All posts by admin

The view that teachers are change-aversive is wrong

By | english, English, Flip the System | No Comments

Teachers don’t like change! They’re fossils who just don’t want to see and do what’s right. The OECD’s CERI unit recently published a report that disproves this frame. Dirk van Damme has a well written introduction to the research: how can education systems embrace innovation. To anyone who has been following education policy (globally) this is of course completely stating the obvious. Having been on the receiving end for 12 years it has been one of the reason to get involved in innovation and educational policy on a wider scale.

Teacher leadership is one of the keys to educational reform. This research is one step in a growing body of evidence on how to implement change. Most notable The Global Fourth Way, Professional Capital and Finish Lessons have build upon lessons learned from countries and regions which have gotten educational reform right. It is the basis for our book  “” (The Alternative) and our policy initiative  (Learning Together) In we will explore this issue further together with teachers and researchers around the world.

“The core of the dispute is not so much about the actual amount of change and innovation in education, but about the process – how change and innovation happen. A lot of well-intentioned innovations fail not because of a lack of quality or because their intended direction of change is wrong, but because of how they have been implemented. Teachers will be able to give you rich accounts of top-down innovations, implemented without much consultation, without taking into account the experiences and knowledge base at the point of delivery of education. Lack of trust, lack of ownership, a poor evidence base, and lack of empowerment of the key actors – these seem to be the main ingredients of the recipe for failure in changing education.”

“Too often education ministers and policy makers react by tightening the screws, i.e. by reinforcing accountability, supervision and bureaucratic control systems. This may lead to short-term behavioural adjustments of the actors in the system, but very rarely to sustainable change.”

“What makes for effective, sustainable innovation and reform: the professionalism of teachers and school leaders, strong knowledge-management frameworks and trust among all stakeholders and actors in the system. Professionals bring about innovation when they have a stake in it, when they see the evidence and the supporting knowledge base as credible, and when they trust their colleagues. In the same vein, parents will commit to innovative change when they feel involved and listened to, and when they understand the rationales and underlying evidence for change.”

In Flip the System we will explore this issue further together with teachers and researchers around the world.

Samen Leren in de Balie

By | Uncategorized | 2 Comments

Toch nog even kort over de avond in de Balie van gisteren. Ik ging met gemengde gevoelens naar huis. Aan de ene kant heb ik een mooi betoog van Michel Couzijn gehoord en heb ik bij alle politieke partijen ook veel aanknopingspunten gehoord om gezamenlijk verder te gaan. Aan de andere kant viel het toch tegen, in plaats van een algemeen debat over had ik meer het gevoel bij een Algemeen Overleg (AO) over onderwijs te zitten. Dat lag denk ik voor een gedeelte aan de setting en ook de leiding van Felix Rottenberg. Ik hield bewust mijn mond dus daar had ik zelf misschien ook wel een aandeel in. Na het Volkskrant artikel wil ik niet dat Samen Leren de Evers & Kneyber show wordt want dat is het ook niet. Ik zat wel regelmatig op het puntje van mijn stoel, vandaar toch even een korte reflectie

Vakken

Ondanks dat ik een zure tweet van een opiniemaker voorbij zag komen waarom er een leerling op het podium stond vond ik het juist sterk dat Annelotte Lutterman, voorzitter van LAKS, kort en krachtig reflecteerde op Samen Leren. Een docent is meer dan een wandelende encyclopedie, doe wat aan de lerarenopleidingen, een nieuw curriculum is een heel goed idee en zeker niet minder vakken, het funderend onderwijs is er voor algemene vorming. Daar kwam het in een spraakwaterval op neer. Wijze woorden.

Finland

Na een inleiding vanuit de persoonlijke noodzaak van Jet Dekkers voor Samen Leren kregen we een voortreffelijke bijdrage, van Michel Couzijn aka Hannes Minkema. (Presentatie hier te vinden). Michel stelde een heleboel terechte vragen bij Samen Leren. Waarbij hij het eeuwige Finland als voorbeeld en uitgangspunt nam. Finse leraren hebben status, autonomie en tijd en ruimte om onder andere bij elkaar in de klas te kijken Hele fijne omstandigheden om in te werken. Precies datgene waar ik het ook mee eens ben.

“Tijd!” riep Paul van Meenen gisteren tijdens het debat, en ik kon niet anders dan instemmend ja knikken. Tijd is voor mij een van de grootse obstakels in het onderwijs. Terecht stipte Michel aan dat de pizzasessies van leerKRACHT vaak in de avond plaatsvinden. Daarom staat ook in Samen Leren dat de onderwijs- en lestijd geflexibiliseerd moet worden. Dat kan betekenen dat leerlingen minder les krijgen, maar ook meer. Een leerling met een taalachterstand zal veel misschien meer instructie nodig hebben dan de1000 uur die we nu hebben, die internationaal toch al een verre uitschieter is. Maar het kan ook veel minder zijn, dat is een beslissing die bij scholen en leraren ligt.

Wat betreft de status van het beroep. Die is nu eenmaal anders in Nederland, daar ontkom je niet aan. Dat heeft niet alleen iets te maken met salaris, zoals je ook in Finland ziet. Alhoewel dat in Nederland waarschijnlijk een grotere rol speelt. Finland is en kan ook niet het enige voorbeeld zijn. In Singapore hebben ze een slag weten te maken in kwaliteit en status door juist wel veel diverse ontwikkelingstrajecten creëerden voor docenten die ook bleven lesgeven. Net zoals Michel ook doet als lerarenopleider.

Op die vermaledijde lerarenopleidingen sloeg het debat helaas dood, ook na een terechte waarschuwing van Arjan van der Meij. Los van het feit dat er waarschijnlijk een vorm van selectie moet komen moet ook de inhoud en didactiek van de lerarenopleidingen veranderen. Niet alleen aandacht besteden aan de noodzakelijke vakinhoudelijke, didactische en pedagogische kennis en vaardigheden. Ook de context waarin je als leraar opereert binnen en buiten de school en eigenaarschap nemen voor je onderwijs moeten een plaats krijgen.

Verbetercultuur

“Laat iedereen met elkaar in gesprek komen” zei Michel Rog. Daarmee doelde hij op docenten. Helemaal mee eens, dat is juist ook een van de doelstellingen van Samen Leren. De richting die we in het onderwijs op zouden moeten gaan is inderdaad veel meer bij elkaar in de klas kijken, onderwijs voorbereiden, onderzoeken wat goed gaat en beter kan. Om Jaap Versfelt’s mantra er nog maar eens in te gooien: “samen elke dag een beetje beter”. Dat heet in andere woorden Peer Review en dat kan vele vormen aannemen. Dat Samen Leren oplegt hoe dat moet klopt niet, dat het gebeurt wel. Als de facilitering in tijd en ruimte er is dan mag je ook van leraren verwachten dat ze dat in een of andere vorm doen. En waarom werd maar weer eens duidelijk bij de aanklacht van de startende docent. Die slechte begeleiding is ook onderdeel van een onverschillige cultuur die we niet willen.

