All posts by Jelmer Evers

De geschiedenis van de toekomst van onderwijstechnologie

By | Uncategorized | No Comments

Audrey Watter heeft zoals gewoonlijk een heel erg goede post geschreven over onderwijs en technologie. Ditmaal over de geschiedenis van toekomstvoorspellingen over onderwijs en technologie. Welke voorspellingen werden er in het verleden gedaan over de toekomst van het onderwijs? Wat opvalt is hoe het discours niet heel wezenlijk is veranderd:

  • de dichotomie tussen progressief en klassikaal onderwijs:

“Computer-aided inspiration,” as Papert encouraged has been mostly trumped by “computer-aided instruction.

  • open versus gesloten technologie

“the primary purpose of the Dynabook was to simulate all existing media in an editable/authorable form in a highly portable networked (including wireless) form. The main point was for it to be able to qualitatively extend the notions of ‘reading, writing, sharing, publishing, etc. of ideas’ literacy to include the ‘computer reading, writing, sharing, publishing of ideas’ that is the computer’s special province. For all media, the original intent was ‘symmetric authoring and consuming’.”

“Isn’t it crystal clear,” Kay continued, “that this last and most important service [authoring and consuming] is quite lacking in today’s computing for the general public? Apple with the iPad and iPhone goes even further and does not allow children to download an Etoy made by another child somewhere in the world.

  • en overschatting van wat technologie kan bewerkstelligen. Ze citeert behaviorist Skinner:

“There is no reason why the schoolroom should be any less mechanized than, for example, the kitchen.”

En  de organisatie die de eerste computer aided instruction ontwikkelde, PLATO,  maakte de volgende ontwikkeling door:

From a machine at “the dawn of cyberculture” to one that delivered standardized testing for stockbrokers. The history of the future of ed-tech. Remember, new technologies are easy to develop; new behaviors and new cultures are not.

De boodschap is helder en een open deur, maar kennelijk heel moeilijk te begrijpen: de maatschappelijke context is doorslaggevend. En dat maakt het inderdaad een enorm complex probleem. We willen liever een quick-fix en daarom wordt onderwijs keer op keer geteisterd door solutionist oplossingen: “there is an app for that” En zoals Watters terecht stelt: de gestandaardiseerde cultuur van Skinner heeft het gewonnen van open en creativiteit van Papert. Papert zag technologie als middel om een onderwijskundige visie te bereiken. Gebruik en implementatie van technologie in het onderwijs vergt een diepgaande kennis en praktijkervaring op het gebied van onderwijs, technologie en de complexe maatschappelijke context. Ik weet wel waar die te vinden is.

Morozov, E. (2013). The Perils of Perfection  New York Times link

Watters, A. (2014). The History of the Future of Ed-Tech. Hack Education. Retrieved February 08, 2014, from http://hackeducation.com/2014/02/04/the-history-of-the-future-of-ed-tech/ link

Kennis vs Vaardigheden

By | Uncategorized | 3 Comments

Tegenwoordig kun je alles Googlen dus kennis is overbodig. Google als extensie van ons brein. Waarom zou je je dan nog bezig houden met kennis? Het gaat om vaardigheden. De vaardigheid om te zoeken bijvoorbeeld. Om informatie te verwerken. Toch? Fout.

Ik heb als docent de scheiding tussen kennis en vaardigheden nooit begrepen. Ten eerste is er natuurlijk het probleem wat er precies onder kennis wordt verstaan. Een korte blik op Wikipedia laat al zien dat de scheidslijn tussen kennis en vaardigheden niet makkelijk te maken is:

“de bekendheid met een persoon, zaak of verschijnsel. Dit kennen of deze bekendheid volgt uit ervaring en weten. Maar dit kan ook vastgelegd zijn in een document of abstracter in de samenleving aanwezig zijn.”

“het geheel van overtuigingen en inzichten die door wetenschappelijk onderzoek verkregen worden,”

Kennis is een persoonlijke bekwaamheid: een vermogen waarin weten en toepassing zijn geïntegreerd. Intellectueel kapitaal is de kennis, de informatie, het intellectueel eigendom en de ervaringen die kunnen worden aangewend om rijkdom te creëren.

