Category Archives: Het Alternatief

Lessen uit Schotland: curriculumvernieuwing en werkdrukverhoging gaan hand in hand

By | Flip the System, Het Alternatief, Onderwijs2032, Uncategorized | 2 Comments

Leraren in Schotland gaan staken omdat de werkdruk enorm is toegenomen door de invoering van het “Curriculum for Excellence“. Aanleiding voor de discussie was de publicatie van het gematigd positieve OECD rapport: “Improving Schools in Scotland” Schotland wordt vaak als voorbeeld genomen hoe curriculumvernieuwing wel moet, ook door de Onderwijs2032 commissie. Maar zo als zo vaak is de papieren werkelijkheid anders dan die in het klaslokaal. En dat terwijl de verhouding tussen vakbonden, overheid en werkgevers best goed is.

“The SSTA conducted the survey after concerns that the introduction of Curriculum for Excellence (CfE) had placed a significant additional burden on teachers. (…) Teachers have insufficient time to carry out the over-bureaucratic arrangements set out and we are requesting that councils, as the employers of teachers, take control of the situation and impose limits on teacher time being spent on such activities.”

Source: Union leader says teacher workload in Scotland is “unmanageable” (From Evening Times)

Ook Mark Priestly plaatst kanttekening bij de invoering van het nieuwe curriculum (zie ook zijn hoofdstuk in Flip the System en Het Alternatief 2):

“For many schools, CfE has been an audit process followed by a rebranding exercise, rather than genuinely transformational change.”

Een van de lessen die we uit Singapore meenamen was dat het proces om curriculumvernieuwing mogelijk te maken voorop moest staan, dat werd ons echt op het hart gedrukt. En Schotland toont aan dat, ondanks alle goede bedoelingen, het makkelijk is om weer in oude valkuilen te trappen. Willen we echt werk maken van Onderwijs2032 dan kan dat alleen als we werk maken van de aanbevelingen in Flip the System en Het Alternatief 2: tijd, ondersteuning en leraren ingebed in het hele systeem.

Toppers

By | Het Alternatief, Uncategorized | 4 Comments

 met Hanneke, Rianne en Nico werken aan challenges, dat is wat ik voor ogen heb en had toen ik begon aan . Samen onderwijs ontwerpen doen we veel op UniC, maar daar hebben we structureel te weinig tijd voor. Challenges zijn vakoverstijgende projecten. We (aardrijkskunde, economie, maatschappijwetenschappen en geschiedenis collega’s) waren we tot de conclusie gekomen dat ons curriculum na 8 jaar was vastgelopen. Incrementele aanpassingen op vakniveau, toenemende examendruk, de veranderende schoolorganisatie en personeelsverloop hadden het vakoverstijgende onderwijs onherkenbaar veranderd. Daarnaast vond ik zelf het didactische uitgangspunt niet goed (meer). Terwijl de achterliggende principes even belangrijk zijn als in het begin, leerlingen blijven aangeven dat ze deze holistische benadering van de school enorm belangrijk vinden en het is voor ons als docenten ook een van de redenen om op UniC te werken. Zo doe je echt aan team teaching. Samen dus.

Vandaar dat we anderhalf jaar geleden besloten om het curriculum grondig te herzien. We zijn zelf met een voorstel naar de schoolleiding gegaan. Rooster ons vrij in de UniC-week (project en toetsweek), huur studenten en stagiaires in om te surveilleren, laat ons een mooie inspirerende ruimte huren en je krijgt er  een nieuw curriculum voor terug. We gebruikten zelf het ontwerpproces dat we ook voor de leerlingen wilden gaan inzetten (een mix van verschillende design thinking methodieken). En zo ontstond er in een paar dagen een alfa versie die we in de maanden daarna tot een beta hebben uitgewerkt, met feedback van (oud) leerlingen, ouders en experts van buitenaf. We zijn nu een jaar verder en het werkt, het is interessant en het is leuk. Maar het kan nog veel beter. Meer de tijd hebben om te onderzoeken, met hulp van buitenaf, wat er goed gaat en anders kan. Veel meer feedback sessies organiseren. Samen problemen met de randvoorwaarden oplossen. Maar daar is gewoon zo weinig tijd voor, en dan begint het weer te wringen. Alweer.

Dit is maar een van de vele voorbeelden. Individuele lessen voorbereiden, bekijken en evalueren met collega’s. Wanneer krijg je dat goed georganiseerd? Wanneer kun je een andere school opzoeken voor inspiratie? Allemaal noodzakelijke elementen in de ontwikkeling van een docent. Voor mij een primaire behoefte. Daar lopen wel heel veel docenten tegenaan en daar vinden we ook allemaal wat van. En toch lopen we steeds tegen een bepaald plafond aan en gebeurt er weinig. Dat is een van de redenen waarom ik op onderzoek ben gegaan en uiteindelijk aan ben begonnen. En nu dus ook Samen Leren. Wat een buitenkans om samen met de politiek en gelijkgestemden concrete ideeën uit te werken. Wie wil dat niet?

 Taal

En dan vinden mensen daar gelukkig wat van, soms gepaard met veel emotie. Veel pijlen lijken zich te richten op het taalgebruik. En eerlijk gezegd hebben ze een punt. “Toppers” roept eerder beelden op van een hossende massa in glitterpak in de Arena dan van die inspirerende docent die we voor ogen hebben. En “Beste van de wereld” “verbetercultuur” “transformatieaanpak” zijn niet de woorden die veel leraren aanspreken. Het is geen onderwijstaal. Kortom het is misschien inderdaad teveel beleidsproza geworden. Aan de inhoud kan dat inderdaad afdoen, en misschien ligt het gevaar van performativiteit op de loer, maar in de kern gaat het er nog steeds om dat leraren, teams, scholen weer over onderwijs kunnen gaan praten. Een gesprek over de achterliggende doelen, de ongrijpbaarheid van ons vak, maar ook dat leraren bij elkaar in de klas gaan zitten en kijken wat er goed gaat.

