samen leren

The view that teachers are change-aversive is wrong

By | english, English, Flip the System | No Comments

Teachers don’t like change! They’re fossils who just don’t want to see and do what’s right. The OECD’s CERI unit recently published a report that disproves this frame. Dirk van Damme has a well written introduction to the research: how can education systems embrace innovation. To anyone who has been following education policy (globally) this is of course completely stating the obvious. Having been on the receiving end for 12 years it has been one of the reason to get involved in innovation and educational policy on a wider scale.

Teacher leadership is one of the keys to educational reform. This research is one step in a growing body of evidence on how to implement change. Most notable The Global Fourth Way, Professional Capital and Finish Lessons have build upon lessons learned from countries and regions which have gotten educational reform right. It is the basis for our book  “” (The Alternative) and our policy initiative  (Learning Together) In we will explore this issue further together with teachers and researchers around the world.

“The core of the dispute is not so much about the actual amount of change and innovation in education, but about the process – how change and innovation happen. A lot of well-intentioned innovations fail not because of a lack of quality or because their intended direction of change is wrong, but because of how they have been implemented. Teachers will be able to give you rich accounts of top-down innovations, implemented without much consultation, without taking into account the experiences and knowledge base at the point of delivery of education. Lack of trust, lack of ownership, a poor evidence base, and lack of empowerment of the key actors – these seem to be the main ingredients of the recipe for failure in changing education.”

“Too often education ministers and policy makers react by tightening the screws, i.e. by reinforcing accountability, supervision and bureaucratic control systems. This may lead to short-term behavioural adjustments of the actors in the system, but very rarely to sustainable change.”

“What makes for effective, sustainable innovation and reform: the professionalism of teachers and school leaders, strong knowledge-management frameworks and trust among all stakeholders and actors in the system. Professionals bring about innovation when they have a stake in it, when they see the evidence and the supporting knowledge base as credible, and when they trust their colleagues. In the same vein, parents will commit to innovative change when they feel involved and listened to, and when they understand the rationales and underlying evidence for change.”

In Flip the System we will explore this issue further together with teachers and researchers around the world.

Samen Leren in de Balie

By | Uncategorized | 2 Comments

Toch nog even kort over de avond in de Balie van gisteren. Ik ging met gemengde gevoelens naar huis. Aan de ene kant heb ik een mooi betoog van Michel Couzijn gehoord en heb ik bij alle politieke partijen ook veel aanknopingspunten gehoord om gezamenlijk verder te gaan. Aan de andere kant viel het toch tegen, in plaats van een algemeen debat over had ik meer het gevoel bij een Algemeen Overleg (AO) over onderwijs te zitten. Dat lag denk ik voor een gedeelte aan de setting en ook de leiding van Felix Rottenberg. Ik hield bewust mijn mond dus daar had ik zelf misschien ook wel een aandeel in. Na het Volkskrant artikel wil ik niet dat Samen Leren de Evers & Kneyber show wordt want dat is het ook niet. Ik zat wel regelmatig op het puntje van mijn stoel, vandaar toch even een korte reflectie

Vakken

Ondanks dat ik een zure tweet van een opiniemaker voorbij zag komen waarom er een leerling op het podium stond vond ik het juist sterk dat Annelotte Lutterman, voorzitter van LAKS, kort en krachtig reflecteerde op Samen Leren. Een docent is meer dan een wandelende encyclopedie, doe wat aan de lerarenopleidingen, een nieuw curriculum is een heel goed idee en zeker niet minder vakken, het funderend onderwijs is er voor algemene vorming. Daar kwam het in een spraakwaterval op neer. Wijze woorden.

Finland

Na een inleiding vanuit de persoonlijke noodzaak van Jet Dekkers voor Samen Leren kregen we een voortreffelijke bijdrage, van Michel Couzijn aka Hannes Minkema. (Presentatie hier te vinden). Michel stelde een heleboel terechte vragen bij Samen Leren. Waarbij hij het eeuwige Finland als voorbeeld en uitgangspunt nam. Finse leraren hebben status, autonomie en tijd en ruimte om onder andere bij elkaar in de klas te kijken Hele fijne omstandigheden om in te werken. Precies datgene waar ik het ook mee eens ben.