Toetsen en verantwoordelijkheid

Een van de doelstellingen van “samen een elke dag een beetje beter” cultuur is dat scholen steeds meer professionele leergemeenschappen worden. Als we de inspectie meer op afstand willen en het daadwerkelijk over het onderwijs zelf willen hebben dan zul je dat ook moeten waarborgen. Absolute vrijheid bestaat niet en is zeker geen garantie voor kwaliteit. Scholen, lees docenten en schoolleiders, die regelmatig elkaar bezoeken, bevragen en leren van elkaar zorgen ervoor dat we daadwerkelijk gaan leren in plaats van protocollen en lijstjes afwerken. En voorkomt dat we uit armoede ons alleen maar voor richten op cijfers.

Dat betekent ook dat de rol van toetsen anders moet worden. Onderdeel van goed onderwijs is een sterke formatieve cultuur en veel individuele feedback. Kijken naar die kwaliteit betekent niet dat al die formatieve data door een inspectiemallemolen moet, maar wel dat er via bijvoorbeeld leergemeenschappen wordt gekeken naar de kwaliteit van dat formatieve proces door naar leerlingwerk en het werk van docenten te kijken.

Curriculum en legitimatie

Het is interessant dat Finland werd genoemd omdat daar juist een groot debat over curriculumvernieuwing is begonnen. Om min of meer dezelfde redenen als hier. Dat we curriculumvernieuwing bepleiten betekent niet dat dat roekeloos is. Het sluit aan bij eerdere debatten en rapporten. Kijk bijvoorbeeld naar het rapport van de Onderwijsraad “Een eigentijds Curriculum” en “Naar een lerende economie” van de WRR. Die vernieuwing gaat er vanuit die politieke realiteit gewoon komen. Dan kan je als beroepsgroep en onderwijs in het algemeen weer rustig afwachten wat er aan zit te komen of je trekt het initiatief naar je toe.

Die rapporten zijn overigens niet de hele legitimatie van Samen Leren. Op zichzelf zijn we natuurlijk niemand, behalve dat we allemaal les geven en/of een school leiden. Vanuit die positie hebben we duidelijke ideeën hebben waar het heen moet. Aan de andere kant sluit het onder andere heel goed aan bij Actieplan Onderwijs 2.0 van de AOB, VO 2020 van de VO-Raad en standpunten van verschillende politieke partijen. Zoals gisteren ook bleek overigens. Dat betekent nog niet een eigen achterban, maar wel een synthese waar alle traditionele partijen nog niet uit zijn gekomen. Dat een plan als “Samen Leren” er uiteindelijk heel anders uit kan zien en dat alle partijen daar een rol in hebben lijkt me duidelijk.

Ik denk dat de meningen niet zo ver uit elkaar liggen als nu soms lijkt op Social Media, Blogs en gisteren in de Balie. Niet nog meer papieren tijgers hoor ik terecht. Maar ook dat tijd en ruimte een enorm probleem zijn. Dan blijft bij mij de vraag overeind hoe mensen dat dan gaan organiseren. Hoe je dat gaat verenigen. Een revolutie komt er niet, zoals Alderik Visser terecht stelde, maar we kunnen nog heel lang doorpraten over dit onderwerp zonder dat er wat gebeurt, jaren zo leert de geschiedenis. In een eerste bijeenkomst met de raden en de bonden was er een gezamenlijk gevoel van urgentie. En in tegenstelling tot Paul van Meenen denk ik dat dat juist goed is. We hebben iedereen nodig om die mamoettanker bij te sturen. Ik stel voor dat we een volgende bijeenkomst net als bij die eerdere bijeenkomst geen debat gaan voeren, maar gewoon aan de slag gaan met de verschillende punten van Samen Leren. Kunnen we gelijk wat aan de taal doen.

Toppers

By | Het Alternatief, Uncategorized | 4 Comments

 met Hanneke, Rianne en Nico werken aan challenges, dat is wat ik voor ogen heb en had toen ik begon aan . Samen onderwijs ontwerpen doen we veel op UniC, maar daar hebben we structureel te weinig tijd voor. Challenges zijn vakoverstijgende projecten. We (aardrijkskunde, economie, maatschappijwetenschappen en geschiedenis collega’s) waren we tot de conclusie gekomen dat ons curriculum na 8 jaar was vastgelopen. Incrementele aanpassingen op vakniveau, toenemende examendruk, de veranderende schoolorganisatie en personeelsverloop hadden het vakoverstijgende onderwijs onherkenbaar veranderd. Daarnaast vond ik zelf het didactische uitgangspunt niet goed (meer). Terwijl de achterliggende principes even belangrijk zijn als in het begin, leerlingen blijven aangeven dat ze deze holistische benadering van de school enorm belangrijk vinden en het is voor ons als docenten ook een van de redenen om op UniC te werken. Zo doe je echt aan team teaching. Samen dus.

Vandaar dat we anderhalf jaar geleden besloten om het curriculum grondig te herzien. We zijn zelf met een voorstel naar de schoolleiding gegaan. Rooster ons vrij in de UniC-week (project en toetsweek), huur studenten en stagiaires in om te surveilleren, laat ons een mooie inspirerende ruimte huren en je krijgt er  een nieuw curriculum voor terug. We gebruikten zelf het ontwerpproces dat we ook voor de leerlingen wilden gaan inzetten (een mix van verschillende design thinking methodieken). En zo ontstond er in een paar dagen een alfa versie die we in de maanden daarna tot een beta hebben uitgewerkt, met feedback van (oud) leerlingen, ouders en experts van buitenaf. We zijn nu een jaar verder en het werkt, het is interessant en het is leuk. Maar het kan nog veel beter. Meer de tijd hebben om te onderzoeken, met hulp van buitenaf, wat er goed gaat en anders kan. Veel meer feedback sessies organiseren. Samen problemen met de randvoorwaarden oplossen. Maar daar is gewoon zo weinig tijd voor, en dan begint het weer te wringen. Alweer.