Voor mij persoonlijk hebben alle stukken over Samen Leren tot nu toe mijn denken al veel verder aangescherpt, maar ik zou alle schrijvers ook een spiegel willen voorhouden. Hoe zouden jullie het zelf doen en organiseren? Naast kritiek op het taalgebruik heb ik heel weinig concrete aanvullingen en alternatieven gelezen. Woorden zijn belangrijk, maar het gaat ook om wat je bereikt. Het beste onderwijs van de wereld? Wat mij betreft betekent dat dat elk kind heel erg goed onderwijs krijgt dat bij hem of haar past. En wat dat precies inhoud daarover zullen we het waarschijnlijk nooit allemaal eens worden, dat is aan scholen. Een van de doelen van Samen Leren is in ieder geval daar de ruimte voor creëeren.

 Verbetercultuur

Inhoudelijk is er ook genoeg over gezegd. Om dicht bij huis te blijven: Het Alternatief gaat niet alleen om het discours op scholen zelf, maar ook hoe je dat organiseert in een systeem. Plat gezegd: verandering boven en beneden. Om die ruimte te laten ontstaan moet er ook wat veranderen in het systeem zelf. Naast bijdragen over het ongrijpbare van leraar zijn stonden er ook systeemanalyses en oplossingen in. Professioneel Kapitaal zoals Hargreaves, Shirley en Fullan ook aangeven, komt niet vanzelf, dat moet ontwikkeld worden. Inmiddels is door allerlei ontmoetingen en boeken mijn eigen denken ook weer veel verder dan toen. Wil je dat de maatschappij en politiek een andere manier van denken en doen in het onderwijs ondersteunen dan kun je niet alleen met zijn allen gezellig daarover gaan praten. Waar haal je om te beginnen structureel de tijd vandaan? Gewoon doen en gewoon beginnen moet inderdaad, maar dat hebben al heel veel leraren en scholen geprobeerd om toch uiteindelijk in het systeem terug te zakken. Ruimte voor experimenten was er niet tot nauwelijks. Aan enthousiasme geen gebrek, aan strategisch opereren des te meer.  Om Thijs Jansen te parafraseren. Als wij het niet doen, dan doet iemand anders het wel. En eerlijk gezegd ben ik tot nu toe niet heel erg onder de indruk wat die mensen bedacht hebben.

Een van de manieren waarop we die ruimte willen bewerkstelligen is dat de onderwijs- en lestijd herzien worden. Leraren geven nu gewoon teveel les en leerlingen krijgen te versnipperd en niet uitdagend onderwijs.  Leraren zouden meer formatief moeten toetsen en een zelf duurzaam schoolcurriculum ontwerpen. Tegelijkertijd vraagt de politiek terecht waarborgen als ze die vrijheid creëren. Met alleen maar “vertrouw ons” kom je er niet. Dan kom je bijvoorbeeld uit op professionele leergemeenschappen en het idee dat die een veel betere kwaliteitsgarantie bieden en tot beter onderwijs leiden. Dan kom je ook uit op een innovatiepot voor en door docenten. Heb je een idee? Wil je een fablab? Een challenge onwikkelen. Dan kunnen leraren daar gelijk met tijd en middelen mee aan de slag.

Van professionele leergemeenschappen zijn inmiddels heel veel goede voorbeelden te vinden in Nederland en daarbuiten: leerKRACHT, Lesson Study, Vierslag Leren, Teach and Learn. Tot grote tevredenheid van veel docenten. Stichting leerKRACHT is grotendeels zo succesvol omdat het een grassroots beweging is en docenten niets oplegt, maar het opent wel de klasdeuren en brent het gesprek op gang. Ook op mijn school. En dan is het goed dat daar onderzoek naar wordt gedaan (via het NRO). Ik ben namelijk wel benieuwd wat er nou werkt en niet. Er is al heel veel internationaal onderzoek dat het werkt (zie bijvoorbeeld het werk van Ann Lieberman), maar die kunnen lang niet altijd vertaald worden naar onze specifieke Nederlandse situatie.

 Het Register

Daarnaast is er veel te doen over het lerarenregister en de Onderwijscoöperatie. Eigenlijk is het te gek voor woorden dat het geen vanzelfsprekendheid is dat leraren aan tafel zitten als gesprekspartner bij de politiek over onderwijsinhoud. De bonden spelen daar een rol in, maar voor die professionele ruimte is meer nodig, een sterke beroepsorganisatie. Rene en ik hebben ooit met het idee gespeeld om een lerararenraad op te richten, de website is er nog steeds. Maar na een aantal gesprekken kwamen we tot de conclusie dat nog een club geen zin had. Het onderwijs is soms net als in de Spaanse Burgeroorlog een bende van revolutionaire clubjes die elkaar de tent uitvechten. Revolutionaire clubs zijn er al genoeg, terwijl er al veel energie in de Onderwijscoöperatie is gestoken. Daar werken veel docenten aan een sterkere beroepsgroep. Veel meer dan mensen denken.

Maar wat is dat dan die beroepsgroep? Iedereen die lesgeeft? Iedereen die een lesbevoegdheid heeft? In de meeste landen met een register zeggen ze beide. Om een beroepsgroep te organiseren zullen we ons moeten gaan registreren. Dan hebben we intern en extern inhoudelijk een aanspreekpunt, een organisatie die  meer bevoegdheden naar zich toe kan trekken en een beroepsgroep die serieus wordt genomen omdat het zelf ook een kwaliteitsstandaard aanhoudt. Nogmaals je kunt je van alles laten overkomen of je neemt als beroepsgroep zelf het voortouw.

Dat kun je bijvoorbeeld in een simpele vorm organiseren door een eenmalige registratie als je je bevoegdheid hebt gehaald met daaraan gekoppeld een tuchtraad zoals in Schotland. Of een register met urenregistratie van gecertificeerde opleidingsuren zoals verpleegkundigen sinds een paar jaar hebben. Of misschien bovenop zo’n basisregister een uitgebreidere inhoudelijke kwaliteitstoets zoals de National Board for Professional Teaching Standards in de Verenigde Staten. Een leraar met master teacher certificaat heeft dan toegang tot allemaal beleids- en ontwikkeltrajecten. Teacher leadership zoals in Singapore. En waarom dat ook niet beter belonen? Beloon die inspanning! In Schotland hebben leraren ook toegang tot onderwijskundig onderzoek via hun Teaching Council. Waarom niet curriculumontwikkeling bij een geregistreerde beroepsgroep neerleggen? Als het register in ieder geval maar inhoudelijk zinvol wordt uitgevoerd en aansluit bij de lespraktijk. In andere sectoren en in het buitenland zijn in ieder geval genoeg voorbeelden waar het wel is gelukt. Dat moet bij ons ook mogelijk zijn.

