Category Archives: Uncategorized

De toekomst van de AOb

By | Uncategorized | One Comment

Ik heb me verkiesbaar gesteld voor het Dagelijks Bestuur van de Algemene Onderwijsbond. Ik heb mijn standpunten al eerder toegelicht in mijn brief en onder andere dit blog.[i] En ik publiceerde eind 2017 al uitgebreider over de toekomst van de AOB.[ii] Ik heb dit stuk gebruikt ter voorbereiding van de verkiezingsdebatten in de verschillende rayons en publiceer het nu ook op mijn blog. Een aantal van deze ideeën zijn natuurlijk al onderwerp van gesprek op de aankomende Algemene Vergadering (AV).

Dit stuk is ook te downloaden via: http://bit.ly/2NX9nPD

Vragen rayon Noord

Zoals jullie misschien al wel weten is de AOb met een veranderingstraject bezig. Het luisteren naar de leden en hoe bewerkstelligen we inspraak is een speerpunt sinds PO in actie. Hoe zou jij dat in een democratische structuur vertalen? Hoe plaats jij de rayons, de sectoren en de groepen/ afdelingen in deze structuur?

Als we klagen dat docenten te weinig gehoord worden op scholen- bij besturen en in het systeem – dan zou een vakbond juist het goede voorbeeld moeten geven. Alle leden moeten makkelijker en directer kunnen meepraten en meebeslissen over het beleid van de vakbond. Het argument dat je je eerst moet inlezen gaat wat mij betreft niet op. Leraren hebben vanuit de praktijk en hun opleiding expertise en die moet je serieus nemen. Door een open debat en inspraak ga je je informeren en word je geïnformeerd. Zo komt de vereniging tot leven.

We hebben over de hele wereld ook te maken met een steeds minder democratisch wordende wereld, de zogenaamde democratic decline. Democratie is meer dan vier jaar stemmen, het moet ook tot leven komen in ons dagelijks leven, op de werkvloer en dus ook binnen de vakbond. Het is van levensbelang voor een vitale democratie en tegen het opkomend cynisme en populisme.

Aan de andere kant is een actief kader van een vereniging ongelooflijk belangrijk. Het is de ruggengraat van een vereniging. De rayons, sectoren en groepen moeten daarom ook  een actieve stem houden. Daarbij moeten we kijken hoe zich dat verhoudt tot de Algemene Vergadering. Ik vind het bijvoorbeeld logisch dat de verkiezingen van het hoofdbestuur open wordt gesteld zodat alle leden mee kunnen stemmen. Dat kan bijvoorbeeld via een E-democratie platform als Consul of Open Social. [iii] De AOb zou met een klein aantal onderwerpen – bijvoorbeeld over het curriculum of internationale aspecten-  snel met nieuwe vormen van besluitvorming of aanbevelingen kunnen experimenteren.

  • Vertrouw de leden en laat ze meestemmen in de Algemene Vergadering en bij verkiezingen.
  • Koester de bestaande structuren door de onder andere voorbereiding bij sectoren, rayons en groepen te houden.
  • Maak gebruik van nieuwe technologie om iedereen mee te laten doen. Die technologie kan zowel bij de gremia als bij de Algemene Vergadering gebruikt worden.

Vragen rayon Zuid en Oost

Het imago van vakbonden staat regelmatig ter discussie. De vakbonden zouden niet meer de vertegenwoordigers van de beroepsgroep zijn. Te weinig leden en te weinig bereiken door polderen. Hoe reageer jij op deze opmerkingen van niet- leden en sommige van onze leden En waarom?

Een belangrijk onderdeel en het bestaansrecht van de vakbond zijn de leden. Op welke manier overtuig jij niet-leden van het belang van het lidmaatschap van onze bond? Nieuwe leden binnenhalen is een ding, maar hoe houd je de leden vast. Hoe houd jij als bestuurder de achterdeur dicht?

Om een voorbeeld te nemen: ik heb twee jongere collega’s die allebei lid zijn uit overtuiging. Ze geloven in het belang van vakbonden, maar ze hebben geen enkele band met de AOb als vereniging. Daar maak ik me zorgen om. Ze lezen het onderwijsblad wel

oppervlakkig, maar daar houdt het wel mee op. En dat terwijl ze juist de ideale actievere leden zouden moeten zijn.

Met alleen maar een dienstverleningsverhaal red je het niet, mensen willen onderdeel zijn van een groter verhaal, een gedeelde identiteit. Dat was voor mij ook de reden om Het Alternatief: weg met de afrekencultuur van het onderwijs en Flip the System: changing education from the ground up samen te stellen. Die bredere visie op een sterke beroepsgroep zou juist ook het verhaal van de vakbond moeten zijn. Dat verhaal moet samen met de leden worden gemaakt en worden uitgedragen. Het zou de kern van een onderwijsvakbond moeten zijn. Dat mag ook gaan over de vakbond als cruciaal instituut in een democratie en als hoeder van het gelijkheidsideaal. Deze visie (dus meer dan dienstverlening en arbeidsvoorwaarden alleen) moet al op de lerarenopleidingen worden gehouden.

Zoals ik hierboven ook al uitlegde zouden leden een meer directe stem moeten krijgen in het reilen en zeilen van de bond, daarmee identificeren meer leden zich met de bond. De meeste voorstellen in dit stuk versterken de verbinding met de leden.

Alhoewel ik het qua onderwijsinhoud niet altijd met Beter Onderwijs Nederland (BON) eens ben, heb ik veel respect voor hun jaarlijkse congres, dat is inhoudelijk erg sterk en zwengelt de discussie aan. Vergaderingen van de AOb worden niet goed bezocht en met name jongere collega’s zijn op een hand te tellen. Verenigingsactiviteiten zouden ook meer op een zaterdag gehouden kunnen worden. Een congres als ResearchEd, maar ook de Meetups in het land laat zien dat leraren – en ook OOP – zich daar prima in kunnen vinden. Toen David Edwards (Secretaris Generaal EI) en Howard Stevenson kwamen praten over een sterke beroepsvorming, vakbondsvernieuwing en internationale ontwikkelingen– het grote verhaal – had  dat voor een publiek van 500-1000 leden gemoeten. Elke leraar had dat eigenlijk moeten horen. Dit soort inhoudelijke en inspirerende sessies spreekt leden enorm aan en betrekt ze weer bij de vereniging. Niet alleen dat, laat leden zelf ook inhoudelijke sessies organiseren, geef ze een podium waarin ze hun werk kunnen delen en betrek ze concreet bij specifieke onderwerpen zonder dat ze in inspraakorganen moeten gaan zitten.

  • Bouw aan het grote verhaal
  • Betrek lerarenopleidingen
  • Grote verenigingsactiviteiten op zaterdag
  • Organiseer een groot congres over de toekomst van het leraarschap
  • Maak het inhoudelijk interessant om te komen
  • Geef leden een podium
  • Maak een online sociaal platform (bijvoorbeeld Consul of Open Social)

Vragen rayon Zuidwest

De Algemene Onderwijsbond is een vakbond die zowel arbeidsvoorwaardelijk als onderwijsinhoudelijk als belangenbehartiger optreedt. Wat weegt voor jou zwaarder en waarom? Welke prioriteiten moet de AOb stellen op gebied van onderwijsinhoud? En welke op het gebied van arbeidsvoorwaarden?

Beide zijn belangrijk en heel nauw met elkaar verbonden. De AOb doet nu al veel aan het arbeidsvoorwaardelijke, en ook daar is nog veel te winnen. Maar het onderwijsinhoudelijke – de ingang voor veel leraren-  moet versterkt worden.  Leraren ontlenen hun identiteit mede aan hun beroep.[iv] Dat is bij leraren misschien nog wel meer het geval dan bij andere beroepen. Onderwijsinhoud hoort van oudsher ook bij lerarenvakbonden. Het is de ingang tot meer betrokkenheid.

De communciatie moet daarvoor worden aangepast. Niet meer alleen een nieuwsbrief van bijvoorbeeld de groep internationaal. De verschillende onderdelen van de AOb moeten een inhoudelijk en sociaal platform hebben dat onderdeel uitmaakt van een groter AOb/vakbondsplatform. Maak de AOb daarmee ook een intellectuele voorhoede van het beroep. Een van de redenen om de website onderzoekonderwijs met Dick van der Wateren te starten was omdat ik het gat tussen praktijk en onderzoek miste. Blogs, meetups, boeken, langere beschouwingen trekt de nieuwsgierige en activistische voorhoede van ons beroep aan. Geef dat de ruimte. Het blad American Educator van de American Federation of Teachers (AFT) kan als voorbeeld dienen. Waarschijnlijk een van de meest gelezen artikelen door leraren wereldwijd is Principles of Instruction: Research-Based Strategies That All Teachers Should Know van Barak Rosenshine. Daarmee geef je het goede voorbeeld

  • Kijk en leer van de eigen geschiedenis, van het buitenland. Maak dat zichtbaar.
  • Maak naast het Onderwijsblad een ‘longread’ magazine op de website – met discussiemogelijkheid- van en door leden, plus bekende leraren, onderzoekers en denkers. Ook uit het buitenland.

Beroepsvorming en onderwijsinhoudelijk betekent ook dat je de kwaliteit van je eigen beroep hoog houdt. Nu de Onderwijscooperatie ter ziele is, blijft er wel degelijk nog behoefte aan de discussie over wat een goede leraar is en om die kwaliteit te verwoorden. Het verplichte register – gekoppeld aan uren tellen- was overduidelijk de verkeerde weg. Het moet vrijwillig zijn en aansluiten en dienstbaar zijn aan de praktijk. Een aantal vakbonden in het buitenland hebben een eigen ethische code en soms ook hun eigen standaarden opgesteld. We kunnen hier in Nederland voortbouwen op werk wat al 10 jaar gedaan is. Laat de AOb in ieder geval beginnen met een ethische code. Daarmee geven we het goede voorbeeld. De Comenius Oath – de ethische code van de Finse lerarenvakbond OAJ – zou daarbij als voorbeeld en eerste stap kunnen dienen.[v] Ik heb daar in deze blogs meer over geschreven.[vi]

Ik sta op zich achter de ideeën van het nieuw voorgestelde lerarencollectief, maar ik heb er nog wel veel vragen over. Het  gaat mijns inziens alleen werken als er ook een sterke vakbond is. Er zijn niet zoveel succesverhalen van sterke beroepsverenigingen in het buitenland. Schotland dat als voorbeeld wordt voorgehouden heeft niet alleen een sterke beroepsvereniging, maar ook een hele sterke vakbond: Education Institute Scotland (EIS) met een lidmaatschap dat rond de 85% ligt. Het kan alleen werken als de leden die zich actief inzetten voor een beroepsvereniging, zich ook voor een sterke vakbond gaan inzetten. Zie dit blog voor een uitgebreidere analyse.

  • Ga aan de slag en stel zelf beroepsethische code voor leden op.
  • Werk eventueel daarna per sector standaarden uit die leden vrijwillig kunnen naleven.
  • Werk eventueel samen met het nieuwe lerarencollectief, mits dat engagement twee kanten opgaat.

Vakinhoud is ook iets wat ons verbindt, maar waar we als beroepsgroep als geheel te weinig in optrekken. Hoe Curriculum.nu/Onderwijs 2032 is opgezet – en de inhoudelijke richting – is een voorbeeld van hoe het niet moet. Maar het gaat wel elke leraar aan en het kan grote invloed hebben op ons werk.

