All posts by admin

Duurzame innovatie: laat docenten het zelf doen

By | Uncategorized | 2 Comments

Een maandagavond tot twaalf uur ’s nachts op een school doorbrengen, voor je lol. Dat deed ik laatst op De Populier. Ik was uitgenodigd door mijn vriend Arjan van der Meij, natuurkunde-docent, om een avondje te komen #plakkenenknippen (ja dat is de juiste volgorde). Arjan en zijn science vrienden hebben een Fab-lab op school. Een goed geoutilleerd lab waar je dingen kunt maken: onder andere een 3D-printer en een laser-cutter.  Er waren (oud) collega’s en (oud) leerlingen, vrijwillig, om dingen uit te vinden, te proberen, te leren en om lol te maken. Het lab wordt door de science sectie goed gebruikt in de lessen. Maar het gaat verder. Per-Ivar Kloen heeft de Fab Klas project opgestart waar leerlingen op vrijdagmiddag hun projecten kunnen ontwerpen en uitwerken. Een van de resultaten van die avond was een 3D-scan van mezelf, en ik was zo blij als een kind.

Op de open avond op mijn school UniC lopen een aantal leerlingen en docenten rond, verkleed als monnik, tovenaar of elf. Het zijn de fantasten, een grote groep die zich bezig houdt met Live Action Roleplay. De groep is opgericht door mijn collega Nils Visser.  Bij de “coming-out” vorig jaar kwamen alle leden (ca 70) verkleed op school en er viel geen onvertogen woord. Nils wil graag via de Fantasten leerdoelen vakoverstijgend verwerken in Roleplay activiteiten. Op deze manier kunnen kunst, geschiedenis, de talen, maar ook wiskunde worden verwerkt. Eigenlijk elk vak wel. Ook bij de Fantasten komen leerlingen vrijwillig en voor de lol buiten schooltijd naar school om te leren.

De plannen van Arjan en Nils sluiten aan bij twee grote trends: de maker movement en Game Based Learning (GBL).  De Maker Movement is een steeds invloedrijkere beweging die ervan uit gaat dat mensen zelf in staat zijn en het leuk vinden om eigen dingen te ontwerpen en te maken. Door steeds goedkopere digitale tools en bijvoorbeeld de 3D-printer komt de toekomst van de consument als producent steeds dichterbij. Dit heeft verregaande gevolgen voor het onderwijs: leerlingen kunnen nu steeds makkelijker ontwerpen en prototypen. Zo komt daadwerkelijke authenticiteit steeds dichterbij. GBL gaat ervan uit dat game-technieken ook een meer authentieke en interactieve leerervaring creëert. Dat kan via commerciële video- en bordspellen, speciale educatieve games (serious games), gamification: game technieken in de les en in het curriculum, via rollenspellen, maar ook door zelf spellen te ontwerpen. Door te spelen leer je.  Beide ontwikkelingen sluiten aan bij een bredere trend en zoektocht naar meer authentiek onderwijs waarbij leerlingen meer doen door te leren en dat ook aansluit bij de interesses van leerlingen (en volwassenen)

Praktijk, theorie en gelijk doen komen bij deze docenten samen. Beter dan welk techniek-pact of excellentie-traject zijn Arjan en Nils in staat om innovatief onderwijs en die doelstellingen te verwezenlijken. Arjan en zijn collega’s zijn hiermee zelf aan de slag gegaan. Ze hebben zelf fondsen gezocht en ruimte voor zichzelf gecreëerd om hiermee aan de slag te gaan. Maar ook hier wringt het dat er gewoon te weinig tijd en geld is. Dat geven ze zelf ook aan.  Zowel de Fantasten als Fabklas zijn onderdeel van onderwijspioniers, een heel goed project, maar nog steeds te weinig. Waarom eigenlijk? Waarom hebben deze top-docenten geen 20% time, a la Google, om dit soort projecten te ontwikkelen? Waarom is er geen grote innovatiepot die direct aanspreekbaar is voor docenten? Met als voorwaarde dat het breed gedeeld wordt zodat ze anderen inspireren. Waarom is er niet meer tijd voor elke docent om dit te doen? Op die manier zouden bruikbare innovaties zich als een olievlek over onderwijsland verspreiden. Dat zie je nu al gebeuren en dat zou de politiek aan het denken moeten zetten. Als we al dat geld en de tijd dat naar grote campagnes, projecten en bijbehorende bureau’s gaat nou eens gewoon bij docenten neerleggen en kijken wat er gebeurt. Ik denk dat het resultaat verbluffend zal zijn.

Deze column verscheen eerder in “Van Twaalf tot Achtien”