Voorwaarde is dan wel dat we het eigenaarschap van de Onderwijscoöperatie breder trekken dan nu alleen lidmaatschap van de deelnemende organisaties. Inschrijven in het register is inspraak in het register de beroepsorganisatie. Die kun je dan ook meer verantwoordelijkheden toevertrouwen. Een realistische optie is om dan in het bestuur naast de bonden ook zetels in te ruimen voor registerdocenten. Zo’n hybride optie bleek juist ook een van de voorwaarden voor succes in Schotland. In Engeland waar dat niet het geval was is de Teaching Council inmiddels weer ter ziele gedragen. De bonden geven de beroepsgroep ook organisatiekracht en massa.

Een andere voorwaarde is dat het register van de beroepsgroep zelf is. Advies van andere partijen is prima, maar de eindverantwoordelijkheid ligt bij leraren. Anders wordt het een beleidsinstrument in handen van de politiek en werkgevers en daarmee creëer je juist niet die ruimte die nodig is om professional capital te ontwikkelen.

Ten slotte zouden we de beroepsorganisatie ook op dezelfde manier kunnen financieren als de raden, een bedrag per leerling. Vraag voor het register een bijdrage van docenten, maar maak de organisatie onafhankelijker van OCW en laat het op gelijke voet staan met de PO, VO en MBO-Raad. Er staan genoeg versnipperde projecten op de begroting bij OCW waarin gesneden kan worden om dit te bekostigen.

Het gaat nu te ver om Samen Leren helemaal inhoudelijk te becommentariëren. Alles moet nog verder worden uitgewerkt. Daar hebben we natuurlijk wel concrete ideeën bij. Minder vakken betekent bijvoorbeeld niet dat er vakken verdwijnen, maar dat er in minder vakken examen wordt gedaan. Variëren in beloning is geen prestatiebeloning. Het ontwerpen van het curriculum moet veel meer open, transparanter en met een grotere rol voor docenten. En over salariëring is het laatste woord ook niet gezegd. Uiteindelijk is het heel veel geven en nemen en hebben alle partijen: leraren, schoolleiders, bestuurders, bonden, raden, politiek, OCW, lerarenopleidingen, het hoger onderwijs en heel veel anderen hier een rol in.

Maar compromissen sluiten betekent niet gelijk inkapselen, integendeel. Ik ben hier ingestapt met een bepaalde overtuiging dat we de ideeën van Het Alternatief in de praktijk kunnen brengen. Voor mij is het nooit alleen een intellectuele exercitie of theoretische vingeroefening geweest. Ik wil dat er wat verandert. Als  onderwijswoordvoerders van regeringspartijen oprecht toezeggen hier werk van te willen maken dan druist het juist in tegen het principe van Het Alternatief om niet die stap te wagen? We vragen toch om lef? Om onze nek uit te steken? Dat we het initiatief naar ons toe trekken? Dat kan uiteindelijk alleen in de praktijk. Door stappen te zetten en door het te doen. Gaat het lukken? Ik heb geen idee, maar ik heb wel hele goede hoop.

Leerlingen

Misschien is het is goed om te eindigen met wat leerlingen hier nou eigenlijk mee winnen. Ik denk dat ze hierdoor veel meer ruimte krijgen om ook zelf invulling te geven aan hun onderwijs omdat ons onderwijssysteem en scholen veel flexibeler kunnen gaan werken. Dat ze samen met docenten veel meer de verdieping kunnen opzoeken omdat docenten daar eindelijk de tijd en ruimte voor hebben. Dat het curriculum veel relevanter en uitdagender zal zijn en dat het ze daardoor ook beter voorbereid op de toekomst. En  dat ze steengoede en inspirerende docenten voor hun neus hebben omdat die eindelijk de ruimte en tijd hebben om hun lessen goed voor te bereiden. En daarmee bedoel ik juist ook de zittende docenten die nu ook al hun stinkende best doen.

Wat ik hierboven beschrijf zou een verdere invulling van Samen Leren kunnen zijn, maar het staat niet in steen geschreven. Wat wel vaststaat is dat het een geheel is, dat is de afspraak. Geen deeloplossingen en pleisters meer, die hebben we al genoeg gehad. Naast een eerste aanzet is het ook een uitnodiging om hieraan mee te denken en te werken. We zijn inmiddels met de minister, de staatssecretaris, andere poltieke partijen, de bonden en de raden in gesprek geweest om samen punten uit te werken. Morgen gaan we het gesprek aan in de Balie en hopelijk kunnen we dat “samen” nog veel groter maken

Samen Leren

By | Flip the System, Het Alternatief, Uncategorized | 7 Comments

Een half jaar geleden kwamen we met negen mensen uit het onderwijs met vijf politici bij elkaar om te verkennen wat er beter kan in het onderwijs. Iedereen kon vrij praten onder de voorwaarde dat het binnen vier muren bleef en onder Chatham House Rule. Vier muren ergens in de Tweede Kamer in dit geval. Vanaf het begin was dit een gesprek, of misschien is een beter woord onderzoek, van een niveau dat ik niet veel heb meegemaakt in het onderwijs. Iedereen sprak met zoveel kennis van zaken, maar ook met veel vuur over het onderwijs. En er kwam al heel snel een gezamenlijk idee naar voren, nog niet concreet, maar vol met mogelijkheden. Ik was na eerste bijeenkomst in de Tweede Kamer enthousiast en ook vol ideeën.