“Tijd!” riep Paul van Meenen gisteren tijdens het debat, en ik kon niet anders dan instemmend ja knikken. Tijd is voor mij een van de grootse obstakels in het onderwijs. Terecht stipte Michel aan dat de pizzasessies van leerKRACHT vaak in de avond plaatsvinden. Daarom staat ook in Samen Leren dat de onderwijs- en lestijd geflexibiliseerd moet worden. Dat kan betekenen dat leerlingen minder les krijgen, maar ook meer. Een leerling met een taalachterstand zal veel misschien meer instructie nodig hebben dan de1000 uur die we nu hebben, die internationaal toch al een verre uitschieter is. Maar het kan ook veel minder zijn, dat is een beslissing die bij scholen en leraren ligt.

Wat betreft de status van het beroep. Die is nu eenmaal anders in Nederland, daar ontkom je niet aan. Dat heeft niet alleen iets te maken met salaris, zoals je ook in Finland ziet. Alhoewel dat in Nederland waarschijnlijk een grotere rol speelt. Finland is en kan ook niet het enige voorbeeld zijn. In Singapore hebben ze een slag weten te maken in kwaliteit en status door juist wel veel diverse ontwikkelingstrajecten creëerden voor docenten die ook bleven lesgeven. Net zoals Michel ook doet als lerarenopleider.

Op die vermaledijde lerarenopleidingen sloeg het debat helaas dood, ook na een terechte waarschuwing van Arjan van der Meij. Los van het feit dat er waarschijnlijk een vorm van selectie moet komen moet ook de inhoud en didactiek van de lerarenopleidingen veranderen. Niet alleen aandacht besteden aan de noodzakelijke vakinhoudelijke, didactische en pedagogische kennis en vaardigheden. Ook de context waarin je als leraar opereert binnen en buiten de school en eigenaarschap nemen voor je onderwijs moeten een plaats krijgen.

Verbetercultuur

“Laat iedereen met elkaar in gesprek komen” zei Michel Rog. Daarmee doelde hij op docenten. Helemaal mee eens, dat is juist ook een van de doelstellingen van Samen Leren. De richting die we in het onderwijs op zouden moeten gaan is inderdaad veel meer bij elkaar in de klas kijken, onderwijs voorbereiden, onderzoeken wat goed gaat en beter kan. Om Jaap Versfelt’s mantra er nog maar eens in te gooien: “samen elke dag een beetje beter”. Dat heet in andere woorden Peer Review en dat kan vele vormen aannemen. Dat Samen Leren oplegt hoe dat moet klopt niet, dat het gebeurt wel. Als de facilitering in tijd en ruimte er is dan mag je ook van leraren verwachten dat ze dat in een of andere vorm doen. En waarom werd maar weer eens duidelijk bij de aanklacht van de startende docent. Die slechte begeleiding is ook onderdeel van een onverschillige cultuur die we niet willen.

Toetsen en verantwoordelijkheid

Een van de doelstellingen van “samen een elke dag een beetje beter” cultuur is dat scholen steeds meer professionele leergemeenschappen worden. Als we de inspectie meer op afstand willen en het daadwerkelijk over het onderwijs zelf willen hebben dan zul je dat ook moeten waarborgen. Absolute vrijheid bestaat niet en is zeker geen garantie voor kwaliteit. Scholen, lees docenten en schoolleiders, die regelmatig elkaar bezoeken, bevragen en leren van elkaar zorgen ervoor dat we daadwerkelijk gaan leren in plaats van protocollen en lijstjes afwerken. En voorkomt dat we uit armoede ons alleen maar voor richten op cijfers.

Dat betekent ook dat de rol van toetsen anders moet worden. Onderdeel van goed onderwijs is een sterke formatieve cultuur en veel individuele feedback. Kijken naar die kwaliteit betekent niet dat al die formatieve data door een inspectiemallemolen moet, maar wel dat er via bijvoorbeeld leergemeenschappen wordt gekeken naar de kwaliteit van dat formatieve proces door naar leerlingwerk en het werk van docenten te kijken.

Curriculum en legitimatie

Het is interessant dat Finland werd genoemd omdat daar juist een groot debat over curriculumvernieuwing is begonnen. Om min of meer dezelfde redenen als hier. Dat we curriculumvernieuwing bepleiten betekent niet dat dat roekeloos is. Het sluit aan bij eerdere debatten en rapporten. Kijk bijvoorbeeld naar het rapport van de Onderwijsraad “Een eigentijds Curriculum” en “Naar een lerende economie” van de WRR. Die vernieuwing gaat er vanuit die politieke realiteit gewoon komen. Dan kan je als beroepsgroep en onderwijs in het algemeen weer rustig afwachten wat er aan zit te komen of je trekt het initiatief naar je toe.