Het zou wel goed zijn als de vereniging hier een duidelijk standpunt over ontwikkelt dat gedragen wordt door de leden. De AOb heeft alle bloedgroepen in het onderwijs in zich – van traditioneel tot vernieuwend. Van primair onderwijs tot wetenschappelijk onderwijs. Dat is een kans. We moeten onafhankelijk van de overheid veel meer een mening vormen en dat kan een voorhoede van leraren aanspreken. Uiteraard in samenwerking met vakverenigingen.

Ten slotte is de AOb de enige lerarenorganisatie die internationaal georganiseerd is via Education International. Naar aanleiding van de TEN Global pilot zal er in Bangkok op World Congress een resolutie komen om een voorhoede van lerarenvakbonden en hun leden internationaal verder te organiseren. Dat geeft een unieke mogelijkheid om een wereldwijd lerarennetwerk op te zetten en om van elkaar te leren. Dat is een aantrekkelijke ontwikkeling voor ambitieuze en activistische leden.

  • Organiseer standpunten rondom de vakinhoud. Zie onder andere dit blog over het curriculum [vii]
  • Bouw mee aan een internationaal lerarennetwerk. Dat platform/software zou hier ook nationaal kunnen worden gebruikt.

Vragen rayon Noordwest

In de missie en visie staan de taken van de AOb beschreven. Naast het behartigen van de belangen van de leden, onderhandelt de bond bij de overheid en de werkgeversorganisaties namens en voor het ledencollectief, bijvoorbeeld over wet- en regelgeving en cao’s. Ook onderhandelt de bond bij schoolbesturen voor het collectief, bijvoorbeeld over ondernemings-cao’s en sociale plannen, en ondersteunt ze individuele leden, bijvoorbeeld bij kwesties als arbeidsconflicten. Verder biedt de bond ondersteuning aan de MR/ OR. Zijn verbeteringen en of veranderingen noodzakelijk om een toekomstbestendige organisatie te worden? En welke zou jij in willen brengen?

De link tussen het klaslokaal en andere niveau’s in onderwijs is cruciaal. De AOb geeft advies en ondersteuning aan individuele leraren en ondersteunt individuele MR’s. Dat moet ook zo blijven. Medezeggenschap is een van de professionele en democratische pilaren in ons onderwijs. Samen met het professioneel statuut kan het ertoe bijdragen dat leraren hun professionele en collectieve autonomie versterken.  Tegelijkertijd moeten we niet alleen inzetten op een instrumentele, technische benadering van medezeggenschap, maar ook veel meer het gesprek in scholen zelf en tussen leraren van verschillende scholen stimuleren. De inzet op werkdrukmiddelen in het primair onderwijs is daar een goed voorbeeld van.

Medezeggenschap moet voor de AOb niet alleen vraaggestuurd zijn, maar ook veel meer gebruik maken van de leden en netwerken om een community op te bouwen. Hoe werk je aan die professionele cultuur? Waar loop je tegenaan? Hoe betrek je iedereen op school hierbij? Die netwerken kunnen online en bijvoorbeeld binnen gemeentes worden georganiseerd. Op deze manier wordt ook de AOb weer een zichtbare vereniging waardoor het ook weer makkelijker zou moeten worden om vertegenwoordigers van de AOb binnen scholen te organiseren.

Er zijn bij ons op school ook consulenten langsgeweest om actiemateriaal af te geven, maar het personeel was verder niet op de hoogte dat consulenten langs kwamen. Een gemiste kans. Er had ook een personeelsbijeenkomst georganiseerd kunnen worden om het belang staking te bespreken en stakers in te schrijven. Daarvoor heb je echter ook vertegenwoordigers op scholen nodig. Dit is geen individuele kritiek op de consulenten, ik weet dat het vaak niet makkelijk is om scholen binnen te komen (een voorbeeld van een disfunctionele organisatie!). Maar we moeten wel kritisch kijken hoe de AOb georganiseerd is. Bouw aan een vertegenwoordigers/MR netwerk, organising in de scholen. Een aantal consulenten kan dan ook een andere invulling geven aan het werk, meer een netwerkcoordiator worden, een mooie nieuwe uitdaging.

De organisatiegraad en actiebereidheid in het VO en andere sectoren zal ook toenemen, de actiebereidheid loopt nu erg achter bij het Primair Onderwijs, dat is een teken aan de wand hoe ver die sectoren nog te gaan hebben. Zo kan ook veel directere ruggenspraak met de achterban gedurende de onderhandelingen worden georganiseerd, naar voorbeeld van PO in Actie.

In Utrecht staat ons hele grote veranderingen te wachten door de enorme leerlingengroei. Dat betekent een grote groei van scholen, en scholen die worden opgesplitst in verschillende locaties. Dat grijpt fors in, in het werk van leraren en daar maken heel veel collega’s zich zorgen om. Wij zitten daarbij niet als collectief aan tafel en we weten ook niet hoe collega’s op andere scholen daarover denken. De situatie in Utrecht zou als pilot kunnen worden aangegrepen om leraren beter te organiseren binnen netwerken en om weer overal AOb-vertegenwoordigers te krijgen. Door de ondersteuning van het landelijke kantoor en centrale ligging kan het snel wat van de grond komen. De geleerde lessen kunnen daarna over het hele land worden verspreid.

  • Bouw MR-netwerken uit, minder vraag- en zendgestuurd, en met actieve AOb-vertegenwoordigers op elke school.
  • Pilot gemeente Utrecht (of ergens anders), leren en dan verder uitrollen.
  • Online- en gemeentelijk platform om netwerken vorm te geven
  • Platform kan ook voor sectorale, groepen, rayons worden gebruikt.
  • Meer- en directe ruggenspraak leden over cao-onderhandelingen.

Slotvraag op alle bijeenkomsten

Wat zou jij als je gekozen wordt als eerste aanpakken?

Veel van deze voorstellen kunnen op een laagdrempelige manier – bijvoorbeeld via Facebookgroepen uitgeprobeerd worden, alhoewel ik Big Tech om verschillende redenen een grote bedreiging vindt. Dus ik zou voorstellen om veel kleinschalige pilots uit te proberen en als het werkt in beleid om te zetten. Het is ook een kwestie van momentum en energie creëren. Die energie is er nu met de landelijke acties.

Het opbouwen van het ‘MR-netwerk’/vertegenwoordiging op scholen zou bij mij prioriteit hebben. Dus een pilot rondom zo’n netwerk, in Utrecht of een andere gemeente, zou mijn voorkeur hebben. Dit vormt dan het begin van een vernieuwing die meerdere jaren in beslag zal nemen. In Los Angeles is de UTLA aan soortgelijke hervormingen begonnen en dat heeft na vier jaar geresulteerd in een krachtige, zichtbare en genetwerkte vakbond die ook een vuist kon maken toen grootschalige acties nodig waren.[viii] Een vertegenwoordiger van een zelfbewuste en activistische beroepsgroep.


[i] Evers, J. Verkiesbaar voor het AOB bestuur (2019) http://www.jelmerevers.nl/2019/02/verkiesbaar-voor-het-aob-bestuur/

[ii] Evers, J. Leraren aller landen verenigt u! (2017) https://onderzoekonderwijs.net/2017/11/11/leraren-aller-landen-verenigt-u/

[iii] Consul http://consulproject.org/en/#

[iv] Nieuwe belangrijke EI studie: Cordinglee, F. et all ‘Constructing Teachers Professional Identities’ (2019) https://eiie.sharepoint.com/sites/eiwebsite/Shared%20Documents/Forms/AllItems.aspx?id=%2Fsites%2Feiwebsite%2FShared%20Documents%2FDocument%20download%2F2019_EI_Research_Constructing_Teachers_Professional_Identities_final%2Epdf&parent=%2Fsites%2Feiwebsite%

[v] Evers, J. Growing the profession: the professional standards conundrum (2017) https://worldsofeducation.org/en/woe_homepage/woe_detail/15802/protecting-and-growing-the-profession-the-professional-standards-conundrum-by-jelmer-evers

[vi] Evers, J. Het Lerarenregister 2: een goede leraar (2016) https://onderzoekonderwijs.net/2016/11/30/het-lerarenregister-2-een-goede-leraar/

Evers, J Het Lerarenregister 3: de toekomst van het leraarschap (2016) https://onderzoekonderwijs.net/2017/01/16/het-lerarenregister-3-de-toekomst-van-het-leraarschap/

[vii] Evers, J. Curriculum als brug naar beter onderwijs. (2016) https://onderzoekonderwijs.net/2016/04/18/het-curriculum-als-brug-naar-beter-onderwijs/

[viii] Jaffe, S. The Radical Organizing That Paved the Way for LA’s Teachers’ Strike. The Nation. (2019) https://www.thenation.com/article/los-angeles-teachers-strike-utla-organizing-solidarity/

Verkiesbaar voor het AOb bestuur

By | Uncategorized | One Comment

‘Als ik niet in mijn naam spreek, wie zal het dan doen? Maar als ik alleen maar in mijn naam spreek, wie ben ik dan? En als wij onze stem niet laten horen, wie zal het dan doen? En als we dat niet nu doen, wanneer dan wel?’

Hilel de Oudere

Ik heb besloten om me kandidaat te stellen voor het dagelijks bestuur van de Algemene Onderwijsbond (AOb). Dat zal voor sommigen als een verrassing komen, maar voor degenen die me wat beter kennen en me op Twitter volgen misschien niet.

Ik geef al sinds 2002 les, het jaar dat ik mijn eerste stages liep op twee prachtige scholen – in Arnhem en Pretoria. Wat heb ik een hoop bijgeleerd sinds dat knullige begin. En wat ben ik mijn beroep gaan waarderen. Het leraarschap waarbij je kinderen ziet groeien – met zijn focus op kennisoverdracht en pedagogiek – vind ik het mooiste beroep ter wereld. Ik heb dit jaar ook weer zulke leuke klassen, leerlingen en fijne collega’s om mee te werken. Ik heb nieuwe inzichten uit onderwijsonderzoek kunnen verwerken in de lessen en daarbij natuurlijk gekeken wat in mijn context wel en niet werkt. Samen met collega’s ben ik eindverantwoordelijk voor de lessen en ontwerpen we onze curricula, lessen en didactiek. Ik heb net lesgeven over de geschiedenis van de rechtsstaat en daarna organiseerden de leerlingen verkiezingen met zelfbedachte partijen. Met mijn 5 vwoklas onderzoeken we de wereldwijde uitdagingen van dit moment vanuit verschillende vakperspectieven en kunnen we daar ruim de tijd voor nemen. Mijn 4 havoklas heeft juist weer meer focus op basiskennis en vaardigheden nodig, en die aandacht kan ik ze ook bieden.  Het is divers, inspirerend en ik leer zelf ook elke dag bij, van mijn collega’s en mijn leerlingen. Die ervaring gun ik elke leerling en leraar.

Helaas wordt ons beroep steeds meer geërodeerd door een afrekencultuur en verslechterende arbeidsomstandigheden. Dit is terug te zien in het oplopende lerarentekort, we mogen inmiddels wel spreken over een lerarencrisis. Tegelijkertijd neem ik gelatenheid en een gebrek aan beroepseer onder leraren waar. We laten veel te veel gebeuren, spreken ons niet uit en doen zelf ook lang niet altijd wat goed is voor leerlingen. Voor mij was dit de reden om samen met Rene Kneyber de bundel Het Alternatief: weg met afrekencultuur samen te stellen. Een belangrijke conclusie van de boeken die we in de loop van de tijd hebben gepubliceerd, was dat leraren  een sterke beroepsgroep nodig hebben die op arbeidsvoorwaardelijk en onderwijsinhoudelijk gebied invloed kan uitoefenen op onderwijsbeleid en bijdraagt aan een professionele cultuur en beroepseer.