Een half jaar later zijn we tot een voorlopige conclusie gekomen. Een plan dat “: aanbevelingen uit het onderwijs”  heet. Het is een notitie op hoofdlijnen waar veel mensen binnen en buiten het onderwijs zich hopelijk in kunnen vinden. Maar het staat niet in steen geschreven en veel moet nog worden uitgewerkt. Die ruimte is ook belangrijk want we moeten er samen uitkomen. The devil is in the details en zeker in de implementatie. Bij deze dan ook een uitnodiging om mee te denken en het verder in te vullen.

Meer informatie

  • De notitie “Samen Leren” (PDF)
  • Volkskrant artikel (Ik had graag een andere insteek gezien die recht doet aan iedereen die er bij betrokken is) (Blendle)
  • Facebook pagina (link)

Mensen

Onderwijs: Hetty Belgers, Jet Dekkers, Jelmer Evers, Ilja Klink, Rene Kneyber, Laurens van Lier, Ruud Porck, Jaap Versfelt en Eric van ’t Zelfde

Onderwijswoordvoerders van de Tweede Kamer-fracties van de VVD en de PvdA, te weten: Pieter Duisenberg, Karin Straus, Tanja Jadnanansing, Loes Ypma en Mohammed Mohandis

Belangrijke aanbevelingen

“1. “De ambitie over de hele linie omhoog

  • Neerzetten van een breed gedeelde hoge ambitie op leerlingdoelen, kwaliteit van leraren en verbetercultuur op scholen
  • Het herzien van het curriculum en het laten uitwerken van dit curriculum door de beroepsgroep leraren

2. Pressure en support om een verbetercultuur op scholen te creëren:

  • ‘Support’ voor scholen bij het creëren van een verbetercultuur met transformatieaanpakken met bewezen impact (denk leerKRACHT…)
  • ‘Pressure’ op scholen om een verbetercultuur te vormen door transparantie en onderlinge peer review (ipv alleen door de Inspectie)

3. Randvoorwaarden realiseren voor een verbetercultuur op scholen:

  • Afschaffen van de normjaartaak
  • Verder flexibiliseren van de lestijd en de onderwijstijd
  • Verminderen van het aantal vakken waar kinderen op het VO uit kiezen, zodat leraren de verdieping kunnen zoeken
  • Loskoppelen van toetsen die de kwalificaties van leerlingen veilig stellen (bijv. CITO eindscore, CSE) van toetsen die leraren in staat stellen het onderwijs te verbeteren (bijv. leerlingvolgsystemen, SO) en die laatste toetsen daarom niet meer meenemen in het beoordelen van scholen

4. Zorgen dat toppers weer leraar willen worden. 

  • Strenge toelating op de lerarenopleidingen en PABO’s
  • Veel betere lerarenopleidingen, met een verbetercultuur
  • Betere arbeidsvoorwaarden voor uitstekende leraren (en net als in andere beroepsgroepen tekortschietende leraren kunnen ‘schrappen’)

5. De beroepsgroep Leraren versterken (door omvormen van de Onderwijscoöperatie tot onafhankelijke vereniging van leraren, vergroten rol lerarenregister, zeggenschap over curriculum, een innovatiefonds, etc.)”

Teacher Led Schools and Teacher Leadership on Newshour

By | english, English, Flip the System, Het Alternatief | No Comments

Slowly, but steadily agency, or is getting more attention in the mainstream media.  PBS Newshour had an item on one of the most prolific examples of this trend: .

Lots of educational systems around the world are plagued by high turnover rates and job-dissatisfaction. As one of the teachers in the report says she lost inspiration and wasn’t able to teach as she deemed fit anymore, her child-centered approach fell out of favor as testing and accountability became the new buzzwords. “A tsunami of data-collection frenzy”. Instead of good education we got flawed data.

In an environment like this it is extremely hard to uphold your integrity as a teacher. Her professional ethos got the upper hand and she decided to quit. This hostile top-down climate has made teachers jobs a lot harder. Thus the higher dissatisfaction, higher turnover rates of teachers and a continuing weakening of the profession. Something you see in a lot of developed countries, including the Netherlands.

But instead of leaving, teachers are also taking matters into their own hands. One of the most promising examples of this are the teacher led schools. The report features Mission Hill in Boston, with the inspiring motto: “The freedom to teach and the freedom to learn.” As one of the teachers at Mission Hill is saying “We’re not just democratic in theory, but in practice” Professionalism isn’t something that can be done to you, it is something you do. Good education isn’t some prescribed set of rules, it is something you achieve through an ongoing discourse within the school community, including students and parents. A Mission Hill teacher: “Anything that comes down the pike is a conversation.”

Following this logic, no teacher led school will look the same. At Mission Hill they do have a principal, but she calls herself lead-teacher.

In Trusting Teachers with School succes, Kim Farris Berg and Dirkswager identified nine areas in which teachers may have autonomy, but rarely have it. (Dirkswager & Farris-Berg, 2012) At Mission Hill “all decisions, curriculum, budget, hiring, are voted on by the entire staff.”

“Nothing goes forward until everyone agrees. When we make decisions, we have a raise of hands. So, five, you strongly agree, four, you agree, you have some reservations, but you can live with it. But if you put a one, you disagree and we stop. We don’t go on until everyone can say they have a five or a four. With this authority, teachers decide the look and feel of their classrooms. There’s lots of low lighting and soothing music. Arts and crafts are everywhere, all part of Mission Hill’s personality.”

 “We’re not going to use a packaged curriculum. We’re going to use students’ voices to shape our curriculum, that we’re going to shape our curriculum around their interests. I think, at most other schools, it’s a lot of, you will follow this. You must follow this, and there’s never any room to breathe.”

There are lots of different models and Mission Hill has real autonomy. But what Teacher led schools do have in common is a focus on students instead of grades. Moreover they have a low turnover rate and job satisfaction is high. To me agency is key here, for both teachers and students.

But that agency shouldn’t end at the school building. As Tony Wagner rightly says in the report we should look further, at the entire educational system. Rene Kneyber and I have argued in Het Alternatief (Dutch, in English The Alternative) that teacher agency is something that has to be embedded on every level of an educational system to achieve real and meaningful change. We call this . (Evers & Kneyber, 2013) We have to look for inspirational examples like Mission Hill to show us how to get there.