Maar goed in de discussie wordt kennis vaak vernauwd tot begrippen, personen en jaartallen om maar dicht bij mijn eigen vak te blijven. Als we de geschiedenis even als voorbeeld nemen. Is er geen basiskennis aanwezig dan valt er niet zo heel veel te beginnen met de enorme complexiteit van alles wat mensen tot nu toe gedaan hebben. Een basisoriëntatie in tijd en plaats is nodig zonder je te verliezen in een overdaad van informatie. Hoe weet je anders waar je moet beginnen? Zelfs zonder deze nauwe definitie van kennis valt er niet te werken. Laat staan dat je verbanden gaat leggen tussen die verschillende stukjes kennis. En is dat weer geen kennis?Enfin, daar zijn sinds de oude Grieken al boeken over vol geschreven. Read More

Edubloggers badges 2014

By | Uncategorized | 4 Comments

Op veler verzoek en na lang aandringen van de senseis van de edubloggerswereld zijn hier de edublogger badges 2014! Omdat Willem (@trendmatcher) niet onder wilde doen voor Karin (@karinwinters) met haar “Edublogger Sensei Badge” heb ik speciaal voor hem een nieuwe badge gemaakt: de “Mr Miyagi Edublogger Badge” Oftewel Uber Sensei. Kopieer of download het plaatje en zet ze op je blog.

Edublogger

edublogger basic badge 2014 png small

https://www.dropbox.com/s/qvzzdjblm8k26vq/edublogger%20basic%20badge%202014%20png.png Read More

Leestip (PISA)

By | Uncategorized | 2 Comments

Deze column verscheen in 12-18

Het is weer zover, de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft weer zijn driejaarlijkse PISA rapport uitgebracht. Sidderend wachten onderwijsbewindslieden af hoe ze het er op de internationale ranglijsten vanaf brengen. Ranglijsten die gedomineerd worden door Aziatische landen, en Finland.  Ook in Nederland was er veel aandacht in de landelijke pers. En hoe deden we het in Nederland? We waren beter in Wiskunde dan de Finnen! Wat door het ministerie met gejuich werd ontvangen. En op de algemene ranglijst deden we het iets slechter.  In de pers was het eigenlijk alleen Bart Funnekotter die in NRC genuanceerd berichtte over het onderzoek. Verder was er helaas sprake van “scorebordjournalistiek en politiek”

Waarom maak ik me daar als docent druk over?  Omdat dit soort rapporten wel degelijk zinvolle dingen zeggen over ons onderwijs, maar even belangrijk: ze sturen ons beleid in toenemende mate en dat raakt ons werk in het klaslokaal.  Een regering die stelt dat we tot de “Top-5”  moeten behoren gaan op zoek naar instrumenten om dat te meten. En op de output van die instrumenten stuurt de regering. Wil je je als docent weerbaar opstellen dan moet je je bewust zijn van de maatschappelijke en politieke context waarin je opereert. Het rapport heeft enorme impact, terwijl er genoeg op aan te merken is. Als je je daar als docent en schoolleider niet tegenin gaat dan laten we ons teveel sturen door onwetende of misleidde politiek.

Het PISA onderzoek komt steeds meer onder vuur te liggen. Waar de OESO, en overigens ook andere onderwijsonderzoekers, hun data redelijk onfeilbaar achten is er erg veel op aan te merken, statistici zijn steeds kritischer over het gebruikte model en de methodologie. Daarnaast moet je ook kritisch kijken naar de manier waarop het gepresenteerd  wordt, een internationale ranking geeft enorme perverse prikkels.  Het verschil tussen landen kan niet significant zijn en toch kun je zo een paar plekken dalen of stijgen. Het is de OESO zwaar aan te rekenen dat ze de data op deze manier presenteren.  Koppel dat aan een zogenaamde  internationale PISA-dag en het zelf georganiseerde circus is compleet. Zo worden de PISA-onderzoekers een sturende partij in onderwijsbeleid en ondermijnen ze de neutrale wetenschappelijke status van hun onderzoek.

Kan het PISA-onderzoek dan in de prullenbak? Natuurlijk niet. Het is een onschatbare bron aan data die we moeten gebruiken om ons onderwijs te verbeteren. We moeten alleen niet doen alsof het een alleszeggend rapport is . Daarvoor is er teveel onzekerheid. Op micro-niveau kan het ook veel betekenen. De OESO ontwikkelt op dit moment een instrument voor individuele scholen om hun eigen onderwijsproces te onderzoeken ten opzichte van (inter)nationale uitkomsten. Daar zit veel potentie in, als alle beperkingen ook op dit niveau worden meegenomen en het een van meerdere indicatoren is. Niet de indicator.