Die rapporten zijn overigens niet de hele legitimatie van Samen Leren. Op zichzelf zijn we natuurlijk niemand, behalve dat we allemaal les geven en/of een school leiden. Vanuit die positie hebben we duidelijke ideeën hebben waar het heen moet. Aan de andere kant sluit het onder andere heel goed aan bij Actieplan Onderwijs 2.0 van de AOB, VO 2020 van de VO-Raad en standpunten van verschillende politieke partijen. Zoals gisteren ook bleek overigens. Dat betekent nog niet een eigen achterban, maar wel een synthese waar alle traditionele partijen nog niet uit zijn gekomen. Dat een plan als “Samen Leren” er uiteindelijk heel anders uit kan zien en dat alle partijen daar een rol in hebben lijkt me duidelijk.

Ik denk dat de meningen niet zo ver uit elkaar liggen als nu soms lijkt op Social Media, Blogs en gisteren in de Balie. Niet nog meer papieren tijgers hoor ik terecht. Maar ook dat tijd en ruimte een enorm probleem zijn. Dan blijft bij mij de vraag overeind hoe mensen dat dan gaan organiseren. Hoe je dat gaat verenigen. Een revolutie komt er niet, zoals Alderik Visser terecht stelde, maar we kunnen nog heel lang doorpraten over dit onderwerp zonder dat er wat gebeurt, jaren zo leert de geschiedenis. In een eerste bijeenkomst met de raden en de bonden was er een gezamenlijk gevoel van urgentie. En in tegenstelling tot Paul van Meenen denk ik dat dat juist goed is. We hebben iedereen nodig om die mamoettanker bij te sturen. Ik stel voor dat we een volgende bijeenkomst net als bij die eerdere bijeenkomst geen debat gaan voeren, maar gewoon aan de slag gaan met de verschillende punten van Samen Leren. Kunnen we gelijk wat aan de taal doen.

Toppers

By | Het Alternatief, Uncategorized | 4 Comments

 met Hanneke, Rianne en Nico werken aan challenges, dat is wat ik voor ogen heb en had toen ik begon aan . Samen onderwijs ontwerpen doen we veel op UniC, maar daar hebben we structureel te weinig tijd voor. Challenges zijn vakoverstijgende projecten. We (aardrijkskunde, economie, maatschappijwetenschappen en geschiedenis collega’s) waren we tot de conclusie gekomen dat ons curriculum na 8 jaar was vastgelopen. Incrementele aanpassingen op vakniveau, toenemende examendruk, de veranderende schoolorganisatie en personeelsverloop hadden het vakoverstijgende onderwijs onherkenbaar veranderd. Daarnaast vond ik zelf het didactische uitgangspunt niet goed (meer). Terwijl de achterliggende principes even belangrijk zijn als in het begin, leerlingen blijven aangeven dat ze deze holistische benadering van de school enorm belangrijk vinden en het is voor ons als docenten ook een van de redenen om op UniC te werken. Zo doe je echt aan team teaching. Samen dus.

Vandaar dat we anderhalf jaar geleden besloten om het curriculum grondig te herzien. We zijn zelf met een voorstel naar de schoolleiding gegaan. Rooster ons vrij in de UniC-week (project en toetsweek), huur studenten en stagiaires in om te surveilleren, laat ons een mooie inspirerende ruimte huren en je krijgt er  een nieuw curriculum voor terug. We gebruikten zelf het ontwerpproces dat we ook voor de leerlingen wilden gaan inzetten (een mix van verschillende design thinking methodieken). En zo ontstond er in een paar dagen een alfa versie die we in de maanden daarna tot een beta hebben uitgewerkt, met feedback van (oud) leerlingen, ouders en experts van buitenaf. We zijn nu een jaar verder en het werkt, het is interessant en het is leuk. Maar het kan nog veel beter. Meer de tijd hebben om te onderzoeken, met hulp van buitenaf, wat er goed gaat en anders kan. Veel meer feedback sessies organiseren. Samen problemen met de randvoorwaarden oplossen. Maar daar is gewoon zo weinig tijd voor, en dan begint het weer te wringen. Alweer.