For more resources on teacher leadership see:

Bibliography

Dirkswager, E., & Farris-Berg, K. (2012). Trusting teachers with school success : what happens when teachers call the shots. Lanham Md: R & L Education.

Evers, J., & Kneyber, R. (2013). Het alternatief : weg met de afrekencultuur in het onderwijs! Amsterdam: Boom.

 

Welk Alternatief

By | Het Alternatief, Uncategorized | 3 Comments

Karin den Heijer komt met een alternatief voor het alternatief, waarbij ik denk: “welk alternatief”? Het klinkt aardig, maar eigenlijk zegt ze niet meer dan dat we goede vakdocenten moeten hebben. Karin legt terecht een grote nadruk op vakkennis. Zowel Rene als ik zijn ook vakdocenten, ik zou ons zelfs als vakidioten willen bestempelen. Nergens zeggen we dat dit niet belangrijk is. En nergens hebben we het over “’expert-leraren’ met alleen maar “’onderwijspedagogische kennis’” Sterker we pleiten in een van onze eigen stukken in ons boek zelfs voor een eerstegraadsbevoegdheid van docenten. Maar zowel vakinhoud als pedagogisch en didactisch bekwaam zijn een voorwaarde voor een goede docent. Het docent zijn zelf is ook een beroep.

Het verbaast me ook dat Karin kiest voor een enge economische doelstelling voor het onderwijs: “Onderwijs heeft een doel. Onderwijs is een van de belangrijke bronnen van economische groei en welvaart.” Dat is precies die nauwe utilitaire blik die ons de neo-liberale onderwijspolitiek heeft gebracht en waar BON zich tegen verzet. Met een kwalificerende functie van het onderwijs ben ik het natuurlijk mee eens, maar onderwijs heeft een veel bredere doelstelling. Gert Biesta pleit in het Alternatief voor het in balans brengen van de drie doelstellingen: kwalificatie, socialisatie en identificatie. Met name bij de laatste twee komen pedagogische vaardigheden van de docent kijken. Goed onderwijs vraagt ook om een visie in balans want het eindstation van de economisering is teaching to the test. Het interessante aan ons tijdperk is dat er nu ook een economische noodzaak om de structuur van ons onderwijs aan te passen. Naast kennis van wiskunde moeten we veel breder kijken naar bepaalde vaardigheden. Ook gericht op flexibiliteit en leren zelf. Het WRR-rapport “Naar een lerende economie” wijst ons er terecht op dat het onderwijs niet opgewassen is tegen de perfect storm van technologische en geopolitieke veranderingen die ons te wachten staat. Average is over.

Daarnaast schijnen docenten na implementatie van Het Alternatief ook niet opgewassen te zijn tegen onderwijsmythes en dergelijke. Als je ons een beetje volgt op Twitter dan weet je dat we kwakzalverij te vuur en te zwaard bestrijden. Ook dat hoort bij goed docentschap. We hebben dan ook niet voor niets Jaap Walhout en Paul Kirschner gevraagd om een artikel te schrijven. En ik denk dat iedereen blij wordt van de auteur die in de nieuwe internationale versie over deze materie de pen ter hand neemt. Waar we wel voor moeten waken is evidence based onderwijs. Dat bestaat namelijk niet, evidence informed, waarbij theorie en vaak ongrijpbare praktijkkennis hand in hand gaan is de juiste benadering.

Waar Karin kennelijk moeite mee heeft is zelfbestuur van docenten. Ze wil liever aan de willekeur van bestuurders, ambtenaren en god forbid andere externen overgeleverd blijven, ook die ijzersterke vakdocenten. Daar komt Karin niet met een goed alternatief voor. Alles blijft dus bij het oude. De enige verandering is dat docenten direct in overheidsdienst komen. Dat kan, maar ik denk net als René dat dit een stap terug is. De willekeur en inflexibiteit van het ministerie verruilen ten opzichte van de willekeur van bestuurders, hoe goed die op een bepaald moment ook zijn.

Karin haalt Finland aan als voorbeeld dat docenten in overheidsdienst zijn. Terwijl daar een vergelijkbare situatie is als bij ons. Alleen ligt de nadruk daar op gemeentelijk niveau. De gemeente fungeert voor een groot gedeelte als de besturen bij ons. Niet de centrale overheid. Financiën en bijvoorbeeld arbeidsvoorwaarden worden op heel verschillende manieren via gemeentelijke onderwijscommissies, schooldirecties en dergelijke bepaald. Daarbij krijgen de scholen ook een grote mate van autonomie. Dat dit werkt ligt juist aan het feit  dat er een grote mate van collectieve autonomie en gedistribueerd leiderschap is binnen de scholen. Precies waarvoor we pleiten, de kern van Het Alternatief. Dat België daar niet aan doet neem ik ter kennisgeving aan, daar hebben we het verder ook niet over gehad. Maar ik ben wel blij om te horen dat daar de arbeidsvoorwaarden zijn zoals ze horen te zijn. Daar kunnen we in Nederland een voorbeeld aan nemen.

Zelfbestuur en teacher leadership is niet zomaar een curiosum van elf scholen in de Verenigde Staten en gaat veel verder dan dat en er zijn veel meer scholen die dit toepassen. Ik heb in Washington Het Alternatief niet hoeven verdedigen, Teaching and Learning ademde Het Alternatief. Ik modereerde een panel waarin experts als Linda Darling-Hammond, Dennis van Roekel en Susan Hopgood juist een vurig pleidooi voor hielden voor leiderschap van docenten, binnen scholen, landelijk en internationaal. Zowel de National Board for Professional Teaching Standards (NBPTS) als de Center for Teaching Quality (CTQ), de grote vakbonden kwamen met veel voorbeelden hoe hier in een groot aantal staten werk van werd gemaakt. De praktijkworkshops van docenten die teacher led schools hadden opgezet zaten bomvol, standing rooms zoals de Amerikanen zeggen. In een cruciale keynote speech gaf de minister van onderwijs Arne Duncan zelfs toe dat het ontbreken van docenten op elk vlak heeft geleid tot slechte onderwijspolitiek en bepleitte teacher leadership op elk niveau.