Dit is maar een van de vele voorbeelden. Individuele lessen voorbereiden, bekijken en evalueren met collega’s. Wanneer krijg je dat goed georganiseerd? Wanneer kun je een andere school opzoeken voor inspiratie? Allemaal noodzakelijke elementen in de ontwikkeling van een docent. Voor mij een primaire behoefte. Daar lopen wel heel veel docenten tegenaan en daar vinden we ook allemaal wat van. En toch lopen we steeds tegen een bepaald plafond aan en gebeurt er weinig. Dat is een van de redenen waarom ik op onderzoek ben gegaan en uiteindelijk aan ben begonnen. En nu dus ook Samen Leren. Wat een buitenkans om samen met de politiek en gelijkgestemden concrete ideeën uit te werken. Wie wil dat niet?

 Taal

En dan vinden mensen daar gelukkig wat van, soms gepaard met veel emotie. Veel pijlen lijken zich te richten op het taalgebruik. En eerlijk gezegd hebben ze een punt. “Toppers” roept eerder beelden op van een hossende massa in glitterpak in de Arena dan van die inspirerende docent die we voor ogen hebben. En “Beste van de wereld” “verbetercultuur” “transformatieaanpak” zijn niet de woorden die veel leraren aanspreken. Het is geen onderwijstaal. Kortom het is misschien inderdaad teveel beleidsproza geworden. Aan de inhoud kan dat inderdaad afdoen, en misschien ligt het gevaar van performativiteit op de loer, maar in de kern gaat het er nog steeds om dat leraren, teams, scholen weer over onderwijs kunnen gaan praten. Een gesprek over de achterliggende doelen, de ongrijpbaarheid van ons vak, maar ook dat leraren bij elkaar in de klas gaan zitten en kijken wat er goed gaat.

Voor mij persoonlijk hebben alle stukken over Samen Leren tot nu toe mijn denken al veel verder aangescherpt, maar ik zou alle schrijvers ook een spiegel willen voorhouden. Hoe zouden jullie het zelf doen en organiseren? Naast kritiek op het taalgebruik heb ik heel weinig concrete aanvullingen en alternatieven gelezen. Woorden zijn belangrijk, maar het gaat ook om wat je bereikt. Het beste onderwijs van de wereld? Wat mij betreft betekent dat dat elk kind heel erg goed onderwijs krijgt dat bij hem of haar past. En wat dat precies inhoud daarover zullen we het waarschijnlijk nooit allemaal eens worden, dat is aan scholen. Een van de doelen van Samen Leren is in ieder geval daar de ruimte voor creëeren.

 Verbetercultuur

Inhoudelijk is er ook genoeg over gezegd. Om dicht bij huis te blijven: Het Alternatief gaat niet alleen om het discours op scholen zelf, maar ook hoe je dat organiseert in een systeem. Plat gezegd: verandering boven en beneden. Om die ruimte te laten ontstaan moet er ook wat veranderen in het systeem zelf. Naast bijdragen over het ongrijpbare van leraar zijn stonden er ook systeemanalyses en oplossingen in. Professioneel Kapitaal zoals Hargreaves, Shirley en Fullan ook aangeven, komt niet vanzelf, dat moet ontwikkeld worden. Inmiddels is door allerlei ontmoetingen en boeken mijn eigen denken ook weer veel verder dan toen. Wil je dat de maatschappij en politiek een andere manier van denken en doen in het onderwijs ondersteunen dan kun je niet alleen met zijn allen gezellig daarover gaan praten. Waar haal je om te beginnen structureel de tijd vandaan? Gewoon doen en gewoon beginnen moet inderdaad, maar dat hebben al heel veel leraren en scholen geprobeerd om toch uiteindelijk in het systeem terug te zakken. Ruimte voor experimenten was er niet tot nauwelijks. Aan enthousiasme geen gebrek, aan strategisch opereren des te meer.  Om Thijs Jansen te parafraseren. Als wij het niet doen, dan doet iemand anders het wel. En eerlijk gezegd ben ik tot nu toe niet heel erg onder de indruk wat die mensen bedacht hebben.

Een van de manieren waarop we die ruimte willen bewerkstelligen is dat de onderwijs- en lestijd herzien worden. Leraren geven nu gewoon teveel les en leerlingen krijgen te versnipperd en niet uitdagend onderwijs.  Leraren zouden meer formatief moeten toetsen en een zelf duurzaam schoolcurriculum ontwerpen. Tegelijkertijd vraagt de politiek terecht waarborgen als ze die vrijheid creëren. Met alleen maar “vertrouw ons” kom je er niet. Dan kom je bijvoorbeeld uit op professionele leergemeenschappen en het idee dat die een veel betere kwaliteitsgarantie bieden en tot beter onderwijs leiden. Dan kom je ook uit op een innovatiepot voor en door docenten. Heb je een idee? Wil je een fablab? Een challenge onwikkelen. Dan kunnen leraren daar gelijk met tijd en middelen mee aan de slag.

Van professionele leergemeenschappen zijn inmiddels heel veel goede voorbeelden te vinden in Nederland en daarbuiten: leerKRACHT, Lesson Study, Vierslag Leren, Teach and Learn. Tot grote tevredenheid van veel docenten. Stichting leerKRACHT is grotendeels zo succesvol omdat het een grassroots beweging is en docenten niets oplegt, maar het opent wel de klasdeuren en brent het gesprek op gang. Ook op mijn school. En dan is het goed dat daar onderzoek naar wordt gedaan (via het NRO). Ik ben namelijk wel benieuwd wat er nou werkt en niet. Er is al heel veel internationaal onderzoek dat het werkt (zie bijvoorbeeld het werk van Ann Lieberman), maar die kunnen lang niet altijd vertaald worden naar onze specifieke Nederlandse situatie.

 Het Register

Daarnaast is er veel te doen over het lerarenregister en de Onderwijscoöperatie. Eigenlijk is het te gek voor woorden dat het geen vanzelfsprekendheid is dat leraren aan tafel zitten als gesprekspartner bij de politiek over onderwijsinhoud. De bonden spelen daar een rol in, maar voor die professionele ruimte is meer nodig, een sterke beroepsorganisatie. Rene en ik hebben ooit met het idee gespeeld om een lerararenraad op te richten, de website is er nog steeds. Maar na een aantal gesprekken kwamen we tot de conclusie dat nog een club geen zin had. Het onderwijs is soms net als in de Spaanse Burgeroorlog een bende van revolutionaire clubjes die elkaar de tent uitvechten. Revolutionaire clubs zijn er al genoeg, terwijl er al veel energie in de Onderwijscoöperatie is gestoken. Daar werken veel docenten aan een sterkere beroepsgroep. Veel meer dan mensen denken.