Dit geluid, deze nuance, horen we nog te weinig en dat kunnen we onszelf aanrekenen. Als er vanuit de politiek een oekaze komt die leidt tot meer “teaching to the test” dan hebben we daar van docent, tot schoolleider, tot inspecteur, tot ambtenaar een keuze in om daar klakkeloos in mee te gaan of niet. Dat weet je alleen als je je bewust bent waar het beleid vandaan komt. Dus de leestip van deze week: Het PISA-rapport 2013

Update

Na een terechte opmerking van Gerard. Meerdere rapporten. Hier zijn ze te vinden. PISA Key Findings

Hier wringt het

By | Uncategorized | No Comments

Een druk werkende klas dinsdag het 6e uur. “Maar mijn antwoord is toch ook goed?” Verbaasd keek Roel op van zijn werk en het antwoordmodel. In dit geval ging de vraag over de Veertien Punten van president Wilson voor het post-Eerste Wereldoorlog tijdperk. Waarvan de inhoud overigens bij de meeste methodes al gesneuveld is, of ze noemen maar een paar van de veertien punten zonder al teveel inhoud. In dit geval ging het over een uitspraak Lloyd George, waarin en waarom de Britten inhoudelijk verschilden van de Amerikaanse president.

Ik was met 5 HAVO bezig met een toetsvoorbereiding. Na de vakantie hebben ze een summatieve toets. De eerste van het hele jaar voor een cijfer. En in die zin maken we ook een begin met de voorbereiding op hun examen. Althans, zo heb ik het ontworpen. Op een gegeven moment moet je leerlingen daar ook op voorbereiden. Wat moet je precies leren? Wat voor soort vragen kun je verwachten? Wat voor soort taal wordt er in de toets gebruikt? Welke trucs kun je gebruiken? Handelingen automatiseren. Leren hoe je moet leren voor een toets. Et cetera.  Veel vaardigheden, kennis en niveau komen natuurlijk al veel eerder formatief aan bod, maar een goede voorbereiding op het eindexamen is ook een taak van de docent en transparant voor de leerlingen.  En daar hoort in dit geval ook een cijfer bij.

Roel had een heel mooi antwoord geformuleerd over de vrijheid op zee, en wist ook nog over een paar andere punten historisch verantwoorde beredenering op te schrijven. Het antwoordmodel was echter heel summier. Een historische complexiteit teruggebracht tot twee korte zinnen over twee punten van Wilson.  Op UniC zijn leerlingen gewend om met de laptop (of tablet) te werken, met een enorme schat aan informatie tot hun beschikking. Deze oefentoets was een “open-boek” toets en natuurlijk kunnen ze dan diepgravender antwoorden dan de toets van ze verwacht. De leerstof staat online en daarmee zouden ze het juiste antwoord kunnen geven. Maar Roel ging gelijk door naar de veertien punten zelf en aan de hand van de bron formuleerde hij zijn antwoorden. Creatief, onderzoekend en met diepgang. Alles wat je wenst voor een kind nietwaar? Dat is niet hoe onze examens werken. Helaas.

De antwoordmodellen van de geschiedenisexamens schieten notoir tekort. Een algemene opmerking in het model van het CSE dat een juist antwoord dat niet in het antwoordmodel staat, maar wel historisch kan worden onderbouwd biedt ruimte, maar leidt ook tot veel verwarring.  Zoals ook te lezen is in het CITO-rapport over de tweede correctie. Op de opmerkingen over het geschiedenisexamen is wat mij betreft wel wat aan te merken. (zie pagina 17-22 van het rapport, en dan met name sommige antwoorden) Creativiteit van leerlingen wordt niet beloond, behalve als de docent en tweede corrector hier overeenstemming bereiken. Maar aangezien de teugels verder worden aangehaald zal het antwoordmodel steeds leidender worden. En met dat in het achterhoofd bereid ik mijn leerlingen ook voor.

Het gesprek dat we daarna voerden was ook interessant. Roel gaf aan dat hij niet dacht het zo simpel zou zijn. “Is dit het?” Ja dit is het inderdaad. Ik houd mijn leerlingen altijd voor dat het antwoordmodel niet meer is dan dat, een model. Je moet het systeem kennen en daarbinnen werken. En als je risico’s wilt vermijden je je ook aan dat model moet conformeren. Maar dat we tegelijkertijd twee dingen aan het doen zijn. Een diploma halen, maar ook voorbereiden op de wereld na de middelbare school. Roel’s werkwijze voldoet daar volgens mij veel meer aan dan het CSE.  Ik heb hem dan ook op zijn hart gedrukt dat zijn werkwijze op de lange termijn veel waardevoller was, maar dat hij dat voor de voorbereiding op zijn examen even aan de kant moest schuiven

“Maar mijn antwoord is toch ook goed?” Die zin, dat gesprek met Roel gaf voor mij helemaal weer waar het allemaal om gaat.  Waar het wringt in het klaslokaal. Teaching to the test is vaak een abstract begrip en dat blijft het vaak ook als je er over leest. In het klaslokaal wordt die abstracte schets ruwe werkelijkheid. Bovenstaande moet je ervaren, dan zie je dat je je als docent op een bijna niet te ontwaren glijdende helling aan het begeven bent. In hoeverre wordt de toets leidend? Voorlopig zullen de examens niet veranderen (daarover later meer) en daarom moet je je constant bewust zijn waarom je bepaalde dingen doet. Een les die ik ook uit Het Alternatief heb getrokken.