Het is voor mij een zoektocht met internationale omwegen geweest, maar ik denk dat de vakbond historisch en beroepsmatig gezien hier het uitgesproken kanaal voor zou moeten zijn (daar heb ik in dit stuk veel uitgebreider over geschreven). Helaas is voor veel leraren de vakbond heden ten dage niet meer vanzelfsprekend. Ik vind dat dit moet veranderen.

De afgelopen 10 jaar zijn er heel veel bottom-up initiatieven ontstaan binnen de beroepsgroep en zijn leraren actief en veelvuldig met elkaar in contact gekomen via social media.  Het ontstaan van meet-ups, ResearchEd, Facebookgroepen met duizenden leden, een levendige discussie op Twitter, en de oprichting van PO in Actie hebben geleid tot een meer activistische en georganiseerde beroepsgroep en zelfs tot landelijke stakingen. De AOb heeft terecht deze ontwikkelingen ondersteund en bovendien kan hij veel leren van deze beweging en zo de expertise van zijn leden nog meer benutten.

Daarnaast heeft de AOb zelf ook veel kennis en kunde in huis waar op hun beurt veel leraren geen weet van hebben. Ik sprak laatst een collega die heel erg tevreden was over de MR-ondersteuning, maar niet overwoog om lid te worden. Twee jonge collega’s op mijn school zijn juist uit principe AOb-lid – “vakbonden zijn belangrijk” – maar hebben weer weinig gevoel bij de AOb, ze voelen zich niet echt lid. De kern van dit probleem is dat vakbonden teveel dienstverlenende organisaties zijn geworden – een sociale ANWB –  in plaats van een vereniging en een gemeenschap. Om die twee werelden bij elkaar te brengen zou de AOb diepgaande netwerken moeten opbouwen, door bijvoorbeeld online en regionale communities op te bouwen rondom medezeggenschapsraden. Dit is een manier voor de AOb om weer binnen de haarvaten van scholen te komen en een duidelijk gezicht te krijgen bij zijn leden. Als het opbouwen van dit soort netwerken gepaard gaat met democratische vernieuwingen binnen de bond zelf, dat leden meer direct mogen meepraten en meestemmen in plaats van getrapte vertegenwoordiging, dan kan de vakbond weer echt een beweging worden die relevant is voor iedere leraar in Nederland en daarmee ook een vuist maken op het gebied van werkdruk en salaris.

Het werk van vakbondsbestuurder vraagt om een strategische blik op onderwijs. Naast mijn werk als docent, heb ik op landelijk politiek niveau ervaring opgedaan, bijvoorbeeld via de totstandkoming van het pamflet Samen Leren in samenwerking met Tweede Kamerleden van de PvdA en de VVD. Uit Samen Leren is onder andere het Lerarenontwikkelfonds (LOF) voortgekomen. Door mijn werk als teacher fellow in het buitenland bij Education International (EI) en het schrijven van Flip the System: changing education from the ground up (2015) en haar opvolgers in onder andere Groot-Brittannië en Australië heb ik een goed overzicht van internationale ontwikkelingen in het onderwijs en op onderwijsvakbondsgebied, die in Nederland nog niet goed zichtbaar zijn. Thema’s als privatisering, Artificial Intelligence, de skills agenda, de academische vrijheid die steeds verder beknot wordt door het opkomend populisme, maar ook vakbondsvernieuwing zelf zijn allemaal onderwerpen waar de AOb op korte termijn een visie op zal moeten ontwikkelen.  

In debatten over onderwijs kun je al snel in loopgraven verzanden. Het is een compliment aan de beroepsgroep dat we met zoveel passie over ons werk spreken, maar we moeten ook samen verder. Netwerken en verbinden zijn belangrijke vaardigheden voor een bestuurder. Ik heb zelf een uitgebreid netwerk opgebouwd in binnen- en buitenland van leraren, politici, onderzoekers en bestuurders. Stevige debatten ga ik ook niet uit de weg . Ik weet mijn ideeën uit te dragen en draagvlak te creëren. Daarnaast ben ik binnen en buiten de school niet bang om nieuwe dingen uit te proberen als die ons onderwijs verbeteren en tegelijkertijd zie ik de meerwaarde van het oude en koester ik die. Dit is ook wat ik met de AOb voor ogen heb. Bovendien heb ik gedurende mijn carrière het klaslokaal nooit verlaten. Ik ben dan ook van mening dat gedeelde kennis van en ervaring uit de praktijk een krachtige combinatie is voor iedere bestuurder.

Ten slotte zijn er ook problemen die het onderwijs overstijgen. Ook in Nederland neemt de ongelijkheid toe, grijpt het populisme om zich heen en staat de democratie onder druk. Ik ben bang dat we door het toenemende lerarentekort aan de vooravond van een grootschalige privatisering staan. Rijkere ouders zullen met hun voeten gaan stemmen om de toekomst van hun kinderen veilig te stellen. Dat is niet alleen een economisch probleem, het is ten eerste een democratisch probleem. Democratieën kunnen alleen bestaan als er een zekere mate van gelijke kansen bestaan, als alle burgers goed geïnformeerd zijn en als we samen leren leven en elkaar ontmoeten. Ons onderwijs is die democratische leerschool en daar zijn we allemaal verantwoordelijk voor. Het behouden van onze democratie en het publieke domein gaat niet vanzelf. Daar staan we zelf bij en vakbonden zijn daarin een cruciaal en onderschat instituut in. Historicus Timothy Snyder raakte mij met zijn boek On Tyranny: twenty lessons from the Twentieth Century, waarin hij naar aanleiding van de verkiezing van Donald Trump, schreef: “Neem verantwoordelijkheid voor instituties die je belangrijk vindt en verbind je eraan. Ga ervoor staan.” Dat is ook wat ik met mijn kandidaatstelling beoog. Ik hoop dat ik als lid van het dagelijks bestuur van de AOb de kans krijg om die verantwoordelijkheid nemen.


Leraren Aller Landen Verenigt U! – Onderzoek Onderwijs (2017)

Wil je meepraten en denken over de verkiezingen dan kan dat via de rayon-vergaderingen van de AOb. Op maandag 11 februari is er op het AOb-hoofdkantoor een gesprek met alle kandidaten, er is ook een livestream.

Helaas kun je als lid niet direct stemmen via de Algemene Vergadering op 21 en 22 maart, maar er zal wel een advies van de rayonvergaderingen uitgaan over wie de voorkeur heeft in de rayons. Ga dus vooral naar de vergaderingen. De vergaderingen vinden plaats op de volgende data:

11 maart in Rotterdam
12 maart in Amsterdam
13 maart in Groningen
18 maart in Arnhem
19 maart in Eindhoven

Op 21 en 22 maart is Algemene Vergadering in Utrecht waar de verkiezing zal plaatsvinden.

Het curriculum als brug naar beter onderwijs

By | Uncategorized | 24 Comments

Mijn eerste gedachte bij Onderwijs 2032 vorig jaar? Wat een enorme kans! Leraren willen graag meer zeggenschap over de inhoud. Zo hebben we net een gedrocht als de Rekentoets over ons heen laten komen, zoiets hoeft in een nieuwe structuur niet meer te gebeuren. We kunnen rondom het curriculumproces de noodzakelijke ondersteunende- en netwerkstructuren bouwen om het onderwijs als geheel te verbeteren. En hiermee kunnen we eindelijk de tijd en ruimte richting de politiek opeisen die gewoon nodig zijn voor goed onderwijs. Ik zie het curriculumontwerp als brug naar beter onderwijs. Optimisme vanuit een gezonde dosis realiteitszin dus.

Dat is één kant van het verhaal. Mijn tweede? Oef, hoe gaan we dat in godsnaam voor elkaar krijgen? Dat komt voort uit dertien jaar ervaring als lijdend voorwerp van onderwijsbeleid. Wij geschiedenisdocenten hebben er ook net een tienjarig debat over het geschiedeniscurriculum op zitten en we zijn nog maar net met een nieuw examenprogramma begonnen. We krijgen pas net een beetje inzicht in wat werkt en wat niet werkt. Daarnaast zijn we op UniC al lang bezig om vakoverstijgend onderwijs vorm te geven, en de meeste mensen hebben geen idee hoe tijdrovend het kan zijn om het echt anders te doen, en wat dat van een docent vraagt. Het is sowieso tijdrovend om samen te werken en je onderwijs af te stemmen, of je nou op een traditionele of vernieuwende school werkt. Met de huidige lestaak is het in ieder geval onbegonnen werk om dit landelijk in te voeren. Wat de commissie voorstelt vraagt enorm veel van onze scholen en leraren. En ons onderwijssysteem is helemaal nog niet klaar voor zo’n inhoudelijke ingreep. Maar voor mij is het toch een kans- als we die gezamenlijk willen pakken tenminste.

Debat

Er zijn een aantal bezwaren tegen Onderwijs 2032 ingebracht. Die steekhouden, al naar gelang je beeld van hoe ons onderwijs eruit zou moeten zien. Veel bezwaren van leraren zijn ten eerste inhoudelijk. In veel polemische bijdragen horen we dat via een omweg de leerpleinen terugkomen, kennis er niet meer toe doet en dat traditionele vakken worden afgeschaft. Zo stellig is het rapport helemaal niet, maar door de keuzes en de voorbeelden die in het rapport worden geschetst lijkt het platform wel degelijk in die bepaalde richting te denken. Door niet meer evenwicht aan te brengen in het rapport, en bijvoorbeeld verschillende meer traditionele scenario’s te schetsen, heeft de commissie al zijn eigen weerstand ingebouwd in plaats van draagvlak te creëren.

Ten tweede richt de kritiek zich op het proces. De opeenvolgende stappen gaan veel te snel, zijn ondoorzichtig en er is helemaal geen draagvlak gecreëerd. In december 2016 moet er van de staatssecretaris al een eindrapport klaarliggen zonder dat er eerst een goede inhoudelijke discussie heeft plaatsgevonden. Dat beeld werd er helaas niet beter op nadat er al een voorzitter voor het vervolgproces werd aangesteld voordat de Tweede Kamer zich over Onderwijs 2032 had uitgesproken. Keer op keer lijkt het erop dat bepaalde conclusies al (in een vroeg stadium) al zijn getrokken en dat het proces zo werd ingericht om het alleen nog maar af te stempelen. Ook dit ligt genuanceerder natuurlijk, maar gezien de weinig transparante keuzes heeft de staatssecretaris hier de schijn tegen.

Ten derde is de kritiek dat er geen goede probleemanalyse is gemaakt en dat het rapport slecht is onderbouwd. Natuurlijk is het wel degelijk onderbouwd als je naar de wetenschappelijke literatuur kijkt en er is wel goed gekeken naar de inbreng, zoals te zien is in de opbrengstenanalyse, maar er mist veel recent en cruciaal onderwijskundig onderzoek. Niet voor niets wordt er op dit moment wereldwijd een stevig (wetenschappelijk) debat gevoerd over de merites van traditioneel en progressief onderwijs. Daarvan is veel te weinig terug te vinden in het rapport.

Tegelijkertijd zwaaien nu alle partijen met al dan niet draagvlak onder de leraar. Feit is dat niemand dat op dit moment weet. Mijn indruk is dat het draagvlak groter is dan de tegenstanders nu doen voorkomen, en kleiner (of genuanceerder) dan de voorstanders zeggen. Dat we daar niets over weten is een fout van de commissie. Als Paul Schnabel in Buitenhof beweert dat er veel draagvlak is dan kan hij dat op geen enkele manier aannemelijk maken. De commissie had op zijn minst representatief onderzoek moeten doen naar de staat van de leraar op onderwijskundig gebied. Lerarenorganisaties zijn niet direct betrokken geweest bij het proces. Er kon alleen input worden geleverd.