Maar wat is dat dan die beroepsgroep? Iedereen die lesgeeft? Iedereen die een lesbevoegdheid heeft? In de meeste landen met een register zeggen ze beide. Om een beroepsgroep te organiseren zullen we ons moeten gaan registreren. Dan hebben we intern en extern inhoudelijk een aanspreekpunt, een organisatie die  meer bevoegdheden naar zich toe kan trekken en een beroepsgroep die serieus wordt genomen omdat het zelf ook een kwaliteitsstandaard aanhoudt. Nogmaals je kunt je van alles laten overkomen of je neemt als beroepsgroep zelf het voortouw.

Dat kun je bijvoorbeeld in een simpele vorm organiseren door een eenmalige registratie als je je bevoegdheid hebt gehaald met daaraan gekoppeld een tuchtraad zoals in Schotland. Of een register met urenregistratie van gecertificeerde opleidingsuren zoals verpleegkundigen sinds een paar jaar hebben. Of misschien bovenop zo’n basisregister een uitgebreidere inhoudelijke kwaliteitstoets zoals de National Board for Professional Teaching Standards in de Verenigde Staten. Een leraar met master teacher certificaat heeft dan toegang tot allemaal beleids- en ontwikkeltrajecten. Teacher leadership zoals in Singapore. En waarom dat ook niet beter belonen? Beloon die inspanning! In Schotland hebben leraren ook toegang tot onderwijskundig onderzoek via hun Teaching Council. Waarom niet curriculumontwikkeling bij een geregistreerde beroepsgroep neerleggen? Als het register in ieder geval maar inhoudelijk zinvol wordt uitgevoerd en aansluit bij de lespraktijk. In andere sectoren en in het buitenland zijn in ieder geval genoeg voorbeelden waar het wel is gelukt. Dat moet bij ons ook mogelijk zijn.

Voorwaarde is dan wel dat we het eigenaarschap van de Onderwijscoöperatie breder trekken dan nu alleen lidmaatschap van de deelnemende organisaties. Inschrijven in het register is inspraak in het register de beroepsorganisatie. Die kun je dan ook meer verantwoordelijkheden toevertrouwen. Een realistische optie is om dan in het bestuur naast de bonden ook zetels in te ruimen voor registerdocenten. Zo’n hybride optie bleek juist ook een van de voorwaarden voor succes in Schotland. In Engeland waar dat niet het geval was is de Teaching Council inmiddels weer ter ziele gedragen. De bonden geven de beroepsgroep ook organisatiekracht en massa.

Een andere voorwaarde is dat het register van de beroepsgroep zelf is. Advies van andere partijen is prima, maar de eindverantwoordelijkheid ligt bij leraren. Anders wordt het een beleidsinstrument in handen van de politiek en werkgevers en daarmee creëer je juist niet die ruimte die nodig is om professional capital te ontwikkelen.

Ten slotte zouden we de beroepsorganisatie ook op dezelfde manier kunnen financieren als de raden, een bedrag per leerling. Vraag voor het register een bijdrage van docenten, maar maak de organisatie onafhankelijker van OCW en laat het op gelijke voet staan met de PO, VO en MBO-Raad. Er staan genoeg versnipperde projecten op de begroting bij OCW waarin gesneden kan worden om dit te bekostigen.

Het gaat nu te ver om Samen Leren helemaal inhoudelijk te becommentariëren. Alles moet nog verder worden uitgewerkt. Daar hebben we natuurlijk wel concrete ideeën bij. Minder vakken betekent bijvoorbeeld niet dat er vakken verdwijnen, maar dat er in minder vakken examen wordt gedaan. Variëren in beloning is geen prestatiebeloning. Het ontwerpen van het curriculum moet veel meer open, transparanter en met een grotere rol voor docenten. En over salariëring is het laatste woord ook niet gezegd. Uiteindelijk is het heel veel geven en nemen en hebben alle partijen: leraren, schoolleiders, bestuurders, bonden, raden, politiek, OCW, lerarenopleidingen, het hoger onderwijs en heel veel anderen hier een rol in.

Maar compromissen sluiten betekent niet gelijk inkapselen, integendeel. Ik ben hier ingestapt met een bepaalde overtuiging dat we de ideeën van Het Alternatief in de praktijk kunnen brengen. Voor mij is het nooit alleen een intellectuele exercitie of theoretische vingeroefening geweest. Ik wil dat er wat verandert. Als  onderwijswoordvoerders van regeringspartijen oprecht toezeggen hier werk van te willen maken dan druist het juist in tegen het principe van Het Alternatief om niet die stap te wagen? We vragen toch om lef? Om onze nek uit te steken? Dat we het initiatief naar ons toe trekken? Dat kan uiteindelijk alleen in de praktijk. Door stappen te zetten en door het te doen. Gaat het lukken? Ik heb geen idee, maar ik heb wel hele goede hoop.

Leerlingen

Misschien is het is goed om te eindigen met wat leerlingen hier nou eigenlijk mee winnen. Ik denk dat ze hierdoor veel meer ruimte krijgen om ook zelf invulling te geven aan hun onderwijs omdat ons onderwijssysteem en scholen veel flexibeler kunnen gaan werken. Dat ze samen met docenten veel meer de verdieping kunnen opzoeken omdat docenten daar eindelijk de tijd en ruimte voor hebben. Dat het curriculum veel relevanter en uitdagender zal zijn en dat het ze daardoor ook beter voorbereid op de toekomst. En  dat ze steengoede en inspirerende docenten voor hun neus hebben omdat die eindelijk de ruimte en tijd hebben om hun lessen goed voor te bereiden. En daarmee bedoel ik juist ook de zittende docenten die nu ook al hun stinkende best doen.

Wat ik hierboven beschrijf zou een verdere invulling van Samen Leren kunnen zijn, maar het staat niet in steen geschreven. Wat wel vaststaat is dat het een geheel is, dat is de afspraak. Geen deeloplossingen en pleisters meer, die hebben we al genoeg gehad. Naast een eerste aanzet is het ook een uitnodiging om hieraan mee te denken en te werken. We zijn inmiddels met de minister, de staatssecretaris, andere poltieke partijen, de bonden en de raden in gesprek geweest om samen punten uit te werken. Morgen gaan we het gesprek aan in de Balie en hopelijk kunnen we dat “samen” nog veel groter maken

Samen Leren

By | Flip the System, Het Alternatief, Uncategorized | 7 Comments

Een half jaar geleden kwamen we met negen mensen uit het onderwijs met vijf politici bij elkaar om te verkennen wat er beter kan in het onderwijs. Iedereen kon vrij praten onder de voorwaarde dat het binnen vier muren bleef en onder Chatham House Rule. Vier muren ergens in de Tweede Kamer in dit geval. Vanaf het begin was dit een gesprek, of misschien is een beter woord onderzoek, van een niveau dat ik niet veel heb meegemaakt in het onderwijs. Iedereen sprak met zoveel kennis van zaken, maar ook met veel vuur over het onderwijs. En er kwam al heel snel een gezamenlijk idee naar voren, nog niet concreet, maar vol met mogelijkheden. Ik was na eerste bijeenkomst in de Tweede Kamer enthousiast en ook vol ideeën.