In Professional Capital hebben Hargreaves en Fullan het over decisional capital, de mate waarin docenten ook beslissingsbevoegd zijn. Die beslissingsbevoegdheid is een cruciaal onderdeel van professionele leergemeenschappen en professioneel kapitaal. Zonder die bevoegdheid ben je overgeleverd aan de willekeur van de organisatie en het systeem. Ook al neemt die op dat moment de juiste beslissingen, helaas is het zo dat die grilligheid ook bij goed bestuurde organisaties bij bestuurswisselingen de kop kan opsteken.

Gedistribueerd leiderschap betekent geen Poolse Landdag. Beslissingsbevoegdheden kun je ook tijdelijk delegeren, sterker die moet je ook delegeren om een werkbare situatie te creëren. Maar die bevoegdheid vloeit dan wel voort uit docenten en ouders. Alleen zo voorkom je dat je aan willekeur wordt overgeleverd en dat docenten daadwerkelijk verantwoordelijkheid kunnen nemen voor het beste onderwijs voor elk kind.

Deze propositie staat ook ten grondslag aan de waarden van de NBPTS. NBPTS en CTQ docenten nemen een professionele houding aan die ik in Nederland niet vaak tegenkom. Ook zij zien vakkennis als belangrijk, maar niet meer dan de andere vijf pijlers:

Proposition 1: Teachers are committed to students and  their learning.

Proposition 2: Teachers know the subjects they teach and how to teach those subjects to students.

Proposition 3: Teachers are responsible for managing and monitoring student learning.

Proposition 4: Teachers think systematically about their practice and learn from experience.

Proposition 5: Teachers are members of learning communities.

Wat nu steeds meer begint door te dringen in de Verenigde Staten en ook daarbuiten is dat een vorm van teacher leadership nodig is om dit te bereiken. Niet alleen om goed onderwijs te bewerkstelligen, maar ook om docenten te behouden voor het onderwijs. Het is natuurlijk te gek voor woorden dat zoveel jonge docenten het onderwijs willen verlaten. Dat gaat veel verder dan alleen maar een goede opleiding en betere begeleiding. Dat heeft ook te maken met carrièreperspectieven en werkdruk. Precies dat wat gedistribueerd leiderschap op alle (school, bestuur, landelijk, internationaal) niveaus gedeeltelijk kan oplossen.

Karin’s pleidooi is wat mij betreft een voortzetting van de status quo, of zelfs een stap terug en geen alternatief. Er zijn inderdaad hele sterke vakdocenten nodig. Ik denk dat weinig mensen dat betwisten. Maar het is tijd onze horizon te verbreden en niet om alleen maar oplossingen te zoeken in het oude. Dat heeft zijn langste tijd gehad en dat heeft niet gewerkt. Het is tijd dat er daadwerkelijk een alternatief komt.

Flip the System

By | english, English, Flip the System, Het Alternatief | 2 Comments

Flip the System is a forthcoming book and an international teacher-led alternative to test based accountability and privatization. We propose a powerful alternative to these issues by strengthening the professional position of teachers by means of a (new) educational vocabulary, global consciousness of teachers and through strengthening professional collective autonomy.

In October 2013 Rene Kneyber and I met online. We knew each other by reputation and followed one another on Twitter. Rene is a math teacher, authority on classroom management, author, columnist and blogger. I’m a history teacher, blogger and an expert on blended learning. Both of us are prolific Twitter users and teacher activists. But this was the first real interaction we had. The reason for our exchange was the latest in a long series of misguided government policy initiatives and statements. We took exception to the way education was used and portrayed and decided to write an opinion piece for a national newspaper. We’re at the opposite of the educational spectrum. Rene is more of a traditionalist and I work at a very progressive school. But we both recognized each other as professional educators.

We’ve been teaching for around 12 years and slowly became more aware of how ridiculously our educational system was organized: rigid, top-down, standardized, with more and more testing and getting worse. Most notable, at least to us, was the complete absence of teachers in the discourse and the decision-making process on a meta-, but sadly often also on a school-level. As a profession we found ourself reduced to implementing other peoples ideas and our classroom expertise was not being recognized for what it’s worth.

Rene and I were already both involved in several initiatives regarding professional autonomy. Not just complaining, but also offering alternatives to the way Dutch policy was made and implemented. Amongst others there was the Professional Pride (Beroepseer) foundation. Rene had already helped publish a book in a series they published. And since there were already a book on police professionals, we thought it was time to publish one on teachers and education: Het Alternatief (The Alternative)

There isn’t a lack of educational books in the Netherlands, but there is a lack of teacher involvement in writing those books. If they do involve teachers, they’re usually about classroom practices. Practical stuff. And for the rest most (well meaning) people didn’t find it necessary to ask active classroom teachers to contribute to policy and philosophical books.

Teachers, together with renowned researchers, wrote a large part of Het Alternatief. The book itself symbolizes the way forward. It wasn’t hard to find good teachers who were willing to write on a diverse set of subjects. Luckily it wasn’t hard to find well known researchers who were willing to contribute as well. When asked Andy Hargreaves, Dennis Shirley, Michael Fullan, Howard Gardner, Paul Kirschner and Gert Biesta amongst others graciously agreed.

The book was published on October 4th and the secretary of education received the first copy out of our hands. Het Alternatief turned out to be more successful than we could have ever imagined. It struck a nerve, especially amongst teachers. A few weeks later it was already discussed in parliament, national newspapers and it is part of the discussion shaping policy on a national level, but just as important, in schools as well. There are many similar initiatives and organizations. In that respect the book is part of the zeitgeist. Maybe not just in the Netherlands, but internationally as wel.

Call to action

That is why we’ve decided to write an international version of “Het Alternatief” as a follow-up, in English: The Alternative or Flip the System. One of the things that inspired (and worried) us are the educational struggles going on in the United States. But not just in the US. A move towards standardized testing, privatization, neo-liberal policies, corporatization, top-down accountability, value added assessment are to be found all over the world. Pasi Sahlberg rightly calls it the Global Education Reform Movement (GERM)

As the world is getting more globalized, so is educational policy. Neo-liberal economic policy has profoundly changed the public sector all over the world in the last twenty years, including education. International benchmarking by the OECD (the PISA reports) has further crystalized this trend. Politicians, policy makers, researchers all meet one another on a global stage.