Ten vierde vallen veel leraren over de randvoorwaarden om een nieuw curriculum mogelijk te maken. De werkdruk is nu al enorm hoog, en er wordt op geen enkele manier serieus aanstalten gemaakt om dat aan te pakken. Kijk maar naar het nieuwste 100-urenvoorstel van de VO-Raad. Dat hangt weer van vrijblijvendheid aan elkaar en het gevraagde geld verdwijnt gewoon weer in de lumpsum. Het is niet heel moeilijk: de lestaak moet naar maximaal twintig uur en lerarenteams hebben meer zeggenschap nodig in hun scholen. Dat hier geen gevolg aan wordt gegeven is natuurlijk niet de fout van de commissie Schnabel, want die gaat wel degelijk in op de randvoorwaarden, maar van de politiek en de raden. Zij zijn hiervoor verantwoordelijk en geven keer op keer niet thuis. Vind je het gek dat leraren sceptisch reageren als er weer de indruk ontstaat dat er weer veel moet?

Verder

Maar door het proces nu volledig stil te leggen of te verleggen naar december bestaat het gevaar dat weer “honderd leraren” a la de Rekentoets uit een of andere hoed worden getoverd en dat bestaande lerarenorganisaties worden geframed als ouderwets, geïnstitutionaliseerd en zonder hart enig voor onderwijs. Zie oa deze opmerking van Jan Fasen.

“Dat komt je er van wanneer je in een organisatie van, voor en door leraren, (vak)bonden een beslissende rol geeft. Die hebben niks met inhoud, des te meer met belangen, politiek, particulier, gevoed door geïnstitutionaliseerde achterdocht en wantrouwen. Bedienen zich van holle retoriek namens een nog nauwelijks bestaande achterban.”

Dit is niet terecht. De lerarenorganisaties zijn in ieder geval een stuk representatiever voor “het veld” dan de raden. Lerarenorganisaties worden bijna altijd te laat bij onderwijsbeleid betrokken, dat is zeker in dit proces gebeurd. Dan is het niet zo gek dat een aantal op de rem gaan staan. De twee leraren in de commissie Schnabel zijn zonder ruggespraak toegevoegd (Dit zegt niets over de kwaliteit van deze twee leraren). Een aantal leraren uitnodigen zonder ruggespraak met lerarenorganisaties is echt wat anders dan draagvlak creëren, laat staan dat het representatief is. Evenmin zijn de Twitterconsultatie en de inspiratiesessies waardoor de commissie zich met name heeft laten informeren representatief. Het heeft wel degelijk een fors publiek debat op gang gebracht- heel positief – maar dat is wat anders dan draagvlak. Het is helaas een herkenbare modus operandi, draagvlak pretenderen in plaats van echt draagvlak en capaciteit creëren. In de Verenigde Staten heet dit ook wel astroturfing. Kunstgras in plaats van echt gras, grassroots. In de VS is het helaas een doelbewuste tactiek om de invloed van leraren te ondergraven. Maar volgens mij is het in Nederland meer een kwestie van onbeholpenheid.

Aan de andere kant is de verdeeldheid, de traagheid en de representativiteit aan de kant van lerarenorganisaties wel een probleem. Onze lerarenorganisaties zijn soms hiërarchisch, onzichtbaar en ze hebben te weinig daadkracht. Veel leraren kennen hun organisaties maar oppervlakkig en voelen zich te weinig vertegenwoordigd. Ik erger me daar ook aan en het zet de deur wagenwijd open voor versnippering en nep-alternatieven. Tegelijkertijd zijn er wel degelijk heel veel goede initiatieven- zie bijvoorbeeld de reactie en de veldraadplegingen van mijn eigen VGN – en dat moet het uitgangspunt zijn. Ook voor alle lerarenorganistaties is dit een kans om veel meer leraren aan zich te binden.

Het Alternatief

Het Alternatief en Flip the System zijn veel meer dan alleen een aanklacht tegen de gevestigde orde. Het is op zijn minst een oproep aan leraren om hun verantwoordelijkheid te nemen. Nu de Tweede Kamer het initiatief en zwaartepunt bij leraren gelegd moeten we die handschoen oppakken. Er is op dit moment een redelijk nauwe politieke window of opportunity en het is maar de vraag of dat na de verkiezingen van volgend jaar ook nog zo zal zijn. We weten allemaal hoe grillig de politiek is richting het onderwijs. Afwachten is niet de oplossing en daarom moeten we zelf met een voorstel komen om het curriculumproces mede vorm te geven. We kunnen harde voorwaarden eisen – tijd en ruimte- en op elk moment nagaan of daaraan wordt voldaan. Als leraren niet genoeg tijd en ruimte krijgen dan weten we gelijk of de politiek serieus. Dan geven we twee weken niet les om en nemen we de tijd.

Er ligt voor alle lerarenorganisaties een belangrijke kans om veel meer leraren aan te spreken en aan zich te binden. De bereidheid van leraren om zich actief in te zetten voor een van hun organisaties is helaas niet groot. Maar curriculumontwikkeling spreekt leraren aan, op de inhoud en als wij ergens blij van worden dan is het wel gezamenlijk over die inhoud de verdieping zoeken. Als lerarenorganisaties het ontwerpproces mede kunnen faciliteren en hun eigen signatuur daarin duidelijk kunnen maken komen meer leraren de “ruimte” van die organisaties binnen. De financiële ondersteuning vanuit de overheid om Onderwijs2032 daadwerkelijk in te vullen kan gedeeltelijk door lerarenorganisaties worden gebruikt, daar zijn in het buitenland ook voorbeelden van te vinden en het is hoogstwaarschijnlijk een randvoorwaarde om echt draagvlak te creëren onder leraren. Tegelijkertijd is het een positief, opbouwend beeld in plaats van altijd maar insteken op wat er niet goed gaat. De representativiteit en het draagvlak van vakbonden en vakverenigingen staan onder druk en dat heeft onder andere te maken met hun defensieve houding, trage besluitvorming en ontoegankelijke besluitvormingsprocessen.

Dat kan worden doorbroken. We moeten weer werken aan vertrouwen in de leraar. En ook aan vertrouwen in onszelf. Zoals we in Het Alternatief 2 schreven: “Willen Artikel 23 en de vrijheid van onderwijs kans van slagen hebben, dan dienen scholen en leraren beter hun rol op zich te nemen, niet alleen door een pedagogisch-didactische visie te ontwikkelen, maar ook door hun professionaliteit te ontwikkelen. Deze nieuwe professionaliteit van leraren draait daarmee zowel om het individu als om het collectief. Het draait om een individuele leraar die openstaat voor verbetering, kortetermijndoelen kan realiseren, op de hoogte is van de nieuwste ontwikkelingen, collegiaal kan samenwerken en in staat is om het eigen handelen te plaatsen in relatie tot een overkoepelende bedoeling van het onderwijs. Maar het draait ook om de manier waarop de professie zich als collectief presenteert aan de buitenwereld, nu de eisen van de samenleving steeds dwingender vormen aannemen. Zo’n nieuw collectief van professionals presenteert zich als activistisch, progressief, zelfregulerend en politiek actief” Om dat te bereiken moet er bij lerarenorganisaties sprake zijn van een nieuw elan, een nieuw democatisch professionalisme.

Dat vraagt wel om daadkracht van de samenwerkende lerarenorganisaties in de Onderwijscoöperatie (OC). De geloofwaardigheid van dit samenwerkingsverband staat op het spel als we de handschoen van de politiek niet oppakken. De deur staat wagenwijd open voor onder andere de raden om te zeggen: “zie je wel, de leraren kunnen het niet zelf en ze zijn te verdeeld.” De OC is een van de redenen waarom er beweging is gekomen de laatste jaren. De politiek (en ook andere stakeholders) zoeken steeds naar een aanspreekpunt. En er is maar een mogelijkheid in de Nederlandse context: een federatie van lerarenorganisaties en tot nu toe ongeorganiseerde leraren. Het is zoals gezegd maar al te makkelijk om leraren te vinden die namens de leraar spreekt. Zie het debacle van de Rekentoets waarbij te pas en te onpas “100 leraren” als argument werden opgevoerd.

En dat terwijl het moeizame proces van de vorming van de Onderwijscoöperatie de afgelopen 10 jaar iets unieks heeft opgeleverd. In het buitenland kijken ze met verbazing naar wat er allemaal al bij de Onderwijscoöperatie is neergelegd, en wat er bij Onderwijs2032 in het vat zou kunnen zitten. Dat laatste zou internationaal echt uniek zijn. Het sluit aan bij een bredere internationale beweging waarin een grotere rol van lerarenorganisaties steeds meer als sleutel tot goed onderwijs wordt gezien, veel meer dan alleen arbeidsvoorwaarden gaat het over alles wat ons tot leraar maakt. Als de Onderwijscoöperatie niet bestond dan zouden we haar nu moeten uitvinden.

De sleutel in dit hele proces zijn we als leraren natuurlijk zelf. Er wordt maar al te makkelijk gezegd dat leraren niet op de hoogte zijn van Onderwijs 2032. Maar dat is echt te makkelijk. In het voortgezet onderwijs hebben de meeste vakverenigingen zich hierover uitgesproken en er is ook in hun vakbladen over gepubliceerd- de Vereniging van docenten geschiedenis en staatsinrichting in Nederland (VGN) heeft in ieder geval heel goed werk verricht. Daarnaast is het in elk landelijk dagblad wel voorbij gekomen. Als leraren verwachten dat de samenleving ons gaat vertrouwen mag je toch op zijn minst verwachten dat we onze vakbladen bijhouden. Zodra je begint over collectief organiseren, laat staan staken, begint iedereen al te steigeren. Maar you can’t have it both ways. Leraren klagen dat we niet gehoord zijn in de totstandkoming van de Rekentoets, maar tegelijkertijd willen we ons niet organiseren om met een gezamenlijke stem te spreken omtrent curriculumontwerp. Dat zijn ook leraren en dat is een vorm van vrijwillige slavernij.

We zullen het als leraren het nooit eens worden op onderwijskundig gebied, die pluriformiteit is een wezenlijk onderdeel van het onderwijs. Maar waar we duidelijk wel overeenstemming in kunnen bereiken is over onze professionele rol: onze collectieve autonomie in scholen en in het onderwijssysteem. Laten we dat als uitgangspunt blijven nemen.  Om die rol in te concretiseren stel ik voor dat we uitgaan van een aantal uitgangspunten ten opzichte van het proces en van de inhoud:

Proces

Curricula worden tot nu toe compleet los van elkaar ontwikkeld en er is ook niet structureel een grote groep leraren bij betrokken. Dat betekent dat het curriculum als geheel versnipperd is. Mede geïnspireerd door een bezoek aan Singapore kunnen we dat veel beter inrichten. Ik heb in het schema hieronder geprobeerd om de situatie in Singapore te vertalen naar het Nederlandse onderwijs. Het is noodzakelijk dat dit mede door lerarenorganisaties wordt opgepakt omdat dit de enige manier kan zijn waarop we er afstemming plaatsvindt tussen het nationale curriculum en het curriculum in de klas. Tegelijkertijd is het curriculum natuurlijk van meer dan alleen leraren, dat kan wordt ondergebracht in een nieuwe organisatie (die kan uitgroeien tot Rijksacademie, maar dat is een ander verhaal). Dat leraren vanuit alle verschillende organisaties en stromingen daarin een grote stem hebben is voldoende waarborging.

