenten. Stichting leerKRACHT is grotendeels zo succesvol omdat het een grassroots beweging is en docenten niets oplegt, maar het opent wel de klasdeuren en brent het gesprek op gang. Ook op mijn school. En dan is het goed dat daar onderzoek naar wordt gedaan (via het NRO). Ik ben namelijk wel benieuwd wat er nou werkt en niet. Er is al heel veel internationaal onderzoek dat het werkt (zie bijvoorbeeld het werk van Ann Lieberman), maar die kunnen lang niet altijd vertaald worden naar onze specifieke Nederlandse situatie.

 Het Register

Daarnaast is er veel te doen over het lerarenregister en de Onderwijscoöperatie. Eigenlijk is het te gek voor woorden dat het geen vanzelfsprekendheid is dat leraren aan tafel zitten als gesprekspartner bij de politiek over onderwijsinhoud. De bonden spelen daar een rol in, maar voor die professionele ruimte is meer nodig, een sterke beroepsorganisatie. Rene en ik hebben ooit met het idee gespeeld om een lerararenraad op te richten, de website is er nog steeds. Maar na een aantal gesprekken kwamen we tot de conclusie dat nog een club geen zin had. Het onderwijs is soms net als in de Spaanse Burgeroorlog een bende van revolutionaire clubjes die elkaar de tent uitvechten. Revolutionaire clubs zijn er al genoeg, terwijl er al veel energie in de Onderwijscoöperatie is gestoken. Daar werken veel docenten aan een sterkere beroepsgroep. Veel meer dan mensen denken.

Maar wat is dat dan die beroepsgroep? Iedereen die lesgeeft? Iedereen die een lesbevoegdheid heeft? In de meeste landen met een register zeggen ze beide. Om een beroepsgroep te organiseren zullen we ons moeten gaan registreren. Dan hebben we intern en extern inhoudelijk een aanspreekpunt, een organisatie die  meer bevoegdheden naar zich toe kan trekken en een beroepsgroep die serieus wordt genomen omdat het zelf ook een kwaliteitsstandaard aanhoudt. Nogmaals je kunt je van alles laten overkomen of je neemt als beroepsgroep zelf het voortouw.

Dat kun je bijvoorbeeld in een simpele vorm organiseren door een eenmalige registratie als je je bevoegdheid hebt gehaald met daaraan gekoppeld een tuchtraad zoals in Schotland. Of een register met urenregistratie van gecertificeerde opleidingsuren zoals verpleegkundigen sinds een paar jaar hebben. Of misschien bovenop zo’n basisregister een uitgebreidere inhoudelijke kwaliteitstoets zoals de National Board for Professional Teaching Standards in de Verenigde Staten. Een leraar met master teacher certificaat heeft dan toegang tot allemaal beleids- en ontwikkeltrajecten. Teacher leadership zoals in Singapore. En waarom dat ook niet beter belonen? Beloon die inspanning! In Schotland hebben leraren ook toegang tot onderwijskundig onderzoek via hun Teaching Council. Waarom niet curriculumontwikkeling bij een geregistreerde beroepsgroep neerleggen? Als het register in ieder geval maar inhoudelijk zinvol wordt uitgevoerd en aansluit bij de lespraktijk. In andere sectoren en in het buitenland zijn in ieder geval genoeg voorbeelden waar het wel is gelukt. Dat moet bij ons ook mogelijk zijn.

Voorwaarde is dan wel dat we het eigenaarschap van de Onderwijscoöperatie breder trekken dan nu alleen lidmaatschap van de deelnemende organisaties. Inschrijven in het register is inspraak in het register de beroepsorganisatie. Die kun je dan ook meer verantwoordelijkheden toevertrouwen. Een realistische optie is om dan in het bestuur naast de bonden ook zetels in te ruimen voor registerdocenten. Zo’n hybride optie bleek juist ook een van de voorwaarden voor succes in Schotland. In Engeland waar dat niet het geval was is de Teaching Council inmiddels weer ter ziele gedragen. De bonden geven de beroepsgroep ook organisatiekracht en massa.

Een andere voorwaarde is dat het register van de beroepsgroep zelf is. Advies van andere partijen is prima, maar de eindverantwoordelijkheid ligt bij leraren. Anders wordt het een beleidsinstrument in handen van de politiek en werkgevers en daarmee creëer je juist niet die ruimte die nodig is om professional capital te ontwikkelen.

Ten slotte zouden we de beroepsorganisatie ook op dezelfde manier kunnen financieren als de raden, een bedrag per leerling. Vraag voor het register een bijdrage van docenten, maar maak de organisatie onafhankelijker van OCW en laat het op gelijke voet staan met de PO, VO en MBO-Raad. Er staan genoeg versnipperde projecten op de begroting bij OCW waarin gesneden kan worden om dit te bekostigen.

Het gaat nu te ver om Samen Leren helemaal inhoudelijk te becommentariëren. Alles moet nog verder worden uitgewerkt. Daar hebben we natuurlijk wel concrete ideeën bij. Minder vakken betekent bijvoorbeeld niet dat er vakken verdwijnen, maar dat er in minder vakken examen wordt gedaan. Variëren in beloning is geen prestatiebeloning. Het ontwerpen van het curriculum moet veel meer open, transparanter en met een grotere rol voor docenten. En over salariëring is het laatste woord ook niet gezegd. Uiteindelijk is het heel veel geven en nemen en hebben alle partijen: leraren, schoolleiders, bestuurders, bonden, raden, politiek, OCW, lerarenopleidingen, het hoger onderwijs en heel veel anderen hier een rol in.