Een half jaar later zijn we tot een voorlopige conclusie gekomen. Een plan dat “: aanbevelingen uit het onderwijs”  heet. Het is een notitie op hoofdlijnen waar veel mensen binnen en buiten het onderwijs zich hopelijk in kunnen vinden. Maar het staat niet in steen geschreven en veel moet nog worden uitgewerkt. Die ruimte is ook belangrijk want we moeten er samen uitkomen. The devil is in the details en zeker in de implementatie. Bij deze dan ook een uitnodiging om mee te denken en het verder in te vullen.

Meer informatie

  • De notitie “Samen Leren” (PDF)
  • Volkskrant artikel (Ik had graag een andere insteek gezien die recht doet aan iedereen die er bij betrokken is) (Blendle)
  • Facebook pagina (link)

Mensen

Onderwijs: Hetty Belgers, Jet Dekkers, Jelmer Evers, Ilja Klink, Rene Kneyber, Laurens van Lier, Ruud Porck, Jaap Versfelt en Eric van ’t Zelfde

Onderwijswoordvoerders van de Tweede Kamer-fracties van de VVD en de PvdA, te weten: Pieter Duisenberg, Karin Straus, Tanja Jadnanansing, Loes Ypma en Mohammed Mohandis

Belangrijke aanbevelingen

“1. “De ambitie over de hele linie omhoog

  • Neerzetten van een breed gedeelde hoge ambitie op leerlingdoelen, kwaliteit van leraren en verbetercultuur op scholen
  • Het herzien van het curriculum en het laten uitwerken van dit curriculum door de beroepsgroep leraren

2. Pressure en support om een verbetercultuur op scholen te creëren:

  • ‘Support’ voor scholen bij het creëren van een verbetercultuur met transformatieaanpakken met bewezen impact (denk leerKRACHT…)
  • ‘Pressure’ op scholen om een verbetercultuur te vormen door transparantie en onderlinge peer review (ipv alleen door de Inspectie)

3. Randvoorwaarden realiseren voor een verbetercultuur op scholen:

  • Afschaffen van de normjaartaak
  • Verder flexibiliseren van de lestijd en de onderwijstijd
  • Verminderen van het aantal vakken waar kinderen op het VO uit kiezen, zodat leraren de verdieping kunnen zoeken
  • Loskoppelen van toetsen die de kwalificaties van leerlingen veilig stellen (bijv. CITO eindscore, CSE) van toetsen die leraren in staat stellen het onderwijs te verbeteren (bijv. leerlingvolgsystemen, SO) en die laatste toetsen daarom niet meer meenemen in het beoordelen van scholen

4. Zorgen dat toppers weer leraar willen worden. 

  • Strenge toelating op de lerarenopleidingen en PABO’s
  • Veel betere lerarenopleidingen, met een verbetercultuur
  • Betere arbeidsvoorwaarden voor uitstekende leraren (en net als in andere beroepsgroepen tekortschietende leraren kunnen ‘schrappen’)

5. De beroepsgroep Leraren versterken (door omvormen van de Onderwijscoöperatie tot onafhankelijke vereniging van leraren, vergroten rol lerarenregister, zeggenschap over curriculum, een innovatiefonds, etc.)”

Rapport: Meerwaarde van Eigentijds Onderwijs

By | Uncategorized | No Comments

Kennisnet en hebben net het rapport “Meerwaarde van eigentijds onderwijs: Een verkennend onderzoek naar niet-cognitieve resultaten van Pleion-scholen”. Zoals ik al aangaf bij mijn redenen om “New Pedagogies for Deeper Learning” te steunen moeten we meer en grootschaliger gaan onderzoeken wat de waarde is van progressief onderwijs. Progressief vind ik overigens een betere term dan vernieuwend of eigentijds. Het past in een lange traditie.

Het is, zoals wordt aangegeven, een verkennende studie. De resultaten zijn gebaseerd op kwantitatieve en kwalitatieve zelfevaluatie, waarbij ook leerlingen uit meer traditioneel onderwijs zijn betrokken. Stevige conclusies kun je er niet uit trekken. Maar ik ben blij dat er  onderzocht wordt waar we mee bezig zijn. Het is een begin en een aanzet voor meer onderzoek. Er staan interessante case-studies, interventies en observaties in. Dus ben je geïnteresseerd om je onderwijs (iets) anders vorm te geven, dan is het zeker de moeite waard om het een keer door te nemen.

Uit het rapport:

“Onderzocht is hoe de integrale vernieuwingsscholen verenigd in Pleion hun leerlingen eigentijdse vaardigheden aanleren. Daarbij gaat het om vier competenties voor zelfsturend leren: (1) de regie nemen over je eigen leerproces, (2) reflectie, (3) leerstrategieën toepassen en (4) samenwerkend leren. Daarnaast is gekeken naar (5) creativiteit en (6) de vertaalslag maken van leerstof naar werkelijkheid. En: hoe faciliteren deze scholen het eigentijds onderwijs met richting, ruimte en ruggensteun?”

Resultaten:

“• Leerlingen bij Pleion-scholen ervaren meer ruimte en iets meer ruggensteun bij hun school dan dat leerlingen in het regulier onderwijs dat bij hun school ervaren.
• Leerlingen bij Pleion-scholen scoren hun competenties voor met name leerstrategieën inzetten en samenwerkend leren hoger dan leerlingen in het regulier onderwijs doen. Bij zelfreflectie is een verschil te zien, maar in mindere mate.”

Conclusie:

“Uit de good practices komt naar voren dat het vormgeven van een leeromgeving waarin de leerling zelfsturend kan leren complex is. Deze complexiteit is gelegen in het in samenhang ontwikkelen van het docentteam, het onderwijsprogramma en het management. Richting, ruimte en ruggensteun zijn in  dit veranderproces cruciaal. Op alle niveaus. (…)

Zo is richting, ruimte en ruggensteun belangrijk in de transitie naar eigentijds onderwijs. Soms is wat meer richting vereist, soms ruimte en soms vooral ruggensteun. Hoe het ook zij: de sleutel daarvoor ligt in handen van het management. Want het voorleven van de onderwijsvisie is een krachtige interventie die een groot effect heeft op de schoolcultuur.”