Onderwijs2032 proces schemaHet ontwerpproces wordt inhoudelijk opgepakt en verdiept door netwerken van leraren waarbij de vakverenigingen, in ieder geval voor het VO, het zwaartepunt zullen worden. Maar het algemeen belang moet wel gewaarborgd worden. Daarom moet er een Lerarenraad worden opgericht die een coördinerende rol krijgt. De bezetting hiervan is pluriform en wordt ingevuld vanuit de lidorganisaties, via open sollicitaties en scouting van talent. Met name in dat laatste is het onderwijs als geheel slecht. Maar willen we slagen dan moeten we daar bewezen individuele netwerk- en innovatietalent voor inzetten. Bovenal moeten deze principes vanaf het begin helder zijn. Tot nu toe blinkte het proces rond Onderwijs2032 uit in een rookgordijn rondom de bezetting.

Het ontwikkelen moet een open proces zijn, met constante iteraties vanuit het veld. Een online communicatie- en deel platform is hierbij onontbeerlijk. En dat moet een stuk verder gaan dan een digitale vergaarbak die met name bestaat uit eenrichtingsverkeer. Het curriculumontwerpproces zou vergelijkbaar moeten zijn met ontwikkelen van open source software. Waarbij een platform als Github als voorbeeld kan dienen. De oplevering van een nieuw curriculum kan steeds als nieuwe mijlpaal dienen. Die mijlpalen kunnen plaatsvinden in een vijfjarige cyclus. Van docenten mag worden verwacht dat ze deze ontwikkelingen blijven volgen en bij voorkeur er ook aan bijdragen. Zo kan niemand meer zeggen dat ze verrast worden door de zoveelste vernieuwing. Waarbij het ook zo zal zijn dat die vernieuwing niet heel rigoureus zal zijn, zoals nu soms het geval is. Dezelfde methodiek met bijbehorend platform op nationaal niveau kunnen dan ook door de ontwikkelgemeenschappen op schoolniveau worden gebruikt, waarbij verschillende forks ontstaan die onder een Creative Commons licentie worden gedeeld. (Wikiwijs zou overigens dat platform kunnen zijn) Voor het netwerkgedeelte kunnen we de bestaande LOF community uitbouwen en een veel grotere online gemeenschap van leraren creëren.

Inhoud

Onderwijs2032 gaat voor veel leraren erg ver. Maar dat laat onverlet dat dit curriculumproces niet voor iets is gestart, ik kan iedereen aanraden om het oorspronkelijke rapport van de Onderwijsraad er weer even op na te slaan. Laten we het rapport Schnabel als beginpunt en discussiestuk nemen en er zelf invulling aan geven. Ten eerste er is wel degelijk een (kleine) update nodig bij veel vakken en ten tweede moeten de curricula veel meer op elkaar worden afgestemd en ook in de school landen. Leraren leunen nu echt nog te veel op methodes. Op deze manier laat je de keuze bij lerarenteams om al dan niet traditioneel of vakoverstijgend te werken.  Je voldoet tegelijkertijd aan de roep die uitmondde in Onderwijs2032 om het curriculum meer eigentijds vorm te geven. Een goed gebalanceerd curriculum is gewoon good practice internationaal gezien en het biedt de houvast en ondersteuning die nodig is om van de methodeslaafsheid af te komen. Om richting te geven aan de verschillende (traditionele en progressieve) mogelijkheden en vakinhoudelijke doelen die er zijn moet er daarom ook veel meer recent onderwijskundig onderzoek en onderzoekers worden betrokken bij het ontwerpproces. Ook dat geeft leraren meer houvast bij het ontwerpen van hun schoolcurriculum.

Neem digitale geletterdheid als voorbeeld. Daarin kunnen we heel goed tot overeenstemming  komen. De digitale component is momenteel compleet uit de tijd en nergens goed vastgelegd. Even los van de retoriek rond iPads moeten leerlingen een aantal informatievaardigheden ontwikkelen rond onder andere Big Data, algoritmes en netwerken. Die zijn van grote invloed op ons als burgers en dat zal alleen maar toenemen. Dat moeten we zien als een basisopdracht van het onderwijs. Die kennis en vaardigheden moeten natuurlijk in context ontwikkeld worden. Bij de maatschappijvakken (geschiedenis, economie, aardrijkskunde, maatschappijwetenschappen) kunnen binnen de contexten van die vakken begrippen, contexten en datasets worden gebruikt en de wiskundige kennis en vaardigheden worden toegepast.

Dat vraagt om afstemming van kennis en vaardigheden binnen al die vakken. Alleen al een aantal vergelijkbare vaardigheden hetzelfde benoemen en gemeenschappelijk ontwikkelen is enorme winst. Een algemene digitale leerlijn wordt zo via de vakken concreet gemaakt. Hoe je dat didactisch terugziet in scholen is aan de leraren zelf. Dat kan een vakoverstijgend vak als Maatschappij zijn, of de leerlijn komt via vakken afzonderlijk terug, of via een mengvorm. Maar door het gezamenlijk te ontwikkelen ontstaat er wel een duidelijke lijn in het curriculum Er worden zo veel voorbeelden ontwikkeld waarvan alle leraren kunnen profiteren. Vakvereniging Informatica en IT (I&I) zou bij de digitale geletterdheid kunnen coördineren omdat het gedeeltelijk hun terrein betreft en omdat ze net een nieuw curriculum hebben opgeleverd via de netwerkprincipes die hierboven al beschreven zijn. Op hun ervaring kunnen wij allemaal voortbouwen.

Dijsselbloem proof

Onderwijsbeleid moet meer evidence based worden ontwikkeld volgens het rapport Dijsselbloem. Ik zou zeggen evidence informed. Het moet in ieder geval een grotere rol spelen in het proces dan nu. Wat ik in ieder geval wil weten is wat leraren er nu echt van vinden en wat we willen. Daar moet een groot onderzoek naar worden gedaan. Het curriculumontwerp- nationaal en in de school – is een proces waarbij ontwerp, samenwerken en professionalisering van leraren samenvallen. Het is interessant om te zien dat veel internationale rapporten, onderzoeken en boeken van de afgelopen tijd dit ondersteunen. We lijken langzamerhand naar een consensus over onderwijsverbetering af te stevenen. Er is een verband tussen het handelingsvermogen van leraren – agency – en een samenhang tussen ontwerp, professionalisering en collectieve autonomie binnen en buiten de school. (Biesta 2015) Er worden ook steeds meer correlaties gevonden dat dit tot betere leerlingenresultaten leidt- zelfs Hattie schijnt dit inmiddels als grootste effect size aan te geven (bron Twitter, maar nog niet bevestigd) Alhoewel je met deze onderzoeken natuurlijk de nodige voorzichtigheid moet betrachten.

In Beyond Professional Development, een studie naar vier verschillende onderwijssystemen destilleert Ben Jensen de volgende principes:

  1. School improvement is organized around effective professional learning (that reflects the principles of adult learning).
  2. Distinct roles are created to lead professional learning in schools and throughout the system.
  3. Schools and systems recognize the development of teacher expertise (with expertise regularly developed through school- based research of how to improve student learning and then shared and recognized across multiple schools and districts).
  4. Teachers and school leaders share responsibility not only for their own professional learning but the learning of other teachers.
  5. Collaborative professional learning is built into the daily lives of teachers and school leaders. (Jensen 2015)

Ook in twee recente rapporten van de OESO komen deze aspect naar voren. De internationale denktank onderscheidt de volgende domeinen die van belang zijn: 1) a knowledge base, which includes necessary knowledge for teaching; 2) autonomy, which is defined as teachers’ decision making over aspects related to their work; and 3) peer networks, which provide opportunities for information exchange and support needed to maintain high standards of teaching. (OECD 2016) En in het begeleidende rapport van de ISTP in Berlijn benadrukte Andreas Schleicher dat: “Involving teachers and school leaders in the development of education reforms is likely to facilitate the implementation of those reforms. (…) The need to more actively engage the teaching profession extends beyond reasons of politics and pragmatism. One of the main challenges for policy makers facing the demands of a knowledge-based society is how to sustain teacher quality and ensure that all teachers continue to engage in effective modes of ongoing professional learning.” (Schleicher 2016) In deze rapporten kwam ook naar voren dat deze netwerken nog meer impact hebben op leraren en scholen in achterstandsgebieden. Indien het goed wordt ingericht versterkt het die scholen nog veel meer. Wat we missen in Nederland is een gedeelde verantwoordelijk voor alle kinderen, en dat is voor ons als beroepsgroep schandalig. In het licht van de Staat van het Onderwijs misschien wel de grootste aanleiding om dit proces zo in te richten.

We kunnen ons ook laten informeren door het curriculumproces in andere landen. Een grote betrokkenheid van leraren is helemaal niet gek internationaal gezien. In landen en regio’s als Alberta, Ontario, Schotland, Singapore zijn grote groepen leraren juist betrokken bij het curriculumontwerp. Laten we die ervaring en kennis ook naar Nederland halen.

Een onderdeel van het voorstel zou een goede permanente monitoring moeten zijn. De vraag is of dit proces het handelingsvermogen van leraren vergroot en of dit tot betere – breed gedefinieerde – leerlingresultaten zal leiden. Laat ook dit onderdeel zijn bij wat de lidorganisaties al doen en aansluiten bij het onderzoek dat bijvoorbeeld naar het Lerarenontwikkelfonds wordt opgezet.

Conclusie

Als wij als leraren nu niet leveren dan laat we een grote kans liggen, dan ontstaat er ook een vacuüm en dan wordt het weer voor ons gedaan. We willen graag dat leraren het voortouw nemen, maar we krijgen het eigenlijk niet voor elkaar. Laten we het niet zover laten komen. We gaan tot december in gesprek hoe we denken dat het curriculum eruit zou kunnen zien. En ook hoe we denken dit proces structureel te gaan inrichten daar waar het de leraren betreft. En laten we deze maanden inzetten als een pilot hoe die permanente betrokkenheid van leraren eruit zou kunnen zien. Daarnaast moet er van de individuele lerarenorganisaties een krachtig geluid komen dat individuele leraren genoeg tijd krijgen om op alle niveaus aan onderwijsverbetering te werken. Zet in op een lestaak van twintig uur en laat dat ook een voorwaarde zijn om het proces voort te zetten in december. Laten we deze unieke kans en ruimte benutten om onze beroepsgroep sterker te maken en het onderwijsbestel zo inrichten zodat alle leraren verantwoordelijkheid voor alle leerlingen kunnen nemen.

Jensen, B., Sonnemann, J., Roberts-Hull, K., & Hunter, A. (2016). Beyond PD: Teacher Professional Learning in High-Performing Systems (pp. 1–66). Washington, DC.

OECD. (2016). Supporting Teacher Professionalism. TALIS. Paris: OECD Publishing.

Priestley, M., Biesta, G., & Robinson, S. (2015). Teacher agency: An ecological approach. London: Bloomsbury Academic.

Sachs, J. (2015). Teacher professionalism: why are we still talking about it? Teachers and Teaching, 22(4), 413–425.

Schleicher, A. (2016). International Summit on the Teaching Profession: Teaching Excellence through Professional Learning and Policy Reform Lessons from around the world. Paris: OECD.

Lessen uit Schotland: curriculumvernieuwing en werkdrukverhoging gaan hand in hand

By | Flip the System, Het Alternatief, Onderwijs2032, Uncategorized | 2 Comments

Leraren in Schotland gaan staken omdat de werkdruk enorm is toegenomen door de invoering van het “Curriculum for Excellence“. Aanleiding voor de discussie was de publicatie van het gematigd positieve OECD rapport: “Improving Schools in Scotland” Schotland wordt vaak als voorbeeld genomen hoe curriculumvernieuwing wel moet, ook door de Onderwijs2032 commissie. Maar zo als zo vaak is de papieren werkelijkheid anders dan die in het klaslokaal. En dat terwijl de verhouding tussen vakbonden, overheid en werkgevers best goed is.