Dit is maar een van de vele voorbeelden. Individuele lessen voorbereiden, bekijken en evalueren met collega’s. Wanneer krijg je dat goed georganiseerd? Wanneer kun je een andere school opzoeken voor inspiratie? Allemaal noodzakelijke elementen in de ontwikkeling van een docent. Voor mij een primaire behoefte. Daar lopen wel heel veel docenten tegenaan en daar vinden we ook allemaal wat van. En toch lopen we steeds tegen een bepaald plafond aan en gebeurt er weinig. Dat is een van de redenen waarom ik op onderzoek ben gegaan en uiteindelijk aan ben begonnen. En nu dus ook Samen Leren. Wat een buitenkans om samen met de politiek en gelijkgestemden concrete ideeën uit te werken. Wie wil dat niet?

 Taal

En dan vinden mensen daar gelukkig wat van, soms gepaard met veel emotie. Veel pijlen lijken zich te richten op het taalgebruik. En eerlijk gezegd hebben ze een punt. “Toppers” roept eerder beelden op van een hossende massa in glitterpak in de Arena dan van die inspirerende docent die we voor ogen hebben. En “Beste van de wereld” “verbetercultuur” “transformatieaanpak” zijn niet de woorden die veel leraren aanspreken. Het is geen onderwijstaal. Kortom het is misschien inderdaad teveel beleidsproza geworden. Aan de inhoud kan dat inderdaad afdoen, en misschien ligt het gevaar van performativiteit op de loer, maar in de kern gaat het er nog steeds om dat leraren, teams, scholen weer over onderwijs kunnen gaan praten. Een gesprek over de achterliggende doelen, de ongrijpbaarheid van ons vak, maar ook dat leraren bij elkaar in de klas gaan zitten en kijken wat er goed gaat.

Voor mij persoonlijk hebben alle stukken over Samen Leren tot nu toe mijn denken al veel verder aangescherpt, maar ik zou alle schrijvers ook een spiegel willen voorhouden. Hoe zouden jullie het zelf doen en organiseren? Naast kritiek op het taalgebruik heb ik heel weinig concrete aanvullingen en alternatieven gelezen. Woorden zijn belangrijk, maar het gaat ook om wat je bereikt. Het beste onderwijs van de wereld? Wat mij betreft betekent dat dat elk kind heel erg goed onderwijs krijgt dat bij hem of haar past. En wat dat precies inhoud daarover zullen we het waarschijnlijk nooit allemaal eens worden, dat is aan scholen. Een van de doelen van Samen Leren is in ieder geval daar de ruimte voor creëeren.

 Verbetercultuur

Inhoudelijk is er ook genoeg over gezegd. Om dicht bij huis te blijven: Het Alternatief gaat niet alleen om het discours op scholen zelf, maar ook hoe je dat organiseert in een systeem. Plat gezegd: verandering boven en beneden. Om die ruimte te laten ontstaan moet er ook wat veranderen in het systeem zelf. Naast bijdragen over het ongrijpbare van leraar zijn stonden er ook systeemanalyses en oplossingen in. Professioneel Kapitaal zoals Hargreaves, Shirley en Fullan ook aangeven, komt niet vanzelf, dat moet ontwikkeld worden. Inmiddels is door allerlei ontmoetingen en boeken mijn eigen denken ook weer veel verder dan toen. Wil je dat de maatschappij en politiek een andere manier van denken en doen in het onderwijs ondersteunen dan kun je niet alleen met zijn allen gezellig daarover gaan praten. Waar haal je om te beginnen structureel de tijd vandaan? Gewoon doen en gewoon beginnen moet inderdaad, maar dat hebben al heel veel leraren en scholen geprobeerd om toch uiteindelijk in het systeem terug te zakken. Ruimte voor experimenten was er niet tot nauwelijks. Aan enthousiasme geen gebrek, aan strategisch opereren des te meer.  Om Thijs Jansen te parafraseren. Als wij het niet doen, dan doet iemand anders het wel. En eerlijk gezegd ben ik tot nu toe niet heel erg onder de indruk wat die mensen bedacht hebben.