Maar compromissen sluiten betekent niet gelijk inkapselen, integendeel. Ik ben hier ingestapt met een bepaalde overtuiging dat we de ideeën van Het Alternatief in de praktijk kunnen brengen. Voor mij is het nooit alleen een intellectuele exercitie of theoretische vingeroefening geweest. Ik wil dat er wat verandert. Als  onderwijswoordvoerders van regeringspartijen oprecht toezeggen hier werk van te willen maken dan druist het juist in tegen het principe van Het Alternatief om niet die stap te wagen? We vragen toch om lef? Om onze nek uit te steken? Dat we het initiatief naar ons toe trekken? Dat kan uiteindelijk alleen in de praktijk. Door stappen te zetten en door het te doen. Gaat het lukken? Ik heb geen idee, maar ik heb wel hele goede hoop.

Leerlingen

Misschien is het is goed om te eindigen met wat leerlingen hier nou eigenlijk mee winnen. Ik denk dat ze hierdoor veel meer ruimte krijgen om ook zelf invulling te geven aan hun onderwijs omdat ons onderwijssysteem en scholen veel flexibeler kunnen gaan werken. Dat ze samen met docenten veel meer de verdieping kunnen opzoeken omdat docenten daar eindelijk de tijd en ruimte voor hebben. Dat het curriculum veel relevanter en uitdagender zal zijn en dat het ze daardoor ook beter voorbereid op de toekomst. En  dat ze steengoede en inspirerende docenten voor hun neus hebben omdat die eindelijk de ruimte en tijd hebben om hun lessen goed voor te bereiden. En daarmee bedoel ik juist ook de zittende docenten die nu ook al hun stinkende best doen.

Wat ik hierboven beschrijf zou een verdere invulling van Samen Leren kunnen zijn, maar het staat niet in steen geschreven. Wat wel vaststaat is dat het een geheel is, dat is de afspraak. Geen deeloplossingen en pleisters meer, die hebben we al genoeg gehad. Naast een eerste aanzet is het ook een uitnodiging om hieraan mee te denken en te werken. We zijn inmiddels met de minister, de staatssecretaris, andere poltieke partijen, de bonden en de raden in gesprek geweest om samen punten uit te werken. Morgen gaan we het gesprek aan in de Balie en hopelijk kunnen we dat “samen” nog veel groter maken

4 Comments

  • Alderik says:

    Hoi Jelmer
    Dank voor de mooie toelichting.
    Om even bij de Spaanse Burgeroorlog te blijven:
    Wie dan is in alle heharrewar het (ware) Volksfront? Jullie? De (kleine, onbekende, democratisch gemankeerde) ondrwijscoop? Concreet zijn snel stappen nodig om de legitimiteit van jullie voorstel & die van de gremia die dat haan uitvoeren te vergroten cq te regelen.
    Zoals ik elders aangaf: met hun permanente revolutiedrift komen marktliberalen akelig dicht in de buurt van de Trotskisten van de POUM. Resultaat is, ondanks henzelf, een plansocialistisch monstrum (PSU), waarin het vastleggen en meten van targets misschien wel de effectiviteit en efficiency van het productieproces verhoogt, maar niet se logheid van het systeem (integendeel).
    Het is waar dat je van taal geen brood kunt bakken – punt meermalen gemaakt – maar die perfomativiteitsfetish die ik ook in Samen Leren ontwaar heeft mogelijk grote praktische consequenties. Daarom: zijn andere doelen en indicatoren ook nog onderhandelbaar?? Hoop dat dat vanavond besproken en verder geagendeerd kan ….
    Alderik

    • admin says:

      Eens, legitimering kan bijvoorbeeld ook niet zonder bonden denk ik. Lidorganisaties hebben wel grote achterban. Dat hebben we ook al naar elkaar uitgesproken. En ik snap je punt over de doelen en het eventuele bureaucratische monstrum. Op alle vlakken. Een verbetercultuur (for lack of a better word nu) is geen checklist, maar een proces. Daar moet je inderdaad erg scherp op zijn, en dat is onderling iig wel degelijk uitgesproken. Ook wat betreft het register. Ik neig zelf naar een heel simpel basisregister: bevoegd. Met meer voor degenen die willen.

      Doelen en indicatoren zijn zeker onderhandelbaar en voor verbetering vatbaar, zoals ik al zei is dit een begin. Volgens mij zijn mensen mee aan de slag 🙂

  • Tim Ruijters says:

    Hoi Jelmer,

    Interessant artikel. Ik werk niet in het onderwijs dus ik kon niet alles gelijk plaatsen.

    Wat ik mis in je verhaal is de trend dat leren en leermaterialen steeds vaker op het internet te vinden is. Zie jij deze trend ook?

    Na het lezen van je blog krijg ik de indruk dat leren vooral een ‘feestje’ is van geregistreerde leraren. Of heb ik het verkeerd begrepen?

    Mvg,

    Tim

    • admin says:

      Nee, daar gaat dit ook niet over. 🙂 Status beroepsgroep is een belangrijk punt. En ik heb genoeg over digitaal lesmateriaal/didactiek geschreven. Zie bv flipping the classroom. Digitaal lesmateriaal is ook niet de issue, wel de tijd om er wat mee te doen

Leave a Reply