“The SSTA conducted the survey after concerns that the introduction of Curriculum for Excellence (CfE) had placed a significant additional burden on teachers. (…) Teachers have insufficient time to carry out the over-bureaucratic arrangements set out and we are requesting that councils, as the employers of teachers, take control of the situation and impose limits on teacher time being spent on such activities.”

Source: Union leader says teacher workload in Scotland is “unmanageable” (From Evening Times)

Ook Mark Priestly plaatst kanttekening bij de invoering van het nieuwe curriculum (zie ook zijn hoofdstuk in Flip the System en Het Alternatief 2):

“For many schools, CfE has been an audit process followed by a rebranding exercise, rather than genuinely transformational change.”

Een van de lessen die we uit Singapore meenamen was dat het proces om curriculumvernieuwing mogelijk te maken voorop moest staan, dat werd ons echt op het hart gedrukt. En Schotland toont aan dat, ondanks alle goede bedoelingen, het makkelijk is om weer in oude valkuilen te trappen. Willen we echt werk maken van Onderwijs2032 dan kan dat alleen als we werk maken van de aanbevelingen in Flip the System en Het Alternatief 2: tijd, ondersteuning en leraren ingebed in het hele systeem.

Wanneer gaan we staken

By | Uncategorized | 11 Comments

Dit is de oproep die ik dinsdag in NRC Next plaatste. Hier is een link naar een PDF versie van het NRC artikel: “Wanneer gaan we staken” – NRC Next. Deel het, laat van je horen, spreek politici aan, spreek collega’s aan, print het uit en verspreid het op school. En mocht je nog geen lid zijn van een vakbond of vakvereniging doe dat dan. De AOB heeft de komende weken bijeenkomsten om acties en het loonakkoord te bespreken. 22 september is er een debat in de Balie. Komt allen!

Geen staking, maar ook geen les

Terwijl de politie langzaamaan de druk steeds verder opvoert blijft het zoals gewoonlijk erg rustig in het onderwijs. Wat is dat toch met leraren? Wel veel klagen, maar als  puntje bij paaltje komt ondergaan we een jarenlange nullijn lijdzaam als gewillige slaven. En toch is het hard nodig dat er nu wordt gestaakt. Maar dan net even anders.

De nood is hoog. Het lerarentekort,  met name onder eerstegraads docenten in de bèta-vakken en moderne vreemde talen is nijpend. En schattingen gaan uit dat twintig procent van de docenten onbevoegd voor de klas staat. Terwijl goed geschoolde docenten noodzakelijk zijn voor de onderwijskwaliteit. Binnen vijf jaar vertrekt een te groot deel van nieuwe docenten. Redenen om te vertrekken zijn werkdruk en een achterblijvend salaris.  Uit recente maatregelen blijkt dat de noodzaak voor betere leraren wel wordt onderkend. De toelatingseisen van de PABO zijn verscherpt en voor bèta- en talendocenten in opleiding komt er een beurs tot 5000.  Alleen zijn dat maatregelen aan de voorkant, de instroom. Aan de achterkant, de voorwaarden, wordt weinig gedaan. Er is een bestaande lerarenbeurs van €3000 om een studie erbij te doen, maar alle goede bedoelingen ten spijt heeft dat weinig veranderd. Het verloop blijft hoog en daar kan geen beurs tegenop. Er moet wat aan het salaris en de werkdruk worden gedaan.

Neem een voorbeeld aan Singapore

Terwijl het geld bij de banken weer tegen de plinten klotst en er in het bedrijfsleven flinke winst wordt gemaakt blijven de lonen in het onderwijs ver achter. Nu inleveren om weer groei te bewerkstelligen, dat was het devies van het kabinet na de crisis. Leraren staan nu inmiddels zeven jaar op de nullijn. Alle maatregelen van het rapport Leerkracht! van de commissie Rinnooy Kan uit 2007 om het salaris van leraren meer met het bedrijfsleven te laten concurreren  , zijn al lang teniet gedaan. In de laatste Education at a Glance van de OESO staat dat leraren in het PO  30% achterblijven en leraren in het VO 16% achterblijven  op de gemiddelde salarissen van hoger opgeleiden . Voor de vakantie kwam de VO-Raad met een loonsverhoging van 0,2%. En de algemene 5% voor ambtenaren die het kabinet onlangs aanbood is natuurlijk een sigaar uit eigen doos, want het wordt betaald uit onze eigen pensioenpot. Nee, dan Singapore, dat net heeft aangekondigd een loonsverhoging tussen de 4 en 9% door te voeren. Dat is echt investeren in de toekomst.

Voor de vakbonden is het erop of eronder.

Als vakbonden zelfs op dit punt geen vuist durven te maken zijn ze volstrekt irrelevant geworden voor hun leden. Om relevant te blijven moeten vakbonden kritisch kijken naar hun methodes en imago. Eerdere stakingen zoals in 2012, hebben het beleid op onder andere de 1040-urennorm en passend onderwijs wel beïnvloed, maar op het gebied waar het echt om gaat, de randvoorwaarden, helemaal niet. Met het beeld van een hossende in polonaise lopende meute in de Arena of op het Malieveld heb je de slag in de publieke opinie gelijk al verloren. Misschien nog wel belangrijker: veel leraren ben je ook kwijt. Ik ga het in ieder geval niet doen. Het geld voor petjes, hesjes en fluitjes kan ook beter besteed worden. Staken is een krachtig middel, maar de manier waarop doet ertoe in de 21e eeuw. Het is de hoogste tijd om slimmer te staken. Leraren kaarten terecht het gebrek aan tijd aan om hun werk goed te doen. Internationaal gezien geven we veel te veel les waardoor er weinig tijd overblijft om binnen school samen te werken. Laat staan dat dit buiten school gebeurt. Stel nou dat we het werk twee weken neerleggen? Wat zouden we daarmee voor elkaar krijgen?

In plaats van het werk stilleggen, blijven we wel werken, maar geven we geen les. Dan is er tijd om te overleggen, lessen voor te bereiden, lesmateriaal te maken, toetsen te vergelijken, mentoraten op elkaar af stemmen. En om dat gezamenlijk met andere scholen te doen. Ouders en leerlingen zijn van harte welkom om mee te denken en doen. Dit kunnen we ook op grotere schaal landelijk organiseren en coördineren. Onder de noemer van Onderwijs2032 komt er binnenkort een voorstel tot een nieuw curriculum. Leraren hebben vorige week het manifest Leraar2032 geschreven om dat curriculum vorm te geven. Waarom  gaan we dat manifest niet al uitwerken en aanpassen aan onze eigen schoolcontext? We kunnen ook met honderden vakgenoten tegelijkertijd onze eigen boeken en lesmethodes schrijven, die voor iedereen toegankelijk zijn. Dat moet allemaal georganiseerd en gefaciliteerd worden: denk aan fysieke bijeenkomsten en een digitaal platform. Stel nou dat de vakbonden leraren daarin ondersteunen? Leraren zijn vakidioten. Op deze manier willen we wel staken, claimen we de tijd die we nodig hebben om ons werk goed te doen en het onderwijs wordt er beter van.

Staken en in de spiegel kijken

Ik stel voor dat alle bonden de huidige voorstellen verwerpen en dat we in het PO, VO en MBO gaan staken voor een concurrerend salaris en genoeg tijd om ons werk goed te doen. Tenslotte moeten we als leraren in de spiegel kijken. Willen we verandering? Dan zul je je toch echt moeten organiseren. Je moeten committeren aan een vakbond en die vakbond meenemen in de verandering die je voorstaat. Of je blijft klagen en er verandert niets. Als we stoppen met lesgeven zijn onze leerlingen helaas op de korte termijn de dupe, maar die zijn ook niet gebaat bij opgebrande en onbevoegde leraren of helemaal geen leraar voor de klas. Niemand is daar gebaat bij, goed onderwijs is de verantwoordelijkheid van ons allemaal. Maar als wij leraren onze verantwoordelijkheid hier niet in  nemen, wie doet dat dan wel?

Wanneer gaan we staken?

Jelmer Evers is docent geschiedenis en auteur van het onlangs verschenen boek: “Flip the System: changing education from the ground up”

Good Intentions

By | Uncategorized | No Comments

“Easy is the descent into Hell, for it is paved with good intentions.” That is what John Milton wrote in Paradise Lost. You can undertake something with the best intentions, but the unintended consequences might be disastrous. This is often the feeling I have with educational policy. It will be interesting to see if the policies being discussed at the International Summit on the Teaching Profession (ISTP) have another outcome. The global educational reforms of the last 20 years at least give us reason for caution. And more recent technological innovations being introduced in education aren’t always as innocent as they seem.

The whole standardized testing movement stems partly from a genuine worry that our education systems don’t serve all of our children well. One the one hand there is a worry that the quality of education is declining and we need strict standards and tests to monitor the progress of individual students, teachers and schools. At the same time it the “crisis in education” is also an issue of equity. Strict standards ensure that underprivileged students are getting the same opportunities as children from an affluent background. Both intentions are good, but the offered solution: testing, external accountability, standardization, privatization have left some educational systems in disarray. Some states in the US being a particular case in point. While trying to raise the standards, reformers have left parts of the teaching profession in ruin. One of the unintended consequences being for example that application to teacher training in the US has dropped dramatically recently. Leaving us with a pressing question: Who is going to teach our children?

Some people would say algorithms, apps and, robo-graders and robots. Again with a genuine believe, techno-optimism, that “personalized learning” will lead to better education for all of our students. But these new “reformers” aren’t taking into account that in the current political, social and economic context this “disruption” will lead to standardized education in a new commercialized and tech enabled guise. The track record of online charter schools in the US is not good to say the least. And who is getting the short end of the stick? Exactly, students from poor backgrounds. While those who can afford it send their kids to schools that offer a broad curriculum, good facilities and extra-curricular activities. Poor kids get stuck in a cubicle while their richer peers are playing in a safe learning environment. Thanks for the app Silicon Valley, but if that’s the case I’ll pass.

But at the start of the fifth International Summit on the Teaching Profession we are seeing a slow shift away from standardized external accountability towards a focus on collective autonomy and collaboration. I think it is justified to say that the standardized movement has run its course. That doesn’t mean that standardized testing, privatization and the like have disappeared. On the contrary, we will continue to see those policies being implemented. But a new paradigm of collaboration is slowly emerging, and this time it is backed up by firm evidence from the TALIS report. From this report and the last summit Education International and the OECD defined three themes (Schleicher, 2015):

  1. Leadership
  2. Recognition and efficacy
  3. Innovation

It will be interesting to see how these three themes are interpreted and put into practice.

Leadership

In the report leadership focuses on both principals and distributed leadership. The most recent TALIS report indicates a link between collaborative culture, ownership and teacher self efficacy leading to better student outcomes. One of the key factors is the role of the principal in building that collaborative culture. The logical follow up is to focus on principal professionalization.

But in a complementary report to TALIS, commissioned by Education International, Linda Darling-Hammond noticed that there is a big difference in how principals and teachers perceived collaborative culture (Darling-hammond & Burns, 2014):

While most teachers agreed that they experienced “a collaborative school culture characterized by mutual support,” there were noticeable differences in the degree to which principals and teachers reported this kind of climate. For example, across TALIS jurisdictions, 95% of principals agreed with this statement (with responses ranging from 83% in France to 100% in Norway). However, the average for teachers was 79%, ranging from 66% of teachers in England to 93% of teachers in Norway.”

“Teachers were significantly more likely to indicate the existence of a collaborative school culture in jurisdictions where they also reported that staff had opportunities to participate in decision-making, suggesting a positive association between distributed leadership and a collaborative school climate. Teachers’ involvement in school decisionmaking was also linked with self-efficacy in most jurisdictions, and with job satisfaction (with very large effect sizes) in all jurisdictions.”

