Verkiesbaar voor het AOb bestuur

By February 11, 2019 Uncategorized One Comment

‘Als ik niet in mijn naam spreek, wie zal het dan doen? Maar als ik alleen maar in mijn naam spreek, wie ben ik dan? En als wij onze stem niet laten horen, wie zal het dan doen? En als we dat niet nu doen, wanneer dan wel?’

Hilel de Oudere

Ik heb besloten om me kandidaat te stellen voor het dagelijks bestuur van de Algemene Onderwijsbond (AOb). Dat zal voor sommigen als een verrassing komen, maar voor degenen die me wat beter kennen en me op Twitter volgen misschien niet.

Ik geef al sinds 2002 les, het jaar dat ik mijn eerste stages liep op twee prachtige scholen – in Arnhem en Pretoria. Wat heb ik een hoop bijgeleerd sinds dat knullige begin. En wat ben ik mijn beroep gaan waarderen. Het leraarschap waarbij je kinderen ziet groeien – met zijn focus op kennisoverdracht en pedagogiek – vind ik het mooiste beroep ter wereld. Ik heb dit jaar ook weer zulke leuke klassen, leerlingen en fijne collega’s om mee te werken. Ik heb nieuwe inzichten uit onderwijsonderzoek kunnen verwerken in de lessen en daarbij natuurlijk gekeken wat in mijn context wel en niet werkt. Samen met collega’s ben ik eindverantwoordelijk voor de lessen en ontwerpen we onze curricula, lessen en didactiek. Ik heb net lesgeven over de geschiedenis van de rechtsstaat en daarna organiseerden de leerlingen verkiezingen met zelfbedachte partijen. Met mijn 5 vwoklas onderzoeken we de wereldwijde uitdagingen van dit moment vanuit verschillende vakperspectieven en kunnen we daar ruim de tijd voor nemen. Mijn 4 havoklas heeft juist weer meer focus op basiskennis en vaardigheden nodig, en die aandacht kan ik ze ook bieden.  Het is divers, inspirerend en ik leer zelf ook elke dag bij, van mijn collega’s en mijn leerlingen. Die ervaring gun ik elke leerling en leraar.

Helaas wordt ons beroep steeds meer geërodeerd door een afrekencultuur en verslechterende arbeidsomstandigheden. Dit is terug te zien in het oplopende lerarentekort, we mogen inmiddels wel spreken over een lerarencrisis. Tegelijkertijd neem ik gelatenheid en een gebrek aan beroepseer onder leraren waar. We laten veel te veel gebeuren, spreken ons niet uit en doen zelf ook lang niet altijd wat goed is voor leerlingen. Voor mij was dit de reden om samen met Rene Kneyber de bundel Het Alternatief: weg met afrekencultuur samen te stellen. Een belangrijke conclusie van de boeken die we in de loop van de tijd hebben gepubliceerd, was dat leraren  een sterke beroepsgroep nodig hebben die op arbeidsvoorwaardelijk en onderwijsinhoudelijk gebied invloed kan uitoefenen op onderwijsbeleid en bijdraagt aan een professionele cultuur en beroepseer.

Het is voor mij een zoektocht met internationale omwegen geweest, maar ik denk dat de vakbond historisch en beroepsmatig gezien hier het uitgesproken kanaal voor zou moeten zijn (daar heb ik in dit stuk veel uitgebreider over geschreven). Helaas is voor veel leraren de vakbond heden ten dage niet meer vanzelfsprekend. Ik vind dat dit moet veranderen.

De afgelopen 10 jaar zijn er heel veel bottom-up initiatieven ontstaan binnen de beroepsgroep en zijn leraren actief en veelvuldig met elkaar in contact gekomen via social media.  Het ontstaan van meet-ups, ResearchEd, Facebookgroepen met duizenden leden, een levendige discussie op Twitter, en de oprichting van PO in Actie hebben geleid tot een meer activistische en georganiseerde beroepsgroep en zelfs tot landelijke stakingen. De AOb heeft terecht deze ontwikkelingen ondersteund en bovendien kan hij veel leren van deze beweging en zo de expertise van zijn leden nog meer benutten.

Daarnaast heeft de AOb zelf ook veel kennis en kunde in huis waar op hun beurt veel leraren geen weet van hebben. Ik sprak laatst een collega die heel erg tevreden was over de MR-ondersteuning, maar niet overwoog om lid te worden. Twee jonge collega’s op mijn school zijn juist uit principe AOb-lid – “vakbonden zijn belangrijk” – maar hebben weer weinig gevoel bij de AOb, ze voelen zich niet echt lid. De kern van dit probleem is dat vakbonden teveel dienstverlenende organisaties zijn geworden – een sociale ANWB –  in plaats van een vereniging en een gemeenschap. Om die twee werelden bij elkaar te brengen zou de AOb diepgaande netwerken moeten opbouwen, door bijvoorbeeld online en regionale communities op te bouwen rondom medezeggenschapsraden. Dit is een manier voor de AOb om weer binnen de haarvaten van scholen te komen en een duidelijk gezicht te krijgen bij zijn leden. Als het opbouwen van dit soort netwerken gepaard gaat met democratische vernieuwingen binnen de bond zelf, dat leden meer direct mogen meepraten en meestemmen in plaats van getrapte vertegenwoordiging, dan kan de vakbond weer echt een beweging worden die relevant is voor iedere leraar in Nederland en daarmee ook een vuist maken op het gebied van werkdruk en salaris.