At the same time, by means of that same globalization and through social media, alternative ways of organizing education have also gotten more attention, Finland being the most notable example. Researchers like Diane Ravitch, Andy Hargreaves and Pasi Sahlberg are global thought leaders in this debate. We think it is time that global teacher-leaders add their voice to this chorus as well. We need to have a voice on the global stage, that is where national policy is also being shaped and that directly influences our work with children in the classroom.

The aim of the book is to help shape that movement. With the help of Education International (eiei.org) and their Unite4Education initiative we’ve begun work on an international edition. A few well known contributors have already agreed to write articles or do interviews. At the same time there are already a lot of local initiatives and organizations putting alternatives into practice. National organizations like the Centre for Teacher Quality, NBPTS and the Dutch Onderwijscooperatie have already identified national teacher-leaders.

We want teacher-leaders worldwide to contribute and start a global dialogue. Use social media to extend our Personal Learning Networks globally. We want to explore inspiring case studies from all different continents. Just like the Dutch version it will be a quest to which we don’t have an outcome yet. Although there are big cultural, political and economical differences we firmly believe that learning and teaching have a universal quality. We hope you will help us get a little closer to a global teacher community by adding your voice to this global dialogue and maybe the book.

At the Teaching and Learning 2014 Conference there will be a panel discussion with Linda Darling-Hammond, Susan Hopgood (EI), Dennis van Roekel (NEA) Daniel J, Montgommery (AFT) and myself on “Leading the (Global) Profession of Teaching.” from 11.30-12.30 Room 207

For more information see www.flip-the-system.org and www.unite4education.org and follow @jelmerevers and @rkneyber

En nu?

By | Het Alternatief | One Comment

Deze post verscheen eerder als column in “van 12-18”

En nu? En nu ga ik hier even niet meer over Het Alternatief schrijven, dacht ik. Gewoon over lesgeven, nieuwe experimenten, innovatie, gave dingen.  Maar dan reken je er niet op dat het boek inslaat als een bom. De minister nam het boek in ontvangst en wapperde er uitvoering mee in de Tweede Kamer. Alleid Truijens en Marc Chavannes refereerden er instemmend naar. En dan komt de vraag steeds vaker: En nu? Wat gaan we met Het Alternatief doen?

Het gesprek is in ieder geval in volle gang en dat was ook de bedoeling. Rene Kneyber en ik werden onlangs uitgenodigd door de Arnold Jonk Hoofdinspecteur PO van de onderwijsinspectie om ons verhaal te komen doen in wat wij schertsend het hol van de leeuw noemden.  In een afgeladen zaal, waar de inspectie tot op het hoogste niveau acte de presence gaf, hielden we ons verhaal. Gedurende de discussie werd al snel duidelijk dat ook de inspectie bezig is met een grondig zelfonderzoek en dat ze ook op zoek zijn naar een alternatief. Met kleine experimenten proberen ze de bakens al te verzetten.

Maar ik vind dat niet voldoende. Ook de inspectie moet zich in de geest van Het Alternatief emanciperen en meer op afstand van OCW en de politiek komen te staan. De individuele inspecteur die achterin een afvinklijstje komt afwerken en daarna zonder commentaar vertrekt werd breed als achterhaald ervaren. Alleen al voor het imago van de inspectie is dat funest, zoals ook blijkt uit onderzoek van Van Twaalf tot Achttien en DUO.

Maar wat dan wel? Leergemeenschappen van scholen? Het lijkt weinige realistisch. Voor goede inhoudelijke feedback is tijd en mankracht nodigen die heeft de inspectie onvoldoende. Mijn rode draad is het lerende systeem, in de geest van Hargreaves en Fullan. Docenten, scholen en bestuurders nemen gezamenlijk verantwoordelijkheid en worden ondersteund door de inspectie. De inspectie heeft onschatbare expertise en zou als facilitator en ondersteuner van lokale leergemeenschappen kunnen optreden. Cruciaal is volgens mij dat er dan wordt aangesloten bij bestaande grass-roots initiatieven als leerKRACHT.

Inspectie, controle, lerende systemen zijn een prangend thema. Dat blijkt ook wel uit het debat dat is ontstaan na de introductie van Stichting Beter Primair Onderwijs als opvolger van Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam (KBA). Er moest inderdaad wat gebeuren in Amsterdam omdat docenten en scholen zelf kwaliteitsborging lieten liggen. Deze opvolger is, naar wat Hargreaves de derde weg noemt, met een sausje van eigenaarschap overgoten. Maar in werkelijkheid staan docenten nog steeds op afstand. Zowel in de aanloop als de daadwerkelijke uitvoering zijn docenten geen full-partner: ik zie een onderonsje tussen politiek, schoolbesturen en ‘experts’. Daar stelt D66 in hun verkiezingsprogramma een krachtig plan tegenover waarbij docenten wel full partner worden in het proces. D66 kiest duidelijk voor de Vierde Weg.

Voor mij zijn de ontwikkelingen in de hoofdstad een test-case. Krijgen de ideeën van Het Alternatief daadwerkelijk handen en voeten? Intussen moeten we – allemaal – niet ophouden met het aangaan van het Gesprek: docenten, bestuurders, inspecteurs.

Het gesprek bij de Onderwijsinspectie stemde me zeer optimistisch. De spannende ontwikkelingen in Amsterdam realistisch.

Wordt Vervolgd.

Een blije boze docent, over Het Alternatief

By | Het Alternatief | One Comment

Na wat Twitter verkeer ‘s avonds ergens eind vorig jaar besloten Rene Kneyber en ik om de koppen eens digitaal bij elkaar te steken om een opiniestuk voor NRC Handelsblad te schrijven. Na wat schrijfwerk in Google Docs werd het resultaat opgestuurd naar de opinieredactie van de krant en gelukkig werd het daarna ook snel gepubliceerd. Dat smaakte naar meer. Rene en ik zijn allebei wat ik zelf zou noemen blije boze docenten. We houden allebei van ons vak, we vinden lesgeven leuk, we vinden kinderen leuk, we innoveren veel, etc. En we geven daar vaak ook anders invulling aan. Die liefde laten we ook zien en delen we ook. Ik zou ons allebei willen bestempelen als redelijk vrolijke en optimistische types.