 

Blogpost Kennisnet: link
Volledige rapport: link

 

New Pedagogies for Deeper Learning

By | Uncategorized | 4 Comments

“Werkt het eigenlijk wel wat jullie doen?” Dat vroegen een vader en een meisje me op een open dag van UniC. Alhoewel, het was met name de vader die hierin geïnteresseerd was. Ze waren duidelijk enthousiast, maar de vader had zijn twijfels. “Het is niet zoals vroeger he?” Werkt het? Die vraag is me zo vaak gesteld op UniC. Op open dagen met ouders, gesprekken met docenten op andere scholen, docenten die komen kijken hoe we het doen. Mijn antwoord is dan volmondig ja. Niet dat alles perfect is, natuurlijk niet, maar als ik zie hoe kinderen bij ons tot wasdom komen dan kan ik zeker vaststellen dat we iets goed doen. Dat iets zit in persoonlijke ontwikkeling, zelfreflectie, empatisch vermogen, een brede, holistische kijk op de wereld. Daar draagt de onderwijsvisie, maar met name de pedagogische kijk (opdracht?) van docenten het meest aan bij. Dat zorgt ervoor dat we het anders aanpakken dan de veel andere scholen. Als ik ergens nooit spijt van zal krijgen dan is het mijn overstap naar UniC. Dat was de beste stap die ik als docent heb gedaan.

Maar dat “iets” is niet genoeg. Je moet meer inzicht krijgen in wat er terecht komt van je onderwijsvisie- en inspanningen. Maar dan niet puur op een “meten is weten” manier. Examencijfers zeggen wel iets over een bepaalde cognitieve ontwikkeling, maar meer dan een ijkpunt is het in mijn ogen niet. Onderwijs is veel te complex om puur in data te vatten, en zeker niet als die data bestaan uit een paar cijfers. Maar we hebben wel informatie nodig om te kunnen handelen. Natuurlijk wordt er ook wel onderzocht wat er werkt op vernieuwingsscholen, maar dat is toch te kleinschalig, nog niet gericht op de juiste onderwerpen en is te weinig zichtbaar in mijn ogen. Daardoor blijf je voor de buitenwereld te vaak met lege handen staan.

Daarnaast vindt er onder docenten weinig samenwerking en kennisuitwisseling plaats: kijken wat werkt, samen ontwikkeling, experimenteren. En dan niet alleen binnen je eigen school. Juist ook scholen onderling zouden veel meer samen moeten ontwerpen en borgen waar ze mee bezig zijn. Professionele leergemeenschappen vormen. Ook daarin zijn we niet goed als vernieuwingsscholen en hebben we veel laten liggen. Ik kan daar genoeg systemische redenen voor aanwijzen, lees bijvoorbeeld Het Alternatief, maar daarin hebben we zelf ook een rol.

We moeten samen ontwerpen, onderzoeken en verbeteren. En kijken naar nieuwe (of oude) pedagogisch/didactische vormen, andere manieren van assessment, borgen van verbeteringen en vernieuwingen binnen scholen. Waarbij leerlingen daadwerkelijk passend en uitdagend onderwijs krijgen (niet perse gepersonaliseerd!) Daar gaat het om. Willen we vertrouwen krijgen dan moeten we dat vertrouwen zelf gaan organiseren. Dat kun je als docent, als school, en zelfs als scholen niet alleen. Daar heeft iedereen, ook de inspectie, een rol in.  Alleen op die manier kunnen we structurele onderwijsverbetering bewerkstelligen.

Vandaar dat ik toen ik de vraag kreeg of ik mee wilde werken aan het opzetten van de Nederlandse tak van New Pedagogies for Deeper Learning van Michael Fullan ja zei. Michael Fullan en Andy Hargreaves hebben door “The Global Fourth Way” en “Professional Capital” mijn blik op onderwijs (verbetering) fundamenteel veranderd. En Fullan heeft met name in Canada al veel goeds bereikt door dat professionele kapitaal in het hele systeem in te zetten. Ik ben het niet met alles en iedereen eens, de “school is saai” mythe doet geen recht aan de werkelijkheid. Maar door mijn eigen praktijkervaring weet ik wel dat het anders kan en dat dat alleen kan door breder dan je eigen school te opereren.

New Pedagogies for Deeper Learning streeft ernaar om 1000 scholen in 10 landen in een netwerk te laten opereren. Waarbij het niet de bedoeling is om onderwijs op te leggen, maar juist om samen en juist ook binnen de eigen, lokale schoolcontext te verbeteren. Nieuw onderwijs ontwerpen en onderzoeken binnen je eigen school, samen met een eigen cirkel van scholen, geborgd in een internationaal onderzoek. Om zo samen te onderzoeken wat werkt en hoe we op die manier dat leren zichtbaar kunnen maken. Docenten nemen zelf het voortouw, voeren het uit, gaan bij elkaar in de klas kijken en ontwikkelen zelf de vaardigheden die nodig zijn om dit onderwijs mogelijk te maken.

Een bijkomend voordeel is ook dat er vanuit de overheid (OCW en inspectie) eindelijk ruimte lijkt te ontstaan om flexibeler en diverser onderwijs aan te bieden. Door blended learning en het vormen professionele leergemeenschappen is het mogelijk om meer te experimenteren in tijd en vorm. Die handschoen moeten we opnemen. Veel scholen en docenten staan aan het begin van grote veranderingen. Dat kunnen en moeten we samen doen. Zodat we vol zelfvertrouwen aan de wereld kunnen laten zien waar we mee bezig zijn.

Bij deze is iedereen van harte uitgenodigd om mee te doen. Het is de bedoeling dat we in november van start gaan. Mocht je interesse hebben dan kun je hieronder meer informatie vinden en je bent van harte welkom op

  • 12 september, 14-15:30 Freudenthal Instituut Utrecht (pdf)
  • 19 september, 14-15.30 PO Vrij Universiteit Amsterdam (pdf)

Kijk op
www.newpedagogies.info
www.newpedagogies.nl

Volg
@woutervj
@marlouvanbeek
@newpedagogies

 

Teacher Led Schools and Teacher Leadership on Newshour

By | english, English, Flip the System, Het Alternatief | No Comments

Slowly, but steadily agency, or is getting more attention in the mainstream media.  PBS Newshour had an item on one of the most prolific examples of this trend: .