Een van de manieren waarop we die ruimte willen bewerkstelligen is dat de onderwijs- en lestijd herzien worden. Leraren geven nu gewoon teveel les en leerlingen krijgen te versnipperd en niet uitdagend onderwijs.  Leraren zouden meer formatief moeten toetsen en een zelf duurzaam schoolcurriculum ontwerpen. Tegelijkertijd vraagt de politiek terecht waarborgen als ze die vrijheid creëren. Met alleen maar “vertrouw ons” kom je er niet. Dan kom je bijvoorbeeld uit op professionele leergemeenschappen en het idee dat die een veel betere kwaliteitsgarantie bieden en tot beter onderwijs leiden. Dan kom je ook uit op een innovatiepot voor en door docenten. Heb je een idee? Wil je een fablab? Een challenge onwikkelen. Dan kunnen leraren daar gelijk met tijd en middelen mee aan de slag.

Van professionele leergemeenschappen zijn inmiddels heel veel goede voorbeelden te vinden in Nederland en daarbuiten: leerKRACHT, Lesson Study, Vierslag Leren, Teach and Learn. Tot grote tevredenheid van veel docenten. Stichting leerKRACHT is grotendeels zo succesvol omdat het een grassroots beweging is en docenten niets oplegt, maar het opent wel de klasdeuren en brent het gesprek op gang. Ook op mijn school. En dan is het goed dat daar onderzoek naar wordt gedaan (via het NRO). Ik ben namelijk wel benieuwd wat er nou werkt en niet. Er is al heel veel internationaal onderzoek dat het werkt (zie bijvoorbeeld het werk van Ann Lieberman), maar die kunnen lang niet altijd vertaald worden naar onze specifieke Nederlandse situatie.

 Het Register

Daarnaast is er veel te doen over het lerarenregister en de Onderwijscoöperatie. Eigenlijk is het te gek voor woorden dat het geen vanzelfsprekendheid is dat leraren aan tafel zitten als gesprekspartner bij de politiek over onderwijsinhoud. De bonden spelen daar een rol in, maar voor die professionele ruimte is meer nodig, een sterke beroepsorganisatie. Rene en ik hebben ooit met het idee gespeeld om een lerararenraad op te richten, de website is er nog steeds. Maar na een aantal gesprekken kwamen we tot de conclusie dat nog een club geen zin had. Het onderwijs is soms net als in de Spaanse Burgeroorlog een bende van revolutionaire clubjes die elkaar de tent uitvechten. Revolutionaire clubs zijn er al genoeg, terwijl er al veel energie in de Onderwijscoöperatie is gestoken. Daar werken veel docenten aan een sterkere beroepsgroep. Veel meer dan mensen denken.

Maar wat is dat dan die beroepsgroep? Iedereen die lesgeeft? Iedereen die een lesbevoegdheid heeft? In de meeste landen met een register zeggen ze beide. Om een beroepsgroep te organiseren zullen we ons moeten gaan registreren. Dan hebben we intern en extern inhoudelijk een aanspreekpunt, een organisatie die  meer bevoegdheden naar zich toe kan trekken en een beroepsgroep die serieus wordt genomen omdat het zelf ook een kwaliteitsstandaard aanhoudt. Nogmaals je kunt je van alles laten overkomen of je neemt als beroepsgroep zelf het voortouw.

Dat kun je bijvoorbeeld in een simpele vorm organiseren door een eenmalige registratie als je je bevoegdheid hebt gehaald met daaraan gekoppeld een tuchtraad zoals in Schotland. Of een register met urenregistratie van gecertificeerde opleidingsuren zoals verpleegkundigen sinds een paar jaar hebben. Of misschien bovenop zo’n basisregister een uitgebreidere inhoudelijke kwaliteitstoets zoals de National Board for Professional Teaching Standards in de Verenigde Staten. Een leraar met master teacher certificaat heeft dan toegang tot allemaal beleids- en ontwikkeltrajecten. Teacher leadership zoals in Singapore. En waarom dat ook niet beter belonen? Beloon die inspanning! In Schotland hebben leraren ook toegang tot onderwijskundig onderzoek via hun Teaching Council. Waarom niet curriculumontwikkeling bij een geregistreerde beroepsgroep neerleggen? Als het register in ieder geval maar inhoudelijk zinvol wordt uitgevoerd en aansluit bij de lespraktijk. In andere sectoren en in het buitenland zijn in ieder geval genoeg voorbeelden waar het wel is gelukt. Dat moet bij ons ook mogelijk zijn.