En nu?

By | Het Alternatief | One Comment

Deze post verscheen eerder als column in “van 12-18”

En nu? En nu ga ik hier even niet meer over Het Alternatief schrijven, dacht ik. Gewoon over lesgeven, nieuwe experimenten, innovatie, gave dingen.  Maar dan reken je er niet op dat het boek inslaat als een bom. De minister nam het boek in ontvangst en wapperde er uitvoering mee in de Tweede Kamer. Alleid Truijens en Marc Chavannes refereerden er instemmend naar. En dan komt de vraag steeds vaker: En nu? Wat gaan we met Het Alternatief doen?

Het gesprek is in ieder geval in volle gang en dat was ook de bedoeling. Rene Kneyber en ik werden onlangs uitgenodigd door de Arnold Jonk Hoofdinspecteur PO van de onderwijsinspectie om ons verhaal te komen doen in wat wij schertsend het hol van de leeuw noemden.  In een afgeladen zaal, waar de inspectie tot op het hoogste niveau acte de presence gaf, hielden we ons verhaal. Gedurende de discussie werd al snel duidelijk dat ook de inspectie bezig is met een grondig zelfonderzoek en dat ze ook op zoek zijn naar een alternatief. Met kleine experimenten proberen ze de bakens al te verzetten.

Maar ik vind dat niet voldoende. Ook de inspectie moet zich in de geest van Het Alternatief emanciperen en meer op afstand van OCW en de politiek komen te staan. De individuele inspecteur die achterin een afvinklijstje komt afwerken en daarna zonder commentaar vertrekt werd breed als achterhaald ervaren. Alleen al voor het imago van de inspectie is dat funest, zoals ook blijkt uit onderzoek van Van Twaalf tot Achttien en DUO.

Maar wat dan wel? Leergemeenschappen van scholen? Het lijkt weinige realistisch. Voor goede inhoudelijke feedback is tijd en mankracht nodigen die heeft de inspectie onvoldoende. Mijn rode draad is het lerende systeem, in de geest van Hargreaves en Fullan. Docenten, scholen en bestuurders nemen gezamenlijk verantwoordelijkheid en worden ondersteund door de inspectie. De inspectie heeft onschatbare expertise en zou als facilitator en ondersteuner van lokale leergemeenschappen kunnen optreden. Cruciaal is volgens mij dat er dan wordt aangesloten bij bestaande grass-roots initiatieven als leerKRACHT.

Inspectie, controle, lerende systemen zijn een prangend thema. Dat blijkt ook wel uit het debat dat is ontstaan na de introductie van Stichting Beter Primair Onderwijs als opvolger van Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam (KBA). Er moest inderdaad wat gebeuren in Amsterdam omdat docenten en scholen zelf kwaliteitsborging lieten liggen. Deze opvolger is, naar wat Hargreaves de derde weg noemt, met een sausje van eigenaarschap overgoten. Maar in werkelijkheid staan docenten nog steeds op afstand. Zowel in de aanloop als de daadwerkelijke uitvoering zijn docenten geen full-partner: ik zie een onderonsje tussen politiek, schoolbesturen en ‘experts’. Daar stelt D66 in hun verkiezingsprogramma een krachtig plan tegenover waarbij docenten wel full partner worden in het proces. D66 kiest duidelijk voor de Vierde Weg.

Voor mij zijn de ontwikkelingen in de hoofdstad een test-case. Krijgen de ideeën van Het Alternatief daadwerkelijk handen en voeten? Intussen moeten we – allemaal – niet ophouden met het aangaan van het Gesprek: docenten, bestuurders, inspecteurs.

Het gesprek bij de Onderwijsinspectie stemde me zeer optimistisch. De spannende ontwikkelingen in Amsterdam realistisch.

Wordt Vervolgd.

Een blije boze docent, over Het Alternatief

By | Het Alternatief | One Comment

Na wat Twitter verkeer ‘s avonds ergens eind vorig jaar besloten Rene Kneyber en ik om de koppen eens digitaal bij elkaar te steken om een opiniestuk voor NRC Handelsblad te schrijven. Na wat schrijfwerk in Google Docs werd het resultaat opgestuurd naar de opinieredactie van de krant en gelukkig werd het daarna ook snel gepubliceerd. Dat smaakte naar meer. Rene en ik zijn allebei wat ik zelf zou noemen blije boze docenten. We houden allebei van ons vak, we vinden lesgeven leuk, we vinden kinderen leuk, we innoveren veel, etc. En we geven daar vaak ook anders invulling aan. Die liefde laten we ook zien en delen we ook. Ik zou ons allebei willen bestempelen als redelijk vrolijke en optimistische types.

