lerarenregister

Een echt register

By | Uncategorized | 2 Comments

Deze tekst verscheen ook in “Van Twaalf tot Achtien”

In Nederland hebben we de neiging om alles weg te polderen. Dat is zeker het geval bij het lerarenregister. Oorspronkelijk bedoeld om de status van leraren op een lijn te krijgen met andere professionals: artsen, advocaten en ook verplegers bijvoorbeeld. Allemaal voorbeelden van beroepen met hun eigen register waarin je ingeschreven moet staan om je beroep uit te mogen oefenen. Zo niet bij leraren. Na de lerarenopleiding is er nergens de mogelijkheid om je als professional te registreren.

Bij veel beroepen heeft de beroepsgroep zelf de invulling en handhaving van een register ter hand genomen. Bij artsen is dit bijvoorbeeld een langdurig en moeizaam proces geweest. Hetzelfde geldt voor het lerarenregister. Er wordt constant aan getrokken door verschillende partijen. De overheid en de raden proberen steeds het register voor hun eigen doeleinden te gebruiken, terwijl het daadwerkelijke slagen ervan alleen maar bij de beroepsgroep kan liggen. In dit geval verenigd in de Onderwijscoöperatie. Die heeft goed werkt verricht doordat veel docentenorganisaties nu met een stem kunnen gaan praten. Het probleem is echter dat de Onderwijscoöperatie weinig legitimiteit en ook bekendheid geniet door het trapsgewijze lidmaatschap. Je bent lid via de lidorganisaties: de vakbonden, vakverenigingen en BON.

Om inspiratie op te doen hoe het ook kan kunnen we de Atlantische Oceaan oversteken. De Amerikanen zijn een stuk verder dan wij. Certificering is daar geregeld op statelijk niveau. De federale overheid heeft traditiegetrouw minder te zeggen over onderwijs. In de praktijk betekent dit dat elke staat een certificeringsproces eist van leraren. Je moet gecertificeerd zijn om les te kunnen geven, een  teaching license. Daarmee behaal je een basiscertificicering die om de paar jaar vernieuwd moet worden. Je moet dus laten zien dat je aan professionalisering hebt gedaan. Tot zover komt dat redelijk overeen met ons lerarenregister.

In 1987 kwam een coalitie van leraren, vakbonden, politici en het bedrijfsleven tot de oprichting van de National Board of Professional Teaching Standards (NBPTS). De NBPTS is verantwoordelijk voor landelijke certificering van leraren.  Het verschil met de staten is dat het voor- en door leraren wordt gedaan en dat de eisen enorm hoog zijn. Er zijn vijf kernwaarden geformuleerd waaruit een gedetailleerde beschrijving volgt waaraan leraren moeten voldoen. Leraren verkrijgen uiteindelijk een certificaat per vakgebied, die vakinhoudelijke en didactische eisen kunnen dus verschillen. Maar veertig procent slaagt bij de eerste certificeringspoging en zeventig procent is geslaagd na de derde poging. Hierdoor is een NBPTS een kwaliteitsstandaard geworden in plaats van een afvinklijstje van nascholingscursussen die zijn gevolgd.

Inmiddels is er over het lerarenregister een compromis uitgerold. Een verplichte registratie met het bijhouden van die registratie op vrijwillige basis. Ik ben tot de conclusie gekomen dat deze polderoptie ook kansen biedt. Het tweesporenbeleid is misschien zo gek nog niet. Een verplichte basislicentie opent de deur naar een meer flexibelere accreditatie van leraren. Zonder dat dat de kwaliteit in de weg hoeft te staan. Dat ligt bij ons als beroepsgroep. Daarnaast kunnen we een NBPTS-achtige kwalificatie invoeren, die van expert-leraar, waarvan goed is geformuleerd waaraan moet worden voldaan en het kwalificatieproces is veeleisend. De algemene formulering ligt dan bij de beroepsgroep en aanvullende vakinhoudelijke eisen worden geformuleerd en getoetst door de vakverenigingen. Die dan eindelijk ook meer gewicht krijgen. Aan die expert-leraar zit ook een hoger salaris verbonden en toegang tot teacher-leadership trajecten die ook in ons hele onderwijsbestel worden gecreëerd. Voorwaarde hiervoor is wel dat de Onderwijscoöperatie hervormt, registreren is inspraak. Legitimiteit is een voorwaarde om dit tot een succes te maken.

De weg naar goed onderwijs ligt onder andere bij goede docenten die hun eigen kwaliteit bewaken, het raamwerk van het register en de Onderwijscoöperatie ligt er al. Laten we er nu voor zorgen dat het daadwerkelijk een succes wordt.

Wat, hoe en waar heb ik geleerd? Onderwijs 3.0 in het lerarenregister

By | Uncategorized | 10 Comments
Ik sta niet onwelwillend tegenover een lerarenregister. Als versterking van de beroepsgroep sta ik achter het idee. Tot zover ben ik echter sceptisch over de uitvoering. Een van de redenen waarom ik sceptisch ben is omdat het een uiting is van de status-quo. Ik zie geen vernieuwende ideeën over leren in het register. Het probleem komt voor mij neer op de volgende vraag: moet ik op cursus om aan te tonen dat ik een innovatieve docent ben?

Na inschrijving kom je na vier jaar  in aanmerking voor herregistratie. Je moet wel kunnen aantonen dat je aan nascholing hebt gedaan. Daarvoor heb je de volgende categorieën:

  1. Cursussen en opleidingen;
  2. studiedagen en conferenties;
  3. formele reflectieve activiteiten;
  4. overige activiteiten.

De eerste drie zijn wat mij betreft een redelijk traditionele manier om naar scholing, of beter gezegd, naar leren te kijken (Mag ik bijvoorbeeld TEDx events erop zetten?). Maar de categorie overig biedt misschien uitkomst. Daarover wordt het volgende gezegd:

Read More