 On the issue of decision making, real distributive leadership, there is also a big gap between principals and teachers:

However, teachers and principals differed in the extent to which they perceived opportunities for staff decision-making, and there was no association between principals’ reporting of staff opportunities for decision-making and teachers’ perceptions that they experienced a collaborative culture. More than 90% of principals in each jurisdiction reported that teachers had opportunities to actively participate in school decisions, as compared with 74% of teachers, an average difference of 24 percentage points. The greatest differences were found in England, where the average rate of agreement from teachers was below 60%, and principals’ and teachers’ reports were apart by 39 percentage points.

If professional development of principals strengthens distributed leadership then I’d agree with the premise of focusing on school leadership. But that would mean professionalization both horizontally between principals, but also vertically with teachers, in a way as peers as well. You have to model the behavior that you want to learn. Anything else is shallow and doesn’t lead to a change in behavior. So the intention is good but how it will be put into practice is crucial. A stronger focus on the principal might result in strengthening the formal position of school leaders, which might lead to an entrenchment of the Attilla the Hun model of school management as John Bangs named it.

 Recognition and efficacy

Recognition has, amongst others, to do with working conditions. One of those is class size. If we would just go with the TALIS report, and this was highlighted by Andreas Schleicher (OECD) at the summit, class size wouldn’t matter. This feels intuitively wrong to me as a teacher. But according to TALIS class size doesn’t matter, or at least only when you factor in behavior problems:

“class size seems to have only a minimal effect on either teaching efficacy or job satisfaction, and in just a few countries (OECD, 2014, Tables 7.6 and 7.7). Other TALIS data indicate that it is not the number of students but the type of students who are in a class that has the largest association with the teacher’s self-efficacy and job satisfaction. An example of this is provided in Figure 3.5, where the minimal effect of class size on teachers’ job satisfaction is contrasted with the stronger influence of teaching students with behavioural problems. “

class size TALIS

Policy maker will probably conclude from this that it’s better to focus on addressing behavior problems. Then class size won’t matter as much. But there are several problems with this. As a practitioner I know that it definitely impairs the attention I can spend on an individual students needs. Discussing Deeper Learning outcomes, the third issue addressed at the ISTP, in a meaningful way is almost impossible. But even the data is not as conclusive as the OECD makes us believe. If we look at Darling Hammonds further analysis we see that there is a link with classroom size and teacher turnover rate.

“Interestingly, we found a significant relationship between class sizes and teacher shortages across countries. Jurisdictions in which principals reported few shortages were also those with smaller average class sizes.”

darling hammond

It goes further than that and it is probably an open door, but we should improve working conditions across the board:

“Class size is certainly not the only variable that matters. It may be one of a numberof supportive conditions for teaching that co-occur and make it more probable that teachers will be easier to recruit and retain. For example, as noted above, we found that higher teacher salaries in a jurisdiction are also associated with more plentiful and widely available instructional resources, as measured on the TALIS survey. This suggests that jurisdictions that provide sufficient resources to their schools also pay their teachers well, conditions that would improve the overall attractions to teaching.”

Class size is a contested issue in education. But the issue is not as clear-cut as it seems. Since we’re in an era of austerity it is an easy target for governments for a more efficient educational system and focus on other issues. But we shouldn’t be surprised if the dramatic teacher drop-out rates and dramatic decline in admissions to teacher training will continue.

Innovation

Innovation was the odd one out at the ISTP, and the one closest to my heart. UniC, my school would fit right in the report. There is of course the danger I pointed out earlier, of personalized learning turning into an individualized automated test-machine. But the report did a real good job of not making innovation quantifiable in the sense of the PISA and TALIS reports, that would have been contrary with the aim of fostering innovative learning communities. The report contains vignettes of innovative schools focusing on pedagogy, technology and organization. Story telling and data-informed policies, the balance that the OECD struck is to me the right one.

At the summit technology was conspicuously absent in the discussion on innovation. Instead it focused on whole systems change to create the conditions to make innovation possible. The conclusion was very clear across the board that teachers need to collaborate and design education to scale the pockets of innovation that are already there. Collaboration, distributed leadership and designing local solutions to create whole child schools are definitely prerequisites for creating an innovative learning environment. A tell tale sign if a government is really serious about innovation whether if it will keep excessive standardized testing practices and external accountability in place at the same time as calling for an innovative learning environment. These are signs of distrust and of the real intentions of the powers that be.

It also ties in with the idea of teacher leadership, I don’t think I’ve heard those two words used this often before. If it is embraced that widely you have to be on your guard and be crystal clear by what you mean. Notably Singapore has implemented a comprehensive tier-like structure of positional teacher leadership, teachers in different career tracks, but with a focus on classrooms. Non-positional teacher leadership is another way of looking at teachers influencing the system. This means that distributed leadership is embedded on all levels of the educational system and will lead to real teacher agency. A big theme of our forthcoming book, Flip the System: changing education from the ground up (link). (Evers & Kneyber, 2015)

Again these ideas can easily get hijacked. If it means that departments of education only fund teacher leadership organizations who follow the government line on educational policy, testing for example, then it is very close to astroturfing instead of fostering an autonomous grassroots movement and giving teachers real autonomy. Instead of being a vehicle of emancipation it will just be another, more indirect, form of control.

But it depends on all of us how we shape the future of our education system. The fact that these three uplifting themes were discussed so in-depth and that a consensus is emerging that the reforms of the last decade have failed is amazing. I could never have dreamed these kinds of conversations at such a high-level a couple of years ago. I met with fellow teacherprize nominees, Jeff Charbonau and Mark Reid, who are both doing amazing things in their respective countries. And they, more than anything embody everything what the summit was about. I’m sure we will have more input from practicing teachers at the next summitnext year in Germany. A teacher must have a seat at the expert panel for example. So while the road to hell might often be paved with good intentions, I’m extremely optimistic that we’re taking a different road this time.

Darling-hammond, L., & Burns, D. (2014). Teaching Around the World : What Can TALIS Tell Us? Stanford, CA.

Evers, J., & Kneyber, R. (2015). Flip the System: Changing Education from the Ground Up. London: Routledge.

Schleicher, A. (2015). Schools for 21st-Century Learners: Strong Leaders, Confident Teachers, Innovative Approaches.

Piketty in de klas

By | Onderwijs2032, Uncategorized | No Comments

Afgelopen zaterdag was er een geslaagde Onderwijs Hackathon op Freedom Lab. Aan de hand van Piketty en zijn we aan de slag gegaan met een vakoverstijgend curricullum. Het was een inspirerende dag, maar daarover binnenkort meer.

De aanleiding van deze dag was een gesprek dat Ferry Haan en ik in de auto hadden op de weg terug van Den Haag. We waren enthousiast aan het brainstormen hoe we Piketty bij economie en geschiedenis konden inzetten. Uit dat gesprek is ook een artikel voortgekomen dat in de Kleio (vakblad geschiedenisdocenten) en TEO (Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs) is verschenen. We gaan in op verschillende manieren hoe Piketty vakoverstijgend bij economie en geschiedenis kunnen worden verwerkt. Ik kan niet wachten om dat al uit te gaan proberen 🙂 (waarschijnlijk al mei op UniC)

Piketty in de Klas
(het kan even duren voordat het bestand verschijnt, je kunt het ook downloaden)

Links bij het artikel:

Over Piketty:

http://youtu.be/HL-YUTFqtuI (Piketty in three minutes, BBC)
http://youtu.be/JKsHhXwqDqM (TEDxPiketty)
http://www.groene.nl/artikel/rijk-wordt-almaar-rijker (special De Groene Amsterdammer)
https://www.quandl.com/PIKETTY (Data Piketty)

 Visualisatie tools:

https://plot.ly
https://datahero.com/
https://bigml.com/
http://rapporter.net/

Download (PDF, Unknown)

And the nominees are… Thoughts on Global Teacher Prize

By | english, English, Flip the System, Uncategorized | 3 Comments

The final 10 nominees are in and they’re a wonderful choice. Of course I would be deluding myself if I wasn’t hoping for a spot among the shortlist of 10 nominees. Yes, I was disapointed. The closer you get the more you think that maybe, just maybe, there might be a chance that….  But I’m very glad for the 10 nominees and I’m glad that there is a Global Teacher Prize and it was already a huge honour to be amongst the 50 nominees. It sheds a spotlight on the wonderful work teachers are doing and the wonderful job we have working with children. All of the 50 nominated teachers are a bigger advert than any government agency can come up with (In the Netherlands these campaigns are exceedingly dull and lame) Each and everyone of them is showing what teaching is about: inspiration, opportunities, creativity. Who wouldn’t want to work in an environment like that? On the other hand the teaching profession is undervalued and plagued by many and similar issues worldwide. Teachers are valued individually, but as a profession we’re not. That really needs to change and the Teacher Prize is one step in that direction.

On the other hand we shouldn’t just rely on others awarding us an honour. It would be an empty gesture in itself if we do not also proudly claim discretionary space for our own. We’re not the role models that students deserve if we do not act accordingly. These wonderful 49 nominees are already doing that. Tom Bennet who is a role model and inspiration of how teachers should relate to research in eduation and who steadily working on an international Researched network. Cesar Bona is a focal point for educational reform in Spain and an inspiration for teachers in Latin America. And if the educational system is not doing the children justice you start your own schools like Elisa Guerra Cruz in Mexico.  Everyone has so many innovative teaching practises to share, from Vese Vesela Bogdanovic and her literally magical teaching experiences to Cameron Patterson, whose history  teaching practices are giving me food for thought.

Personally I already knew some of the teachers in the top-50. Tom is contributing to our new book. I’ve met Noah Zeichner in Canada at a teacher leadership conference. I’ll meet Jeff Charboneau at the International Summit on the Teaching Profession where we’ll be both making the case for teacher leadership. And both Jeff, Noah, Nancy Barile and I are already part of the Centre for Teacher Quality. Hopefully I’ll meet Mark Reid when he comes over to visit his family in the Netherlands. And I’m sure I’ll meet Mareike Hachemer soon, since she lives just around the corner (relatively speaking). But distance shouldn’t be a problem any more since we are all connected on-line. New information technology is allowing us to level not only institutional, but also national boundaries.

Now we’re also part of the Varkey Teachers Ambassadors Programme. I’m proud to be part of a growing international teacher network which will shape the future of education. Through their work these 49 teachers are already making a case for teacher led educational reform. How can we not give more responsibility and recognition to teachers if this is just a small sampling of what’s going on worldwide?

I wish the 10 nominees all the best in the world and I’ll conclude with these wonderful words of Dutch secretary of Education Jet Bussemaker and State Secretary Sander Dekker. Educational reform should be a combined effort of all parties involved. No matter how difficult that is sometimes, I think that is what we’re doing in the Netherlands.

Dear Jelmer ,  

What a pity that you have not reached the top 10 of The Global Teacher Prize. We would have supported such an honor awarded to you wholeheartedly. As for us , you have already earned it! But you will undoubtedly get over the disappointment quickly, because you have every reason to be proud of yourself. After all, according to the jury you already belong to the fifty best teachers in the world, and there is no teacher in the Netherlands who can repeat that!  

Therefore continue in the way that characterizes you: as an inspiring and motivating teacher for your students and therefore a role model for your colleagues. That way you can ensure that our education gets even better.  And then many more Dutch teachers will enter the top 50 of The Global Teacher Prize !  