Maar we zijn ook boos. Oprecht boos over de toestand waarin ons onderwijs zich bevindt en over de positie van docenten. We vinden allebei dat docenten zich te weinig boos hebben gemaakt, of misschien niet op de juiste manier boos. Een combinatie van kritiek, opbouwen en trots zijn op je expertise miste eigenlijk veel te veel in het onderwijsdebat vanuit docenten. Die invalshoek: de expertise, het vakmanschap, dat werd het uitgangspunt van Het Alternatief. Want zeg nou zelf? Wie weet er meer van orde houden dan Rene? En ik kan mezelf ook beroepen op veel kennis en kunde van digitale didactiek. De expertise zit al lang bij docenten, of zou er moeten zijn, en dat moeten we als overtuigend argument inzetten om ons onderwijsbestel te hervormen. Een boek zou misschien een mooie vorm zijn om dat verder te onderzoeken. Dat was in ieder geval de uitkomst van een eerste real life ontmoeting in een Utrechts cafe. Het moest een boek worden met bijdragen van veel docenten, maar niet alleen natuurlijk.

Het boek is er een in de reeks “Beroepseer” van onder andere Thijs Jansen. Met zijn hulp en die van uitgever Boom is het in een rap tempo tot stand gekomen. En het allebelangrijkste, door de fantastische bijdragen van alle schrijvers. Het Alternatief is inmiddels verschenen en het levert hopelijk een bijdrage aan het publieke debat over onderwijs. Op het fantastische lerarencongres van de Onderwijscooperatie werd het boek plenair gepresenteerd. Zie de video hieronder. En ook de minister nam het boek in ontvangst. Helaas niet plenair.

De eerste recensie zijn positief kritisch. En we zouden het ook niet anders willen. Simon Verwer recenseerde het boek als eerste voor Scienceguide en daar legde hij haarfijn een aantal interne discussies bloot. Alleen de conclusie is wel degelijk een bewuste keuze geweest voor een pamflet-achtige korte opzet: Flip the System. Natuurlijk kan dat veel verder worden uitgewerkt, maar omwille van de boodschap en het debat kozen we voor een krachtige boodschap. En zoals Alleid Truijens in haar recensie het zegt er is nog genoeg op aan te merken. Precies! We claimen niet de waarheid in pacht te hebben, maar het is wel een duidelijke aanzet. Laat het debat maar beginnen.

Pers

  • Alleid Truijens, Frisse bevlogenheid in een vermoeide sector, Volkskrant (recensie) link
  • Simon Verwer, Leraar met beroepseer, Scienceguide (recensie) link
  • Pieter Anko de Vries, Tegen de afrekencultuur in het onderwijs, Het Goed Leven (recensie) link
  • Annemieke Verbeek en Gabriëlle Jurriaans, Op weg naar de Middelmaat, De Groene Amsterdammer (over Alfie Kohn, met gedeeltes van mij en het boek) link
  • Rene was de hoofdgast bij OBAlive. Luisteren! link
  • Presentatie Het Alternatief door Stichting Beroepseer link
Het Alternatief ligt in de boekhandel en is te bestellen bij Bol.com (ook als ebook) en bij Uitgeverij Boom

 

Excellentie of excelleren?

By | Uncategorized | 3 Comments

“Ieder kind het beste uit zichzelf laten halen. Dat is de kern van het onderwijs.” Zo schreef Staatssecretaris Dekker maandag in de Volkskrant.  Ik zou het zelf gezegd kunnen hebben. Alhoewel er veel lovenswaardigs in het stuk van de staatssecretaris staat, vraag ik me af of dit uiteindelijk werkelijkheid wordt.

Dekker koppelt dit aan de term excellentie. Excellentie is een statische lat voorbehouden aan de top-leerlingen van Nederland. Top uitgedrukt in cijfers wel te verstaan. Net zoals Nederland als enige onderwijsdoel heeft om in de top-5 van de PISA ranglijst komen, wordt Cum Laude kennelijk tot de maat der dingen verheven.