Lots of educational systems around the world are plagued by high turnover rates and job-dissatisfaction. As one of the teachers in the report says she lost inspiration and wasn’t able to teach as she deemed fit anymore, her child-centered approach fell out of favor as testing and accountability became the new buzzwords. “A tsunami of data-collection frenzy”. Instead of good education we got flawed data.

In an environment like this it is extremely hard to uphold your integrity as a teacher. Her professional ethos got the upper hand and she decided to quit. This hostile top-down climate has made teachers jobs a lot harder. Thus the higher dissatisfaction, higher turnover rates of teachers and a continuing weakening of the profession. Something you see in a lot of developed countries, including the Netherlands.

But instead of leaving, teachers are also taking matters into their own hands. One of the most promising examples of this are the teacher led schools. The report features Mission Hill in Boston, with the inspiring motto: “The freedom to teach and the freedom to learn.” As one of the teachers at Mission Hill is saying “We’re not just democratic in theory, but in practice” Professionalism isn’t something that can be done to you, it is something you do. Good education isn’t some prescribed set of rules, it is something you achieve through an ongoing discourse within the school community, including students and parents. A Mission Hill teacher: “Anything that comes down the pike is a conversation.”

Following this logic, no teacher led school will look the same. At Mission Hill they do have a principal, but she calls herself lead-teacher.

In Trusting Teachers with School succes, Kim Farris Berg and Dirkswager identified nine areas in which teachers may have autonomy, but rarely have it. (Dirkswager & Farris-Berg, 2012) At Mission Hill “all decisions, curriculum, budget, hiring, are voted on by the entire staff.”

“Nothing goes forward until everyone agrees. When we make decisions, we have a raise of hands. So, five, you strongly agree, four, you agree, you have some reservations, but you can live with it. But if you put a one, you disagree and we stop. We don’t go on until everyone can say they have a five or a four. With this authority, teachers decide the look and feel of their classrooms. There’s lots of low lighting and soothing music. Arts and crafts are everywhere, all part of Mission Hill’s personality.”

 “We’re not going to use a packaged curriculum. We’re going to use students’ voices to shape our curriculum, that we’re going to shape our curriculum around their interests. I think, at most other schools, it’s a lot of, you will follow this. You must follow this, and there’s never any room to breathe.”

There are lots of different models and Mission Hill has real autonomy. But what Teacher led schools do have in common is a focus on students instead of grades. Moreover they have a low turnover rate and job satisfaction is high. To me agency is key here, for both teachers and students.

But that agency shouldn’t end at the school building. As Tony Wagner rightly says in the report we should look further, at the entire educational system. Rene Kneyber and I have argued in Het Alternatief (Dutch, in English The Alternative) that teacher agency is something that has to be embedded on every level of an educational system to achieve real and meaningful change. We call this . (Evers & Kneyber, 2013) We have to look for inspirational examples like Mission Hill to show us how to get there.

For more resources on teacher leadership see:

Bibliography

Dirkswager, E., & Farris-Berg, K. (2012). Trusting teachers with school success : what happens when teachers call the shots. Lanham Md: R & L Education.

Evers, J., & Kneyber, R. (2013). Het alternatief : weg met de afrekencultuur in het onderwijs! Amsterdam: Boom.

 

A virtual analysis, blended learning put to the test

By | blended learning, english, Flipping the Classroom | One Comment

The Bok Center for teaching and Learning has analysed for HarvardX blended courses. And not surprisingly it is all about pedagogy.

“While the variability among the four College courses made general interpretations a challenge, the student assessments did reveal some commonalities that were not necessarily course- or instructor-specific. Among the key findings:

  • Students tended to conflate the teaching approach with the blended format, responding more to the teaching itself than to how specific online or blended elements worked.
  • Students appreciated the quality of the HarvardX materials, and most found them interesting and engaging.
  • For the most part, students spent roughly the same amount of time on homework and preparation for the blended class as they did for a traditional Harvard course.
  • Students valued the increased flexibility and ability to learn at their own pace, but still wanted in-person interactions with faculty and among themselves. They said that sections — small-group discussions outside the class ― were especially vital, enabling feedback, time for Q&A, meaningful collaborations, and a deeper sense of intellectual community.
  • The most common student complaint was that online learning opportunities were often redundant with in-class components, as faculty experimented with how to best use class time and encourage participation. In-class activities worked best when they were well-structured, such as when students were given discussion questions, problem sets, or worksheets in advance.
  • In any setting, students cut corners to save time, earn participation points, or get through required assignments or assessments. Many adopted efficiency strategies while watching the online lessons, causing some to integrate the materials in less-than-meaningful ways.”
The key takeaway is of course that for a good blended course you need sound pedagogy. Which for anyone involved in teaching is an open door of course. Just adding technology, video and putting course materials online doesn’t make for good education. But maybe that is because in secondary education pedagogy is central to good education. In higher education this doesn’t seem to be the case as much.

My main conclusion of blended teaching is that it enables differentiation. A student doesn’t need to be in the classroom all the time if that doesn’t fit the learning goals of that student. Or maybe a lot of remediation is needed. Plan time for individual coaching and in the classroom design challenging activities to engage the group as a whole.

In the end I, and any good teacher will always try to make sure that in-classroom activities are worthwhile and stimulate deep learning, that way students will come. Even if they’re allowed not to.

Research summary here

Een echt register

By | Uncategorized | 2 Comments

Deze tekst verscheen ook in “Van Twaalf tot Achtien”

In Nederland hebben we de neiging om alles weg te polderen. Dat is zeker het geval bij het lerarenregister. Oorspronkelijk bedoeld om de status van leraren op een lijn te krijgen met andere professionals: artsen, advocaten en ook verplegers bijvoorbeeld. Allemaal voorbeelden van beroepen met hun eigen register waarin je ingeschreven moet staan om je beroep uit te mogen oefenen. Zo niet bij leraren. Na de lerarenopleiding is er nergens de mogelijkheid om je als professional te registreren.

Bij veel beroepen heeft de beroepsgroep zelf de invulling en handhaving van een register ter hand genomen. Bij artsen is dit bijvoorbeeld een langdurig en moeizaam proces geweest. Hetzelfde geldt voor het lerarenregister. Er wordt constant aan getrokken door verschillende partijen. De overheid en de raden proberen steeds het register voor hun eigen doeleinden te gebruiken, terwijl het daadwerkelijke slagen ervan alleen maar bij de beroepsgroep kan liggen. In dit geval verenigd in de Onderwijscoöperatie. Die heeft goed werkt verricht doordat veel docentenorganisaties nu met een stem kunnen gaan praten. Het probleem is echter dat de Onderwijscoöperatie weinig legitimiteit en ook bekendheid geniet door het trapsgewijze lidmaatschap. Je bent lid via de lidorganisaties: de vakbonden, vakverenigingen en BON.