Voorwaarde is dan wel dat we het eigenaarschap van de Onderwijscoöperatie breder trekken dan nu alleen lidmaatschap van de deelnemende organisaties. Inschrijven in het register is inspraak in het register de beroepsorganisatie. Die kun je dan ook meer verantwoordelijkheden toevertrouwen. Een realistische optie is om dan in het bestuur naast de bonden ook zetels in te ruimen voor registerdocenten. Zo’n hybride optie bleek juist ook een van de voorwaarden voor succes in Schotland. In Engeland waar dat niet het geval was is de Teaching Council inmiddels weer ter ziele gedragen. De bonden geven de beroepsgroep ook organisatiekracht en massa.

Een andere voorwaarde is dat het register van de beroepsgroep zelf is. Advies van andere partijen is prima, maar de eindverantwoordelijkheid ligt bij leraren. Anders wordt het een beleidsinstrument in handen van de politiek en werkgevers en daarmee creëer je juist niet die ruimte die nodig is om professional capital te ontwikkelen.

Ten slotte zouden we de beroepsorganisatie ook op dezelfde manier kunnen financieren als de raden, een bedrag per leerling. Vraag voor het register een bijdrage van docenten, maar maak de organisatie onafhankelijker van OCW en laat het op gelijke voet staan met de PO, VO en MBO-Raad. Er staan genoeg versnipperde projecten op de begroting bij OCW waarin gesneden kan worden om dit te bekostigen.

Het gaat nu te ver om Samen Leren helemaal inhoudelijk te becommentariëren. Alles moet nog verder worden uitgewerkt. Daar hebben we natuurlijk wel concrete ideeën bij. Minder vakken betekent bijvoorbeeld niet dat er vakken verdwijnen, maar dat er in minder vakken examen wordt gedaan. Variëren in beloning is geen prestatiebeloning. Het ontwerpen van het curriculum moet veel meer open, transparanter en met een grotere rol voor docenten. En over salariëring is het laatste woord ook niet gezegd. Uiteindelijk is het heel veel geven en nemen en hebben alle partijen: leraren, schoolleiders, bestuurders, bonden, raden, politiek, OCW, lerarenopleidingen, het hoger onderwijs en heel veel anderen hier een rol in.

Maar compromissen sluiten betekent niet gelijk inkapselen, integendeel. Ik ben hier ingestapt met een bepaalde overtuiging dat we de ideeën van Het Alternatief in de praktijk kunnen brengen. Voor mij is het nooit alleen een intellectuele exercitie of theoretische vingeroefening geweest. Ik wil dat er wat verandert. Als  onderwijswoordvoerders van regeringspartijen oprecht toezeggen hier werk van te willen maken dan druist het juist in tegen het principe van Het Alternatief om niet die stap te wagen? We vragen toch om lef? Om onze nek uit te steken? Dat we het initiatief naar ons toe trekken? Dat kan uiteindelijk alleen in de praktijk. Door stappen te zetten en door het te doen. Gaat het lukken? Ik heb geen idee, maar ik heb wel hele goede hoop.

Leerlingen

Misschien is het is goed om te eindigen met wat leerlingen hier nou eigenlijk mee winnen. Ik denk dat ze hierdoor veel meer ruimte krijgen om ook zelf invulling te geven aan hun onderwijs omdat ons onderwijssysteem en scholen veel flexibeler kunnen gaan werken. Dat ze samen met docenten veel meer de verdieping kunnen opzoeken omdat docenten daar eindelijk de tijd en ruimte voor hebben. Dat het curriculum veel relevanter en uitdagender zal zijn en dat het ze daardoor ook beter voorbereid op de toekomst. En  dat ze steengoede en inspirerende docenten voor hun neus hebben omdat die eindelijk de ruimte en tijd hebben om hun lessen goed voor te bereiden. En daarmee bedoel ik juist ook de zittende docenten die nu ook al hun stinkende best doen.