Goede cijfers en prestaties moeten gevierd worden. Absoluut. En moeten deze bollebozen dan niet worden uitgedaagd? Natuurlijk wel! Tot op het bot. Maar dat geldt voor elk kind. Ons onderwijs is veel te makkelijk, en curricula zijn nauw en weinig uitdagend geformuleerd. Als docent stoor ik me al jaren aan de gebrekkige opzet van onze examinering. Maar cijfers zijn tot doel verheven en teaching to the test wordt een steeds groter probleem in Nederland. Dat is een rechtstreeks gevolg van het beleid van de Staatssecretaris. Zie bijvoorbeeld de CITO-toets in het derde leerjaar van het VO.

In plaats van excellentie zou excelleren het uitgangspunt moeten zijn. Excelleren van elk kind. Excelleren is actief, geen doel, geen cijfer, maar een proces. Niet alleen de “top” of de “onderkant” verdient die uitdaging en de meest inspirerende docenten. Elk kind heeft daar recht op. En dat sluit ook aan wat op we weten van de enorme diverse ontwikkeling van kinderen en jongvolwassenen.

Gelukkig pleit Dekker daarom ook voor meer flexibiliteit in het onderwijs. Zo zou je op meerdere niveau’s examen moeten kunnen doen. Het is inderdaad een persoonlijk drama en zonde van het talent als een kind bijvoorbeeld heel goed is in de exacte vakken, maar niet in de talen en daarom een heel niveau moet afstromen.  Alleen stuiten we hier op veel praktische bezwaren die wel kunnen worden opgelost, maar waar Den Haag al twintig jaar niet aan wil. De cijfermatige afrekencultuur is al genoemd. Daarnaast houden beleidsmakers halsstarrig vast aan de 1040 uur onderwijstijd, die scholen elke vorm van flexibilisering ontneemt.  Hiermee samen hangt het aantal lesuren dat docenten in Nederland geven. Die zijn relatief heel hoog en dit ontneemt docenten de mogelijkheid om zelf een eventuele hervorming vorm te geven.  Scholen zijn hier nog helemaal niet op voorbereid. Neem bijvoorbeeld het rooster. Om een leerling bij ons op school versneld examen te laten doen in de helft van de vakken treden er gelijk veel dubbelingen op. Dat is prima op te lossen, maar dat vergt een compleet andere manier van lesgeven en schoolorganisatie. Om dat te kunnen vormgeven is geld en met name heel veel tijd nodig.

Den haag heeft tot nu toe altijd geprobeerd om grote hervormingen top-down en extern in te voeren. Terwijl hier, en internationaal, is gebleken dat alleen docenten zelf dit kunnen en moeten vormgeven. Dit kan alleen maar op micro-niveau met eigenaarschap en een buy-in van docenten. Scholen en docenten sluiten al steeds meer aan bij bredere internationale trends in het onderwijs, er wordt op lokaal niveau al flink geëxperimenteerd met Flipping the Classroom, MOOCs, Connected Learning,  de Maker Movement om maar een paar voorbeelden te noemen. Dat is excellent en inspirerend onderwijs. Die sluiten aan bij sleutelconcepten voor leren als uitdaging, nieuwsgierigheid, differentiatie, autonomie en grenzen verleggen.

Elke beleidsmaatregel in het onderwijs is tot nu toe gericht op een eenzijdige aanpak van het probleem. Kijk maar naar de problematiek rond het docentschap. Ik ben bang dat wel flexibele examinering wordt mogelijk gemaakt, maar dat de afrekencultuur en de onderwijstijd overeind blijven. Dan is het beleid al mislukt voordat het is begonnen. Het zou de staatssecretaris sieren als hij scholen en docenten in hun pionierswerk zou ondersteunen door juist die randvoorwaarden aan te pakken. Dan wordt het inderdaad mogelijk dat elk kind het beste uit zichzelf kan halen.

Een jaar dat er toe doet

By | Uncategorized | 10 Comments

Een jaar dat er toe doet. Dat klinkt mooi. Ik heb eigenlijk elk jaar wel dat gevoel gehad sinds ik ben gaan lesgeven. Wat ga ik volgend jaar doen? Die vraag werd de afgelopen maanden steeds acuter om heel veel verschillende redenen. Onder andere omdat ik werd gevraagd om andere dingen te gaan doen dan lesgeven. De afgelopen jaren is het steeds drukker geworden door allemaal gave dingen binnen en buiten UniC. Als je de keuze hebt dan word je gedwongen om heel goed naar jezelf te kijken. Waarvoor doe je eigenlijk wat je doet? Wat drijft je? Gevoel is daarbij volgens mij van doorslaggevend belang. Umair Haque schreef een mooi stuk over een jaar dat er toe doet in de Harvard Bussiness Review.  Een mooie leidraad.

Why are you here?