Maar we zijn ook boos. Oprecht boos over de toestand waarin ons onderwijs zich bevindt en over de positie van docenten. We vinden allebei dat docenten zich te weinig boos hebben gemaakt, of misschien niet op de juiste manier boos. Een combinatie van kritiek, opbouwen en trots zijn op je expertise miste eigenlijk veel te veel in het onderwijsdebat vanuit docenten. Die invalshoek: de expertise, het vakmanschap, dat werd het uitgangspunt van Het Alternatief. Want zeg nou zelf? Wie weet er meer van orde houden dan Rene? En ik kan mezelf ook beroepen op veel kennis en kunde van digitale didactiek. De expertise zit al lang bij docenten, of zou er moeten zijn, en dat moeten we als overtuigend argument inzetten om ons onderwijsbestel te hervormen. Een boek zou misschien een mooie vorm zijn om dat verder te onderzoeken. Dat was in ieder geval de uitkomst van een eerste real life ontmoeting in een Utrechts cafe. Het moest een boek worden met bijdragen van veel docenten, maar niet alleen natuurlijk.

Het boek is er een in de reeks “Beroepseer” van onder andere Thijs Jansen. Met zijn hulp en die van uitgever Boom is het in een rap tempo tot stand gekomen. En het allebelangrijkste, door de fantastische bijdragen van alle schrijvers. Het Alternatief is inmiddels verschenen en het levert hopelijk een bijdrage aan het publieke debat over onderwijs. Op het fantastische lerarencongres van de Onderwijscooperatie werd het boek plenair gepresenteerd. Zie de video hieronder. En ook de minister nam het boek in ontvangst. Helaas niet plenair.

De eerste recensie zijn positief kritisch. En we zouden het ook niet anders willen. Simon Verwer recenseerde het boek als eerste voor Scienceguide en daar legde hij haarfijn een aantal interne discussies bloot. Alleen de conclusie is wel degelijk een bewuste keuze geweest voor een pamflet-achtige korte opzet: Flip the System. Natuurlijk kan dat veel verder worden uitgewerkt, maar omwille van de boodschap en het debat kozen we voor een krachtige boodschap. En zoals Alleid Truijens in haar recensie het zegt er is nog genoeg op aan te merken. Precies! We claimen niet de waarheid in pacht te hebben, maar het is wel een duidelijke aanzet. Laat het debat maar beginnen.

Pers

  • Alleid Truijens, Frisse bevlogenheid in een vermoeide sector, Volkskrant (recensie) link
  • Simon Verwer, Leraar met beroepseer, Scienceguide (recensie) link
  • Pieter Anko de Vries, Tegen de afrekencultuur in het onderwijs, Het Goed Leven (recensie) link
  • Annemieke Verbeek en Gabriëlle Jurriaans, Op weg naar de Middelmaat, De Groene Amsterdammer (over Alfie Kohn, met gedeeltes van mij en het boek) link
  • Rene was de hoofdgast bij OBAlive. Luisteren! link
  • Presentatie Het Alternatief door Stichting Beroepseer link
Het Alternatief ligt in de boekhandel en is te bestellen bij Bol.com (ook als ebook) en bij Uitgeverij Boom

 

Nieuwe auteur Het Alternatief

By | Het Alternatief, Uncategorized | One Comment

Op www.goedwerkgids.nl vind je meer informatie. En op Pitchstar kun je doneren.

We zijn heel blij dat we een nieuwe, internationaal bekende, auteur bereid hebben gevonden om een bijdrage te leveren aan “Het Alterernatief”: Andy Hargreaves. Andy Hargreaves is onderwijsonderzoeker en houdt zich met name bezig over onderwijsveranderingen. Pasi Sahlberg’s werk sluit aan bij Hargreaves. In zijn boek “The Global Fourth Way: the quest for educational excellence” presenteren hij en Dennis Shirley een alternatief voor de toets- en controle cultuur van de afgelopen dertig jaar. Dat komt ook terug in zijn boek “Professional Capital” dat hij  met Michael Fullan heeft geschreven. Zijn werk staat helemaal in het teken van “Goed Werk” en autonomie in het onderwijs, van docenten tot en met schoolleiders

Daarnnaast hebben we fantastische Nederlandse auteurs die zich later ook voor zullen stellen. Hier is de lijst:

Pasi Sahlberg, internationaal onderwijsexpert, bekend van zijn boek ‘Finnish Lessons’
Howard Gardner, professor in cognitieve wetenschappen, Harvard University
Hester IJsseling, lerares PO, blogger ophttp://hesterij.blogspot.nl/
Hartger Wassink & Cok Bakker,lectoren ‘Normatieve professionalisering’ HU
Lotte Hiddink, lerares PO en medeoprichtster van de Vereniging van Meesterschappers
Doret de Ruyter en Jos Koleonderwijsfilosofe- VU  en moreel filosoof – UU

Wiljan Hendrikx,  junior docent aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur
Leo Prick, publicist en journalist NRC
Michelle van Dijk, docente Nederlands en blogger ophttp://dewittekamer.wordpress.com
Dick van der Wateren, leraar natuurkunde, nl&t, aardrijkskunde en oprichter onderzoekonderwijs.net
Bas de Wit, adviseur VO-raad, schreef een promotieonderzoek over loyale leiders
Bill Banning, docent levensbeschouwing en auteur van ´onderwijsdier in hart en nieren´
Andy Hargreaves, Onderwijsonderzoeker in de VS

620729a5-893a-4351-aa92-04a0ffb780dc-PitchStar logo (1)

 

 

 

Onze crowdfunding loopt via Pitchstar. Je kunt daar naar toe om een donatie uit te brengen via Ideal of Paypal! Het geld is nodig voor drukwerk, vertaling van de buitenlandse artikelen, vormgeving, en dergelijke