Het werk van vakbondsbestuurder vraagt om een strategische blik op onderwijs. Naast mijn werk als docent, heb ik op landelijk politiek niveau ervaring opgedaan, bijvoorbeeld via de totstandkoming van het pamflet Samen Leren in samenwerking met Tweede Kamerleden van de PvdA en de VVD. Uit Samen Leren is onder andere het Lerarenontwikkelfonds (LOF) voortgekomen. Door mijn werk als teacher fellow in het buitenland bij Education International (EI) en het schrijven van Flip the System: changing education from the ground up (2015) en haar opvolgers in onder andere Groot-Brittannië en Australië heb ik een goed overzicht van internationale ontwikkelingen in het onderwijs en op onderwijsvakbondsgebied, die in Nederland nog niet goed zichtbaar zijn. Thema’s als privatisering, Artificial Intelligence, de skills agenda, de academische vrijheid die steeds verder beknot wordt door het opkomend populisme, maar ook vakbondsvernieuwing zelf zijn allemaal onderwerpen waar de AOb op korte termijn een visie op zal moeten ontwikkelen.  

In debatten over onderwijs kun je al snel in loopgraven verzanden. Het is een compliment aan de beroepsgroep dat we met zoveel passie over ons werk spreken, maar we moeten ook samen verder. Netwerken en verbinden zijn belangrijke vaardigheden voor een bestuurder. Ik heb zelf een uitgebreid netwerk opgebouwd in binnen- en buitenland van leraren, politici, onderzoekers en bestuurders. Stevige debatten ga ik ook niet uit de weg . Ik weet mijn ideeën uit te dragen en draagvlak te creëren. Daarnaast ben ik binnen en buiten de school niet bang om nieuwe dingen uit te proberen als die ons onderwijs verbeteren en tegelijkertijd zie ik de meerwaarde van het oude en koester ik die. Dit is ook wat ik met de AOb voor ogen heb. Bovendien heb ik gedurende mijn carrière het klaslokaal nooit verlaten. Ik ben dan ook van mening dat gedeelde kennis van en ervaring uit de praktijk een krachtige combinatie is voor iedere bestuurder.

Ten slotte zijn er ook problemen die het onderwijs overstijgen. Ook in Nederland neemt de ongelijkheid toe, grijpt het populisme om zich heen en staat de democratie onder druk. Ik ben bang dat we door het toenemende lerarentekort aan de vooravond van een grootschalige privatisering staan. Rijkere ouders zullen met hun voeten gaan stemmen om de toekomst van hun kinderen veilig te stellen. Dat is niet alleen een economisch probleem, het is ten eerste een democratisch probleem. Democratieën kunnen alleen bestaan als er een zekere mate van gelijke kansen bestaan, als alle burgers goed geïnformeerd zijn en als we samen leren leven en elkaar ontmoeten. Ons onderwijs is die democratische leerschool en daar zijn we allemaal verantwoordelijk voor. Het behouden van onze democratie en het publieke domein gaat niet vanzelf. Daar staan we zelf bij en vakbonden zijn daarin een cruciaal en onderschat instituut in. Historicus Timothy Snyder raakte mij met zijn boek On Tyranny: twenty lessons from the Twentieth Century, waarin hij naar aanleiding van de verkiezing van Donald Trump, schreef: “Neem verantwoordelijkheid voor instituties die je belangrijk vindt en verbind je eraan. Ga ervoor staan.” Dat is ook wat ik met mijn kandidaatstelling beoog. Ik hoop dat ik als lid van het dagelijks bestuur van de AOb de kans krijg om die verantwoordelijkheid nemen.


Leraren Aller Landen Verenigt U! – Onderzoek Onderwijs (2017)

Wil je meepraten en denken over de verkiezingen dan kan dat via de rayon-vergaderingen van de AOb. Op maandag 11 februari is er op het AOb-hoofdkantoor een gesprek met alle kandidaten, er is ook een livestream.

Helaas kun je als lid niet direct stemmen via de Algemene Vergadering op 21 en 22 maart, maar er zal wel een advies van de rayonvergaderingen uitgaan over wie de voorkeur heeft in de rayons. Ga dus vooral naar de vergaderingen. De vergaderingen vinden plaats op de volgende data:

11 maart in Rotterdam
12 maart in Amsterdam
13 maart in Groningen
18 maart in Arnhem
19 maart in Eindhoven

Op 21 en 22 maart is Algemene Vergadering in Utrecht waar de verkiezing zal plaatsvinden.

One Comment

Leave a Reply to Y. Schutrups Cancel Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.