Goede vraag. En dan niet in de meest existentiele zin, daar komen we toch niet uit. Maar het antwoord is wel belangrijk. “There are poor ones, which will probably lead to a long, dull, dismal, rainy Sunday of a year. And there are better ones — which just might begin to explosively unfurl a life that feels fully worth living.” Waarom ben ik nu, dit jaar, hier? Heel onbescheiden, om een verschil te maken. Of dat nu bij individuele leerlingen is of op het onderwijs als geheel. Iedereen heeft onaangeboorde talenten en we worden allemaal gestuurd door de omstandigheden waarin we zijn opgegroeid en waarin we leven. Maar dat is geen gegeven. Dat heb ik persoonlijk ervaren en dat wens ik iedereen toe. Ik wil blijven leren en me blijven verwonderen.

 What do you want?

De geijkte antwoorden: macht, geld en keeping up with the Kardashians. Ook hier heeft Haque een goede leidraad: “Here are some better answers, if a year in a life meaningfully well lived is what you’re after. To make a difference. To transform something that sucks. To create that which transforms. To build that which counts. To experience what’s true. To do stuff that matters.”  

 Natuurlijk laten geld en invloed me niet onberoerd, het zou hypocriet zijn om het tegendeel te beweren, maar ik wil wel iets doen wat er toe doet, bouwen en paden begaan die nog niet betreden zijn. UniC is in mijn DNA gaan zitten en ik zit in het DNA van UniC. We zijn daar met iets heel moois bezig. Ik wil laten zien dat het ook anders kan. Tegelijkertijd wil ik ook veel meer dan alleen een school veranderen. Ons onderwijssysteem klopt op heel veel manieren van geen kanten, it sucks. En dat frustreert enorm, zeker omdat je weet dat het beter en anders kan. Dat andere wil ik.

How much does it matter?

“To the timeless spirit of furious impossibility that characterizes the art of human excellence — not just to the zombie vampire robots that make up the bulk of our beige, big-box, yawn-inducingly banal infomercial-for-dystopia of a so-called economy.”

 Elke leerling waar ik een band mee op heb gebouwd is voor mij al belangrijk genoeg. En door het goede voorbeeld te geven kun je als individu al veel bereiken. Maar onderwijs in zijn algemeen is te belangrijk om je er niet mee te bemoeien. Te lang hebben degenen met het meeste verstand van onderwijs, docenten, aan de kant gestaan. Dat moet anders. Die drijfveer heb ik nu al een paar jaar en Het Alternatief is daar ook een uitkomst van. Het is (voor mij) van doorslaggevend belang.

What’s it going to take?

“You need to “use” not just your whole mind, but to learn to employ your whole being: mind, heart, soul, and body.”

Ergens helemaal in opgaan is het mooiste wat er is. In een flow zitten en het als meer dan alleen werk beschouwen. Ik wil er met mijn hele wezen bij zijn. Me emotioneel betrokken voelen. Geïnspireerd zijn. Misschien zijn deze woorden helemaal doodgeslagen, maar voor mij zijn ze enorm waardevol. Ik moet er helemaal in zitten, anders is het alleen maar werk.

Who’s on your side?

“learn to lead. Challenge, provoke, inspire, connect — and then, harder still, evoke the best in people. For it is the best in us that, in turn, elevates our capacity to love”

Serendipiteit en verbinding zijn sleutelwoorden geworden. Wat zijn ze enorm belangrijk en onderschat. Ik ben ongelooflijk veel mooie mensen tegen gekomen. Ik ben geïnspireerd, ik ben onder de indruk, ik word uitgedaagd en wat heb ik enorm veel geleerd van iedereen. En tegelijkertijd ben ik er achter gekomen dat we eigenlijk allemaal hetzelfde willen. Of we nou politicus, bestuurder, ouder, leerling of docent zijn. Dat moet genoeg zijn om een andere weg in te slaan.

Where’s your true north?

“If you’re going to live a life that matters, you need an ethical compass: a belief system with a true north that points toward values that are in some sense enduringly, meaningfully good.”

Duurzaam samenleven, respect, groei, potentieel en goed werk zijn allemaal belangrijk voor me (geworden). Er is een duidelijke grens die je moet trekken als dit in het geding is. Ik merk dat ik soms keihard uit de hoek kan komen als iets me niet bevalt.  Daar word ik soms ook op aangesproken, maar het past kennelijk bij me. So be it. Dat is kennelijk mijn true north.

What breaks your heart?