Wat ik hierboven beschrijf zou een verdere invulling van Samen Leren kunnen zijn, maar het staat niet in steen geschreven. Wat wel vaststaat is dat het een geheel is, dat is de afspraak. Geen deeloplossingen en pleisters meer, die hebben we al genoeg gehad. Naast een eerste aanzet is het ook een uitnodiging om hieraan mee te denken en te werken. We zijn inmiddels met de minister, de staatssecretaris, andere poltieke partijen, de bonden en de raden in gesprek geweest om samen punten uit te werken. Morgen gaan we het gesprek aan in de Balie en hopelijk kunnen we dat “samen” nog veel groter maken

Samen Leren

By | Flip the System, Het Alternatief, Uncategorized | 7 Comments

Een half jaar geleden kwamen we met negen mensen uit het onderwijs met vijf politici bij elkaar om te verkennen wat er beter kan in het onderwijs. Iedereen kon vrij praten onder de voorwaarde dat het binnen vier muren bleef en onder Chatham House Rule. Vier muren ergens in de Tweede Kamer in dit geval. Vanaf het begin was dit een gesprek, of misschien is een beter woord onderzoek, van een niveau dat ik niet veel heb meegemaakt in het onderwijs. Iedereen sprak met zoveel kennis van zaken, maar ook met veel vuur over het onderwijs. En er kwam al heel snel een gezamenlijk idee naar voren, nog niet concreet, maar vol met mogelijkheden. Ik was na eerste bijeenkomst in de Tweede Kamer enthousiast en ook vol ideeën.

Een half jaar later zijn we tot een voorlopige conclusie gekomen. Een plan dat “: aanbevelingen uit het onderwijs”  heet. Het is een notitie op hoofdlijnen waar veel mensen binnen en buiten het onderwijs zich hopelijk in kunnen vinden. Maar het staat niet in steen geschreven en veel moet nog worden uitgewerkt. Die ruimte is ook belangrijk want we moeten er samen uitkomen. The devil is in the details en zeker in de implementatie. Bij deze dan ook een uitnodiging om mee te denken en het verder in te vullen.

Meer informatie

  • De notitie “Samen Leren” (PDF)
  • Volkskrant artikel (Ik had graag een andere insteek gezien die recht doet aan iedereen die er bij betrokken is) (Blendle)
  • Facebook pagina (link)

Mensen

Onderwijs: Hetty Belgers, Jet Dekkers, Jelmer Evers, Ilja Klink, Rene Kneyber, Laurens van Lier, Ruud Porck, Jaap Versfelt en Eric van ’t Zelfde

Onderwijswoordvoerders van de Tweede Kamer-fracties van de VVD en de PvdA, te weten: Pieter Duisenberg, Karin Straus, Tanja Jadnanansing, Loes Ypma en Mohammed Mohandis

Belangrijke aanbevelingen

“1. “De ambitie over de hele linie omhoog

  • Neerzetten van een breed gedeelde hoge ambitie op leerlingdoelen, kwaliteit van leraren en verbetercultuur op scholen
  • Het herzien van het curriculum en het laten uitwerken van dit curriculum door de beroepsgroep leraren

2. Pressure en support om een verbetercultuur op scholen te creëren:

  • ‘Support’ voor scholen bij het creëren van een verbetercultuur met transformatieaanpakken met bewezen impact (denk leerKRACHT…)
  • ‘Pressure’ op scholen om een verbetercultuur te vormen door transparantie en onderlinge peer review (ipv alleen door de Inspectie)

3. Randvoorwaarden realiseren voor een verbetercultuur op scholen:

  • Afschaffen van de normjaartaak
  • Verder flexibiliseren van de lestijd en de onderwijstijd
  • Verminderen van het aantal vakken waar kinderen op het VO uit kiezen, zodat leraren de verdieping kunnen zoeken
  • Loskoppelen van toetsen die de kwalificaties van leerlingen veilig stellen (bijv. CITO eindscore, CSE) van toetsen die leraren in staat stellen het onderwijs te verbeteren (bijv. leerlingvolgsystemen, SO) en die laatste toetsen daarom niet meer meenemen in het beoordelen van scholen

4. Zorgen dat toppers weer leraar willen worden. 

  • Strenge toelating op de lerarenopleidingen en PABO’s
  • Veel betere lerarenopleidingen, met een verbetercultuur
  • Betere arbeidsvoorwaarden voor uitstekende leraren (en net als in andere beroepsgroepen tekortschietende leraren kunnen ‘schrappen’)

5. De beroepsgroep Leraren versterken (door omvormen van de Onderwijscoöperatie tot onafhankelijke vereniging van leraren, vergroten rol lerarenregister, zeggenschap over curriculum, een innovatiefonds, etc.)”