Om inspiratie op te doen hoe het ook kan kunnen we de Atlantische Oceaan oversteken. De Amerikanen zijn een stuk verder dan wij. Certificering is daar geregeld op statelijk niveau. De federale overheid heeft traditiegetrouw minder te zeggen over onderwijs. In de praktijk betekent dit dat elke staat een certificeringsproces eist van leraren. Je moet gecertificeerd zijn om les te kunnen geven, een  teaching license. Daarmee behaal je een basiscertificicering die om de paar jaar vernieuwd moet worden. Je moet dus laten zien dat je aan professionalisering hebt gedaan. Tot zover komt dat redelijk overeen met ons lerarenregister.

In 1987 kwam een coalitie van leraren, vakbonden, politici en het bedrijfsleven tot de oprichting van de National Board of Professional Teaching Standards (NBPTS). De NBPTS is verantwoordelijk voor landelijke certificering van leraren.  Het verschil met de staten is dat het voor- en door leraren wordt gedaan en dat de eisen enorm hoog zijn. Er zijn vijf kernwaarden geformuleerd waaruit een gedetailleerde beschrijving volgt waaraan leraren moeten voldoen. Leraren verkrijgen uiteindelijk een certificaat per vakgebied, die vakinhoudelijke en didactische eisen kunnen dus verschillen. Maar veertig procent slaagt bij de eerste certificeringspoging en zeventig procent is geslaagd na de derde poging. Hierdoor is een NBPTS een kwaliteitsstandaard geworden in plaats van een afvinklijstje van nascholingscursussen die zijn gevolgd.

Inmiddels is er over het lerarenregister een compromis uitgerold. Een verplichte registratie met het bijhouden van die registratie op vrijwillige basis. Ik ben tot de conclusie gekomen dat deze polderoptie ook kansen biedt. Het tweesporenbeleid is misschien zo gek nog niet. Een verplichte basislicentie opent de deur naar een meer flexibelere accreditatie van leraren. Zonder dat dat de kwaliteit in de weg hoeft te staan. Dat ligt bij ons als beroepsgroep. Daarnaast kunnen we een NBPTS-achtige kwalificatie invoeren, die van expert-leraar, waarvan goed is geformuleerd waaraan moet worden voldaan en het kwalificatieproces is veeleisend. De algemene formulering ligt dan bij de beroepsgroep en aanvullende vakinhoudelijke eisen worden geformuleerd en getoetst door de vakverenigingen. Die dan eindelijk ook meer gewicht krijgen. Aan die expert-leraar zit ook een hoger salaris verbonden en toegang tot teacher-leadership trajecten die ook in ons hele onderwijsbestel worden gecreëerd. Voorwaarde hiervoor is wel dat de Onderwijscoöperatie hervormt, registreren is inspraak. Legitimiteit is een voorwaarde om dit tot een succes te maken.

De weg naar goed onderwijs ligt onder andere bij goede docenten die hun eigen kwaliteit bewaken, het raamwerk van het register en de Onderwijscoöperatie ligt er al. Laten we er nu voor zorgen dat het daadwerkelijk een succes wordt.

Herkansing eindexamen geschiedenis

By | Uncategorized | No Comments

Nog een laatste keer een examen blogpost voor de examenkandidaten die nog één keer geschiedenis moeten doen voor hun herkansing. Je kunt nog een hoop doen in de dagen die je nog hebt. Je hebt het namelijk allemaal al een keer gezien en gehoord het afgelopen jaar. Dat is een goede basis om de stof je nog beter eigen te maken. Ik heb wat hieronder staat met mijn eigen leerlingen  doorgenomen.

Neem ten eerste het eindexamen nog een keer door. Kijk het zelf met het antwoordmodel na en bespreek het daarna eventueel met je docent. Probeer te achterhalen waar je je kunt verbeteren. Benoem je te weinig de begrippen? Gebruik je de bronnen niet goed? Zit oorzaak en gevolg er voor een thema niet in? Dat zijn een paar voorbeelden waar je aan kunt denken. Bekijk van tevoren deze twee filmpjes over examens maken en leren. Hier is een analyseformulier dat je kunt gebruiken. Met deze analyse kun je aan de slag. Je kunt de planning die hieronder staat gebruiken. Ga niet zomaar lukraak leren, maar probeer het echt gestructureerd, met de ideeën van hieronder, aan te pakken.

Vrijdag/zaterdag/zondag
Neem de stof nog een keer door met de examenkaternen/examenbundel

Na/tijdens elk hoofdstuk doe je het volgende:

  • Begin met het onderwerp waarop je het beste hebt gescoord, je kunt er ook voor kiezen om daar iets minder tijd voor uit te trekken.
  • Lezen en video’s kijken .
  • Begrippen en jaartallen opschrijven op kaartjes, aan de ene kant het begrip en aan de andere kant korte uitleg. Of online op www.quizlet.com (maak twee groepen: Republiek en VS) Daarmee overhoor je jezelf kort als je klaar bent met het hoofdstuk. Ik raad je quizlet aan.
  • Maak daarna na elk hoofdstuk  online toetsen die bij je methode horen en daarna de toepassingsvragen die in de examenbundel bij dat hoofdstuk horen.
  • Sluit elk onderwerp af met twee examens en begin daarna pas aan het volgende onderwerp. Uit 2012/2013 Eerste Tijdvak (mei) en Tweede Tijdvak (juni/herkansing) Je maakt dus steeds een half examen wat bij het onderwerp hoort

Maandag

  • Stel vast waar de gaten liggen. De stof is netjes opgedeeld in paragrafen. Maak in een tabel een overzicht hiervan
  • Neem je gemaakte werk door met je docent op school.
  • Focussen op die gedeeltes waar je je nog onzeker over voelt. Met het boek (werkplaats katern of examenbundel) waarmee je het prettigst werkt.
  • Een tijdlijn/mindmap maken over deze gedeeltes werkt ook erg goed.
  • Maak bij deze gedeeltes de vragen die bij geschiedeniswerkplaats achter elk hoofdstuk te vinden zijn. Of de relevante opgaven uit je examenbundel.

Dinsdag

  • Maak het examen van dit jaar nog een keer! Zowel HAVO als VWO. Focus je daarna nog even op de vragen die minder goed gingen. Doe dit eventueel met iemand samen. Vraag om feedback.

Woensdag
Super goed examen maken en gewoon slagen!

Dit is even knetterhard werken, maar dan zit het er echt wel goed in! Probeer je aan dit of je eigen schema te houden.