“what is it that breaks your heart about the world? It’s there that you begin to find what moves you. If you want to find your passion, surrender to your heartbreak. Your heartbreak points towards a truer north”

 “Education will break your heart” zei Larry Cuban onlangs ook al. En dat klopt ook. Ik ben blij, boos, opgewonden, teleurgesteld als het om onderwijs gaat, of misschien moet ik zeggen als het om leren en groeien gaat. Voor leerlingen en docenten. Veel meer dan alleen maar je vak lesgeven is het een wezenlijk onderdeel geworden van wie ik ben. Ik zou op dit moment echt niets liever willen doen dan lesgeven en me met leren en onderwijsbeleid willen bezig houden. Ik kan me niets anders voorstellen en het breekt regelmatig mijn hart, ook in positieve zin.

What’s it worth?

“it’s going to take more than the tired old refrains of hard work, dedication, commitment, and perseverance. It’s going to take very real heartbreak, sorrow, grief, and disappointment.”

Dit is de aller moeilijkste vraag. Wat is het allemaal waard? Hoeveel van jezelf stop je in een doel. Waar houdt werken op en begint privé? Hard werken, toewijding, doorzetten., maar ook verdriet en zeker ook teleurstelling zijn allemaal in grote mate voorbij gekomen. Ik ken eigenlijk geen docent waar dat niet enigszins voor geldt. Is het het waard? Tot nu toe wel.

En dan blijkt een keus ineens helemaal geen keus te zijn. Ik moet ook blijven lesgeven. En dat moet ik voorlopig ook op UniC blijven doen. Wat een fantastische leerlingen en collega’s heb ik daar. Ik kan oprecht zeggen dat ik van Tessa, Rianne, Hanneke, Tycho, Sjoerd en nog vele anderen nog nooit zoveel heb geleerd. En dan is er ook nog een keer een fantastische V6 groep die nog hele mooie dingen gaan doen.

Maar ik wil ook die andere dingen blijven doen. Het was gewoon te veel het afgelopen jaar. Dan ga je half werk leveren, zoals soms bij het boek, en dan komt je true north in het geding. Something’s gotta give. En dat betekent toch minder lesgeven. Maar wat dan wel? De keus was tussen meer commercieel, academisch of innovatief. En ook hier was het eigenlijk geen keus. Diep van binnen heb je de keuze al lang gemaakt. Ik heb voor het laatste gekozen: De Nederlandse School en gewoon dingen die ik leuk vind om te doen.

De Nederlandse School (DNS) is, samen met Het Alternatief, het mooiste waar ik het afgelopen jaar aan heb gewerkt. Het is een nieuwe lerarenopleiding, maar eigenlijk ook veel meer dan dat. Het is een particulier initiatief waar ik zijdelings al wat langer bij betrokken was. Hans van der Wind, Menno van Dijk, Map Niehom en Pieter Hettema zijn de initiatiefnemers. De docent is de sleutel tot beter onderwijs stellen ze terecht. En dan moet je bij de opleiding beginnen.

Enkele maanden geleden kwam het ineens in een stroomversnelling terecht. Ik werd gevraagd voor het ontwerpteam. We moesten binnen drie maanden een concept opleveren. Het team bestaat uit Thieu Besselink, Emer Beamer, Jan Willem Huisman en Mark Blaisse. Ik heb niet precies kunnen achterhalen hoe het team is samengesteld, maar wat een gouden greep. Individueel al zoveel creatieve en intellectuele capaciteiten, maar als groep ontstijg je dat op een of andere manier. Serendipiteit en prachtig om mee te maken.

Het concept staat en het is goed. Het is echt heel erg goed. De initiatiefnemers waren laaiend enthousiast. En iedereen die er over leest of hoort krijgt een glinstering in zijn ogen. Of zoals iemand zei: “go#$@$omme, wat is dit mooi” Aan alles voel je dat dit de juiste weg is.

Misschien mislukt het, maar dat kan eigenlijk al niet meer. Want het idee is er. Ik kan eigenlijk ook niet anders dan hiermee verder gaan. Hier zit echt mijn DNA in, en zo voelt het voor iedereen. Het wordt dus UniC, DNS en ik blijf ook lezingen, workshops en andere projecten doen. Het is een risico, maar je leeft ook maar een keer. Ik denk in ieder geval dat dit wel een jaar gaat worden dat er toe doet.

Wat DNS precies is zal de komende maanden steeds duidelijker worden. We nodigen bij deze iedereen van harte uit om De Nederlandse School met ons verder te ontwerpen. Vanaf nu gaan we beginnen aan een pilot om onze curriculum ideeën te toetsen. De pilot gaat van half september tot en met half oktober lopen en staat open voor bestaande docenten en voor degenen die geïnteresseerd zijn om docent te worden. Er is ruimte voor 12 mensen en het wordt heel erg gaaf! Voor meer informatie:

 www.denederlandseschool.com

twitter: @DeNLschool #DeNLschool

Facebook: DeNLschool

De Pilot: link