With regards,

Jet Bussemaker

Sander Dekker

Beste Jelmer,

Wat jammer dat je niet bent doorgedrongen tot de top 10 van The Global Teacher Prize. We hadden je zo’n ereplaats van harte gegund. Wat ons betreft heb je die ook verdiend! Maar je zult ongetwijfeld snel over de teleurstelling heen komen, want je hebt alle reden om trots op jezelf te zijn. Volgens de jury behoor je immers tot de vijftig beste leraren ter wereld, en er is geen docent in Nederland die je dat na kan zeggen!

Blijf daarom vooral doorgaan op de manier die we van je kennen: als inspirerende en motiverende docent voor je leerlingen en daarmee ook als rolmodel voor je collega’s. Op die manier kun jij ervoor zorgen dat ons  onderwijs nóg beter wordt. En dan komen er nog veel meer Nederlandse leraren in de top 50 van The Global Teacher Prize!

Met vriendelijke groet,

Jet Bussemaker

Sander Dekker

(Well since I’m now free to do so I can now endorse my favourite teachers: Phalla Neang and Azizullah Royesh will hopefully both win!  🙂 I’m in awe of their achievements)

On the Global Teacher Prize: Doubt, trust and ambition

By | english, English, Uncategorized | One Comment

This is an accompyaning blogpost to a lecture I gave at De Balie on “My idea for education” Both the Dutch and the version were streamed and recorded. You can find both streams at De Balie site. Below is the English stream. At the bottom of the post is the Dutch Stream.

Jelmer Evers – Global Teacher Prize nominee – at De Balie [ENGLISH] from De Balie on Vimeo.

Doubt, trust and ambtion

My first five minutes as a teacher were horrible. One of those moments that can wake you up middle of the night in dread years later after the fact. I was doing a practice lesson to see if teaching would suit me. Het Utrechts Christelijk Gymnasium is a very nice grammar school in the old medieval city centre of Utrecht. History galore,  a small class and I was thoroughly prepared. All the right conditions for a nice history lesson. I’d meticulously planned a lesson on American presidents and the Vietnam war. We were going to study the decisions of consecutive presidents  through cartoons. But the second I started I blacked out. There I was in front of around 20 16-year olds who looked at me expectantly and I didn’t know what to say.

After stammering incoherently for a couple of minutes I decided to do the right thing and restart the lesson. A liberating decision. The lesson went fine afterwards. The students were more than willing to let me finish the lesson, they showed empathy and were eager to learn. A lesson I’ve took to heart since which formed the basis of my teaching

Twelve years on and I’m nominated for the Global Teacher Prize. Apparently I’ve come a long way. But it was a long and winding road with many ups and downs. I’ve laughed, talked for hours, learned from and even shed tears with some of my students. Students never seize to amaze me with their creativity and sense of wonderment. It’s that personal connection that matters most.

The 10.000 hour rule? That applies to me. Practice makes you a better practitioner. And teaching is about practice. Practice as in perform repeatedly, but also practice as in my profession.

Throughout those years I have become less certain of the right approach to education. My reality is one of doubt. Not uncertainty, but doubt. A continuing search for what is the right thing to do. Doubt has lead me to question my practice continuously and to search for the “why” behind what I’m doing.

In the meanwhile a whole chorus worldwide have chimed in on the need for educational reform. Not hindered by any doubt, everyone has THE next best idea for education. The list is seemingly endless and quite bewildering: we need to have lessons in mindfulness, focus on the basics: language and calculus, citizenship,  global citizenship! autonomy, flipping the classroom, classroom management, cross-curricular Project Based Education (PBL), 21st Century Skills, 19th Century Skills, makereducation, personalisation, differentiation, more structure, direct instruction, game based learning, gamification. And everything is evidence based. Have you read Hattie by the way?

Still there? That’s how it feels to work in education. And then you still have to teach all those lessons, mark, do extra-curricular work, spend time that student that really needs your attention. That reality feels very different from all those certainties espoused by various talking heads. Schools kill creativity? Sometimes they do and sometimes they don’t.

Research informs my practice, but doesn’t drive it. What most politicians and administrators don’t understand is that practice equals research in good teaching. With experience comes intuition for what is right at that exact moment for that particular child. That moment is unique and can’t be caught in big data and averages. But to understand what you’re doing you need to delve into the research.

Sadly under the banner of evidence based education politicians worldwide stampede after one educational fad after another. In the Netherlands “excellence” has been the buzz-word of the last couple of years.

And that stampede has increased with the first publication of the PISA reports in 2000. International rankings have lead to a convergence of educational policies of which several  nefarious components  stand out: standardized testing, competition, data driven and deprofessionalization of teachers.

Teaching at UniC, a progressive and experimental school, made crystal clear what kind of effect standardized testing can have. Working at the edge of the system you suddenly get a beter sense of how those boundaries are influencing your work.

After five years I wanted to have more room to breathe, to work with students on  a one-on-one basis, allow for more creativity, use more technology, allow students the space and time to explore . Don’t get me wrong, traditional forms of education worked and work well for a lot of students and teachers. The “lecture is dead” narrative has never appealed to me. But for me the 50-minute lesson system wasn’t working anymore.

Working at UniC felt like breathing again. I was amazed by the self-reflection, creativity and maturity of the students. I was amazed at how much I didn’t know and how much I had to learn about pedagogy and working with children. Some of my colleagues are so good, I’ll never reach that level. And I was amazed by how important it was to design, teach and learn together. Teaching is a profoundly cooperative and creative profession, yet a lot teachers work in isolation with the doors closed and  follow a script written by someone else. But time and time again, rigid rules enforced by a top-down inspectorate steer you towards teaching to the test.

One of my goals is to give students the tools to shape their own lives, take matters into their own hands. But how can we teach that to students if we are seen as cogs in the machine, and sadly act like it too. If something is going wrong you have a choice. Go along or change how the system works. Working at UniC gave me the mindset, will and skills to act.

Blogging, writing, social media, researching transformed me into a different teacher. Connecting to other teachers, researchers and politicians has opened up a completely new world. The more I learned about how our educational system worked the more one question kept popping up: where are the teachers? In places where policy is decided teachers are absent. Teachers are distrusted to do the right thing. I don’t accept other people telling me what to do anymore while they clearly have no idea what they’re talking about. Teachers should take responsibility to do what’s right for their students and not outsource that responsibility to a test. The key to good education lies with teachers. And that is slowly but steadily happening in the Netherlands. Teachers taking the lead in educational change. We need to “Flip the System

That is why I think the Teacher Prize is so important. As long as people say “those who can do, those who can’t teach” we have a lot of work to do. Highlighting and honouring the wonderful, but also difficult work of teachers is a noble endeavour. Thousands of teachers have applied. And most of them probably would have deserved the nomination. There is a certain randomness to these kinds of awards, but that goes for the Nobel Prize as well. Look at the wonderful 49 teachers from all over the world and the amazing things they have achieved. Teachers make the difference and to achieve change we need to enhance the image of teaching. And we do need change. Millions of children in poorer countries are without a proper education at all and millions more endure a rigid, standardized education. Good education for all  should be our ambition

We need to acknowledge that there is no one-size fit all solution to education. Teachers need to let go of certainties and question their own practice: doubt. We need to have the ambition to achieve the best education for every child. And society needs to trust teachers to make it happen.

Jelmer Evers – Global Teacher Prize nominee – at De Balie [ENGLISH] from De Balie on Vimeo.

Piketty hack-at-thon

By | Uncategorized | 3 Comments

De verdwijnende middenklasse en automatisering/robotisering zijn grote maatschappelijke thema’s en volop in het nieuws. Twee invalshoeken komen daar steeds bij terug: het model van Piketty (R>G) en automatisering/robotisering onder invloed van exponentiële technologie uit onder andere The Second Machine Age . Dit heeft ook verregaande consequenties voor de houdbaarheid van, onder andere, onze democratie.

Ook het onderwijs zou hier meer mee moeten doen. Ik vind dat we het niet kunnen maken om onze leerlingen hier niet over na te laten denken en ze de tools in handen te geven om die toekomst zelf vorm te geven. Maar dat vergt wel een vakoverstijgend/holistische (economie, geschiedenis, sociologie, wiskunde,techniek, informatica, etc) blik en benadering. Een benadering die bijna niet voorkomt in het Voortgezet Onderwijs. Daarnaast is er ook weinig aandacht voor digitale geletterdheid en digital awareness. Ook dat is nodig om als individu de wereld te begrijpen en vorm te geven.  Het aanstaande curriculum herontwerp, onder de noemer onderwijs2032, biedt kansen om dit vorm te geven, maar dan niet old school met weer een commissie van grijze oude mannen! Ook het ontwerpen van het curriculum vraagt een multidisciplinaire aanpak en een andere manier van werken.

Hoogste tijd voor een Pickety hackathon!

Thema  

Ongelijkheid en robotisering. Wat is dat? Wat zijn de oorzaken en gevolgen? Hoe moeten we daar als maatschappij mee  omgaan? Thomas Piketty (Capital 21st Century) meets Erik Brynjolfsson (Second Machine Age) .

Waarom?

  • Een experiment hoe curriculumontwerp tot stand kan komen. Hoe ziet dat proces er eigenlijk uit? Wie zouden daar aan deel moeten nemen? Hoe ziet een vakoverstijgend curriculum eruit? Best practices delen en het goede voorbeeld geven.
  • De curriculumvernieuwing komt mede voort uit deze thematiek. Naast het feit dat het een mooie dubbele laag is, kunnen leerlingen en docenten met deze ideeën gelijk aan de slag
  • Aandacht genereren voor mogelijkheden van curriculumvernieuwing en thematiek. Ook onder docenten.

Curriculum

  • multidisciplinair (in ieder geval geschiedenis, aardrijkskunde, economie, maatschappijwetenschappen, wiskunde, informatica, techniek, ontwerpkant van vakken, andere science vakken?) curriculum: koppelen doelen, nieuwe doelen, lessenseries en lesvoorbeelden.
  • Naast meer traditionele (vak) kennis en vaardigheden ook aandacht voor digitaal geletterdheid en digital awareness: programmeren/scripts, zoekvaardigheden, Big Data, Apps, technologische ontwikkeling, micro-productie als oplossing (Maker Education)
  • In de vorm van grote vakoverstijgende projecten/challenges en design thinking. Maar ook individuele lessen.
  • Inpassen van andere didactisch/pedagogische modellen als blended learning, game based learning, maker education
  • Leerling eindproducten: data visualisatie, prototypes technologische oplossingen, robots, scenarios, games, blogs, essays, multimediaal storytelling, advies gemeentes/politiek/maatschappelijke organisaties/etc. etc. The sky is the limit.
  • Nieuw materiaal/bronnen
  • Gepubliceerd op een wiki onder een Creative Commons License.

Tijd en plaats

Freedom Lab

Zaterdag 7 maart, Freedom Lab in Amsterdam www.freedomlab.org

Freedom Lab is echt de beste plek om dit te faciliteren. We hebben alle faciliteiten tot onze beschikking: prachtige ruimtes, prototype spullen en gadgets. 

Personen

Wie gaan er mee doen? Wie niet? Docenten, leerlingen, wetenschappers, technologie-experts, ontwerpers, politici en nog veel meer. Dé Piketty expert Robert Went, een aantal docenten, Freedom Labbers en kamerleden hebben al toegezegd. Om het overzichtelijk te houden is het invitation only. Suggesties zijn welkom! Inschrijven kan via het volgende formulier: link

(Nog een laatste toevoeging. Dit is helemaal geen pleidooi om het curriculum landelijk zo vorm te geven, vakken af te schaffen, vernieuwing af te dwingen of een pleidooi dat kennis veroudert. Het is niets meer en minder dan een verkenning van wat er allemaal mogelijk is. Dus niet gelijk moord en brand schreeuwen 🙂 )

image source: Jam Visual Thinking